Bossman Taylor geniet nog respect in Liberia

Het tijdperk-Taylor heeft in Liberia alleen verval en vernietiging nagelaten. Nooit heeft Taylor iets opgeknapt. Toch dwingt de nu gearresteerde ex-president nog altijd respect af in zijn land.

Een rebel van Charles Taylors National Patriotic Front of Liberia schiet in 1990 een student dood na hem summier te hebben ondervraagd. (Foto AFP) A rebel of Charles Taylor's National Patriotic Front of Liberia (NPFL) fire 03 August 1990 in Bentol on student William Weah (C), executing him after roadside interrogation fifty kilometers east of Monrovia. NPFL rebels suspected Weah to be a member of the Krahn ethnic group, the tribe supplying fighters to army of President Samuel Doe. Following the outbreak of civil war, President Doe was captured and killed in Monrovia 09 September 1990. AFP

Niets heeft hij achtergelaten. Geen wegen, geen scholen, geen ziekenhuizen. Zelfs geen standbeelden of regeringsgebouwen. Sommige inwoners van Gbarnga kunnen zich nog herinneren hoe de handlangers van de Liberiaanse rebellenleider Charles Taylor bier op hun veranda zaten te drinken, terwijl zijn vechters het platteland onveilig maakten. Ze kunnen nog precies aanwijzen waar de checkpoints waren. En ze weten ook nog waar de rebellen 19 mannen vastbonden, boven een vuur hingen en levend lieten verbranden.

In Gbarnga, jarenlang het hoofdkwartier van Taylor, resten niets dan slechte herinneringen en de villa die de charismatische roverhoofdman aan het begin van de oorlog in 1989 betrok. Daar zit nu een zwaarbewaakt kantoor van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR.

Ook in de hoofdstad Monrovia heeft het tijdperk-Taylor slechts een spoor van verval en vernietiging getrokken. De rottende, onvoltooide torenflats, de uitgewoonde ministeries, de verkruimelde wegen, de schots en scheef staande elektriciteitspalen die dreigend over de krotten van de onderklasse hangen: Taylor heeft nooit iets opgeknapt of aangelegd, ook niet toen hij in 1997 president van Liberia werd. Maar met zijn gedwongen vertrek naar Nigeria in 2003 en zijn arrestatie twee weken geleden is zijn schaduw allerminst verdwenen.

Niet alleen is zijn maffiose netwerk grotendeels intact gebleven, in Liberia dwingt Taylor nog altijd respect af. Bij de tienduizenden vechters die op jonge leeftijd gedwongen werden zich bij 'Pappey Taylor' aan te sluiten en die nu doelloos op straat rondhangen, en bij de burgers die zijn imposante stijl van leiderschap roemen. Taylor blijft voor de Liberianen een mythische figuur, de bossman in plaatselijk dialect, een bikkelharde man die met zijdezachte praatjes iedereen om zijn vinger wond. 'Als Taylor kandidaat zou zijn in de presidentsverkiezingen, zou hij winnen', meent journalist Ansuh Konneh. 'Als hij het woord neemt, vergeet je alle slechte dingen die hij heeft gedaan.'

Paradoxaal genoeg heeft Taylor in Liberia meer kwaad aangericht dan in het buurland Sierra Leone waar hij is aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Hij ronselde duizenden kinderen, gaf hun een kalasjnikov, verdoofde hen met drugs en liet hen los op de burgerbevolking. Met hun wapens kregen de rebellen van het National Patriotic Front of Liberia (NPFL) alles wat ze wilden. Hij liet etnische slachtingen aanrichten om stammen tegen elkaar op te zetten en zaaide anarchie, waarmee hij Liberia aan de rand van de afgrond bracht. Binnen zes jaar waren tussen de 150.000 en 200.000 Liberianen omgekomen en zeker zoveel mensen de grens over gevlucht. Toen hij als president eindelijk het hele land in zijn greep had, plunderde hij vakkundig de staat leeg.

