“Zonder bluf is het leven duf'

Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht, gaat zich als voorzitter buigen over strafzaken waarbij betrokkenen vinden dat het OM of de politie hebben gefaald. Zoals in de Schiedammerpark-zaak.

Ybo Buruma, voorzitter van een nieuwe commissie van het OM en co-auteur van het PvdA-program. Foto Flip Franssen Jurist Ybo Buruma: nog altijd wilde haren, maar wel grijs Binnenland: pagina 2 Nederland, Nijmegen, 14-4-2006 Prof. Ybo Buruma, rechten Foto: Flip Franssen, NVF, 024-3238442 Franssen, Flip

Reino Rustige, secretaresse van de vakgroep strafrecht van de rechtenfaculteit in Leiden, nam de telefoon op. Het was 1995, de parlementaire enquêtecommissie van Maarten van Traa was net ingesteld om de crisis bij politie en justitie te onderzoeken. Van Traa belde de universiteit, hij zocht een wetenschapper voor het ondersteunende team van de commissie. Reino Rustige: “Zijn A-keuze was er niet. De B-keuze was ook afwezig.“ En zij zegt dan tegen Van Traa: “We hebben hier nóg een heel goeie rondlopen.“

Dat was Ybo Buruma, toen hoofddocent strafrecht in Leiden. Een apart type, zegt Reino Rustige. Wilde haren, zwarte kleren, een beetje alternatief. “In militaire dienst deed hij vakbondswerk, daar droeg hij wel een jasje en een das. Maar geen hemd.“ Met dat telefoontje kwam er een kans voorbij. En, zegt Buruma zelf, hij is er altijd goed in geweest die te grijpen.

Het was een topteam, zegt oud-minister Thom de Graaf die als Tweede-Kamerlid in de enquête-commissie zat. “Ik herinner me niet dat Buruma derde keus was. We hadden juist een team met talenten die ook na de commissie-tijd excelleerden.“ Drie leden van de staf werden hoogleraar. Ybo Buruma werd, in 1995, hoogleraar strafrecht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zelf noemt hij zijn aanstelling als professor een “kredietbenoeming'. “Ik kon met mes en vork eten, maar wetenschappelijk had ik nog niet zo veel laten zien. Het was een gokje van Nijmegen.“

Ybo Buruma draagt tegenwoordig een pak, zijn haren zijn nog wild, maar grijs. En nog steeds noemt hij zich “de professor uit de provincie'. In de tien jaar na “Van Traa' zijn er vele commissies gevolgd. De commissie voor de AIVD, de bouwfraude, de commissie die de resultaten van de Van Traa-commissie evalueerde. Media vragen hem regelmatig als deskundige, er is bijna geen juridisch congres waar hij ontbreekt als spreker of als dagvoorzitter die de onderdelen aan elkaar praat. Zijn nadrukkelijke dictie, zijn taalgebruik, maken hem geliefd. Geen ingewikkelde betogen, maar iemand die zegt: “We laten ons toch potverdorie niet bij de néus nemen door dat stelletje bóéven“.

Voorzitter van het college van procureurs-generaal Harm Brouwer vroeg hem vorig jaar als adviseur in een zaak die het openbaar ministerie en de politie veel schade dreigde te berokkenen. In de zaak van de Schiedamse parkmoord was de verkeerde man veroordeeld en dat leek te komen door fouten bij politie en justitie. Het college van procureurs-generaal stelde de commissie-Posthumus (de voorzitter) in om precies na te gaan waar het mis was gelopen. Zijn eerdere ervaring in het Van Traa-team maakten Buruma volgens het college een geschikte kandidaat. Buruma: “Uit mijn Van Traa-tijd wist ik dat dit soort problemen niet strikt juridisch te onderzoeken is. Je moet kijken naar de organisatie, naar wie waar verantwoordelijk voor is. Wat er tussen mensen speelt.“

Het rapport van de commissie-Posthumus was uitzonderlijk gedetailleerd. Niet alleen was met alle betrokkenen van alle niveaus gesproken, ook werd duidelijk hoe soms kleine fricties tussen personen, kunnen leiden tot grote fouten. Hoe mensen, omdat ze een zaak zo graag willen oplossen, onbedoeld en ongewild verstrikt raken in hun eigen tunnelvisie, denken dat ze de goede dader te pakken hebben en daar niet meer vanaf kúnnen wijken.

Met de commissie-Posthumus wilde Brouwer het vertrouwen in politie en justitie herstellen. Tijdens de presentatie van het rapport erkende hij dat er ernstige fouten waren gemaakt en dat dat nooit meer mocht gebeuren. Het college besloot, ook op aandringen van de Tweede Kamer, een vaste commissie-Posthumus in te stellen. Een commissie waartoe betrokkenen bij een zaak zich kunnen wenden als ze het sterke vermoeden hebben dat er ergens in de opsporing of vervolging fouten zijn gemaakt.