Aan geld heeft het Taylor nooit ontbroken. Nog geen jaar nadat hij zijn opstand begon om president Samuel Doe te verjagen, hadden zijn vechters al de economisch belangrijkste gebieden van het land in handen. Wapens werden gefinancierd met inkomsten uit hout, ijzererts, diamanten en rubber. Volgens een voorzichtige schatting verdiende Taylor als krijgsheer jaarlijks zo'n 75 miljoen dollar, een bedrag dat steeg tot ruim 110 miljoen dollar toen hij in het presidentiële paleis zat.

Taylor gebruikte de schatkist als persoonlijke bankrekening. Het geld dat niet naar defensie ging, werd weggesluisd naar buitenlandse bankrekeningen en een wirwar van schimmige bedrijven. 'Praktisch geen enkel bedrag dat in de begroting gereserveerd was voor infrastructuur, gezondheidszorg of de wederopbouw werd besteed aan de aangewezen activiteiten', schreef de Coalition for International Justice vorig jaar in een rapport.

Taylor hield niet alles voor zichzelf. Hij paaide de hoogopgeleide elite met lucratieve banen en zag erop toe dat zakenlieden ongestoord hun gang konden gaan. Zijn financieel adviseur Ben Urey was hoofd van het Bureau of Maritime Affairs en zette een pluimveeboerderij op. Zijn zwager Edwin Snowe verdiende een fortuin aan de Liberian Petroleum Refinery Corporation en werd vorig jaar gekozen tot voorzitter van het Huis van Afgevaardigden. Taylors vrouw Jewell, die sinds kort van hem gescheiden is, bemachtigde een zetel in de Senaat. De schatrijke zakenman Cyril Allen was voorzitter van Taylors politieke partij en bezit ontelbare bedrijven waarin Taylor een aandeel heeft. Allemaal spelen ze een sleutelrol in zijn zakenimperium.

Taylor kan ook rekenen op de steun van mensen die hem trouw zwoeren tijdens zijn begindagen als rebellenleider. John T. Richardson is zo iemand, een zelfverzekerde, charmante strateeg wiens ogen verscholen gaan achter een goudgerande zonnebril.

Richardson lijkt sprekend op Taylor, als hij ontspannen pratend in een garage zijn verontwaardiging over diens arrestatie ventileert. Reizen mag hij niet meer sinds hij van de VN een reisverbod kreeg opgelegd, maar hier, omringd door zijn vrienden, heeft hij het prima naar zijn zin. Richardson, alias Generaal Octopus, leidde in 1992 een aanval op Monrovia die de stad verwoestte en meer dan 3.000 burgerslachtoffers maakte, maar daar wil hij het nu niet over hebben. Kettingrokend legt Richardson uit waarom hij als voormalig minister van Publieke Werken nooit iets voor de bevolking deed. 'Het zou destijds politieke zelfmoord zijn geweest om geld aan Monrovia te spenderen, want dan hadden we de belasting daarvoor moeten eisen van de plattelandsbevolking. Monrovia produceert niets, dus dat zou niet eerlijk zijn', zegt Richardson. Van hem geen kwaad woord over zijn vriend, die hij na zijn arrestatie nog aan de lijn had. 'Wij hebben een cultuur van traditionele leiders [chieftaincy, red]. Hoe langer een leider aan de macht is, hoe meer respect hij krijgt. Afrikanen willen continuïteit, het geeft hen een gevoel van vastigheid.'

Toch zijn veel vertrouwelingen voorzichtiger geworden nu Taylor vastzit. Ze mochten al niet meer reizen en de VN proberen hun banktegoeden te bevriezen. Volgens een ingewijde die niet met zijn naam in de krant wil, probeerde Taylors netwerk onlangs voormalige vechters te rekruteren. Het werd een mislukking: de drie miljoen Liberianen hebben hun buik vol van oorlog.

'De kring rond Taylor is invloed aan het verliezen', zegt de ingewijde. 'Hij was de spil van het netwerk, hij deelde de middelen uit. Over een jaar is de groep uiteengevallen. En als ze eenmaal zeker weten dat hij niet meer terugkomt, houden ze het geld gewoon voor zichzelf.'

    • Pauline Bax