Ybo Buruma wordt voorzitter van de toegangscommissie. Die commissie (Buruma) gaat selecteren welke ernstige strafzaken voor nieuw onderzoek in aanmerking komen, en welke niet. Als het vermoeden bestaat dat het OM of de politie echt tekort zijn geschoten, dan zal Buruma de zaak doorverwijzen naar de eigenlijke onderzoekscommissie, die bestaat uit een groep oud-politieagenten, advocaten, wetenschappers en advocaten-generaal. Voor elk onderzoek worden drie leden uit die pool geselecteerd die bekijken of er fouten zijn gemaakt bij de opsporing en vervolging.

Ybo Buruma groeide op in Putten als enig kind in een niet praktiserend doopsgezind gezin tussen de streng gereformeerden. Voor zijn vader, die werkte voor een verzekeringsmaatschappij, was het handig om centraal in het land te wonen. Het was een fijne en veilige jeugd, zegt Buruma zelf. “Er was geen kwaad in mijn omgeving. Een jaren-50 wereld.“ De kinderen van de import, zoals hij, gingen samen met de zoons en dochters van de landarbeiders naar school. “We speelden in het bos. Soms kwam de boswachter achter ons aan, omdat we jonge aanplant vertrapten. Dat was wel het spannendste dat ik meemaakte.“

Hij wilde psychologie studeren, in Leiden. Het studentenleven in die stad leek hem groots en meeslepend. “Maar toen ik het inschrijfformulier invulde, kwam mijn hand neer bij rechten en dat kruiste ik aan.“ Hij vond rechten afschuwelijk. “Ik snapte de juridische redeneringen niet, ik vond het verschrikkelijk geneuzel op de komma.“ Na een jaar stapte hij over naar criminologie. Dat maakte hij af. Later, toen hij werkte als onderzoeker bij de Nationale Ombudsman, kreeg hij alsnog “lol in het geneuzel', maakte rechten af en promoveerde.

Hem had het vooral verbaasd als hij géén voorzitter was geworden van die commissie, zegt Hans Crombag, emeritus hoogleraar rechtspsychologie van Universiteit Maastricht. “Natuurlijk word je alleen voor zo'n commissie gevraagd als je niet te beleidsvijandig bent. Zijn Nijmeegse collega Peter Takken bijvoorbeeld heeft de laatste jaren vaak geroepen dat er iets moest veranderen of dat er iets niet klopte. Dan word je minder snel gevraagd.“

Ybo polariseert eigenlijk nooit, zegt Eric Daalder, vriend en advocaat bij het kantoor Pels Rijcken in Den Haag. “Hij ergert zich soms wel, maar zal nooit roepen dat het een schande is.“ Allebei zijn ze verbonden aan het Nederlands Juristenblad. “Tijdens vergaderingen zegt de een dit, de ander dat. Dan komt Ybo met een verhaal en dat eindigt dan precies in het midden.“ Dat is ook precies de reden waarom hij nooit advocaat zou kunnen zijn, zegt zijn collega-hoogleraar in Nijmegen Corjo Jansen. “Een advocaat moet partij kiezen. Ybo doet dat pas op het allerlaatst, als het echt niet anders meer kan.“ Hij houdt niet van ruzie, zegt secretaresse Reino Rustige.

Rechtspsycholoog Crombag gaf samen met Buruma wekenlang een cursus over jeugdcriminaliteit. “Dronken we na afloop een biertje op de Zeedijk in Amsterdam. Ik merkte dat hij doorlopend met van alles door elkaar bezig was. Dan zei ik; Ybo, je werkt te hard.“ Advocaat en vriend Eric Daalder: “Hij is een echte intellectueel. Ik hou van een avondje voetbal kijken, dat zou Ybo nóóit doen. Op vakantie neemt hij allemaal werkgerelateerde boeken mee. Ik lees graag een detective. Zeker op vakantie.“ Hij is een workaholic, zegt Ybo Buruma zelf. “Het voordeel van verschillende dingen doen is dat je dwarsverbanden ziet die je anders niet zou zien.“

Dat de commissie-Buruma veel extra werk zal opleveren, is niet het grootste probleem. Ybo Buruma loopt het risico dat hij kop van jut wordt, zegt Tineke Cleiren, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Leiden. Zij zit ook in de grotere pool van wetenschappers van de commissie. “Denk alleen maar aan de mensen die zaken aandragen die hij vervolgens besluit niet te onderzoeken.“

Theo de Roos, ook uit de pool en hoogleraar strafrecht in Tilburg: “Bij de voorbespreking met de commissieleden hebben we gezegd: dit is een tricky taak. Het is afwachten hoeveel mensen zeggen dat het erg is dat hún zaak niet wordt onderzocht. Maar Ybo gaat dat niet uit de weg. Dat siert hem.“ Zijn motto is, zegt secretaresse Rustige, zonder bluf is het leven duf.

Rechters betwistten afgelopen zaterdag in deze krant het nut van de commissie. Volgens hen mag alleen het hoogste rechtscollege van het land, de Hoge Raad, bepalen of een zaak wordt heropend. En de commissie kan de Hoge Raad daar niet toe dwingen. Hoogleraar Crombag ziet dat probleem ook: “Ik heb net een zaak aangedragen. De man is veroordeeld, volgens mij ten onrechte. Hij zit nu in de tbs-kliniek. Stel nou dat de commissie met een rapport komt waarin staat: deze zaak is helemaal niet goed gegaan. Wat dan? Dan kan hij dat rapport inlijsten en aan de muur van zijn tbs-kamertje hangen.“

Strafrecht hoogleraar Tineke Cleiren: “Wij als wetenschappers nemen met grote aarzeling plaats in de commissie. De meesten van ons zijn ook nog zelf plaatsvervangend rechter, dat maakt het extra lastig.“ Ybo Buruma is plaatsvervangend raadsheer bij het hof in Arnhem. Tineke Cleiren: “We doen het omdat de Tweede Kamer heeft besloten dat er wetenschappers in de commissie moeten zitten. En als we allemaal nee zeggen, dan zegt de buitenwacht dat we alleen vanachter ons bureau roepen dat het niet deugt. Ik zie het als publieke taak. Maar we moeten afwachten of het werkt.“

Buruma vindt het “spannendste punt“ van zijn voorzitterschap of hij zijn positie als onafhankelijk wetenschapper kan behouden. “Word ik geen partij? Gaan mensen niet zeggen: wat begrijpt hij die politieman of die officier van justitie goed, zeg. We zullen de stukken onpartijdig moeten bestuderen en bereid moeten zijn om dingen te horen waar anderen hun oren voor sloten.“ Maar: “Ik verbeeld me dat het lukt. We doen het volgens strenge, wetenschappelijke methoden. Dus niet na het horen van vijf van de zes betrokkenen denken: nu weten we het wel. Want verdomd, zegt die zesde tóch wat anders.“

In de wetenschap, zegt hij, staat verantwoordelijkheid overeind. En juist dat mist hij steeds sterker in de samenleving. “Politici, ze maken fouten, excuseren zich en gaan door. Dat staat mij tegen. Dat Van Aartsen na de nederlaag voor de VVD tijdens de gemeenteraadsverkiezingen zijn verantwoordelijkheid nam en opstapte als fractieleider was uitzonderlijk, zegt Buruma. “Ik vond dat klasse.“ Mensen, zegt hij, hebben een vrije wil en zijn zelf verantwoordelijk voor hun daden. “Als strafrechter snap je soms goed waarom iemand tot zijn daad gekomen is. Dat neemt niet weg dat hij gestraft moet worden.“

De preoccupatie van de overheid met veiligheid irriteert hem. “Het suggereert dat burgers niet verantwoordelijk zijn voor hun eigen veiligheid, de overheid zal daar wel voor zorgen. Maar dat kán de overheid helemaal niet. Die overbezorgdheid schept schijnveiligheid. Net als de moeder die haar zoontje niet in de boom laat klimmen. Hij moet vallen om risico's te leren kennen.“ Met een beroep op die veiligheid dringt de overheid steeds verder door in de privésfeer van burgers. Onaangenaam, vindt Buruma. “Als overal verklikkers zijn heb je geen reden meer om je eigen beschaving te ontwikkelen.“

Tot drie weken geleden kon Buruma met enige trots zeggen dat hij geen lid was van een politieke partij. “Ik beschouwde mezelf als spreker in de derde lijn van de trias politica.“ Inmiddels is hij door Paul Depla, voorzitter van de programmacommissie van de PvdA, gevraagd mee te schrijven aan het verkiezingsprogramma.

Zijn collega Corjo Jansen vindt het “dwaas'. “Een wetenschapper die zich verbindt aan een partij, dreigt zijn onafhankelijkheid te verliezen.“ Onverwacht is het niet, vindt hij. “Hij is een man van het overzicht, hij ziet het recht in samenhang met politieke problemen. Hij is in de loop der jaren meer outspoken geworden. Minder links dan hij was als student. Nu hij is opgenomen in het bestuurlijke deel van de samenleving kan hij zijn opvattingen vorm geven. Vanaf de zijlijn kun je wel hard schoppen, maar je kunt niet mee de koers bepalen“. Het is een stijlbreuk, zegt Buruma zelf. “De PvdA wordt straks misschien een regeringspartij. Ik krijg nu de kans om niet alleen mijn mening te ventileren maar ook om te zetten in hard regeringsbeleid. Ik zou wel gek zijn als ik zo'n kans liet lopen.“

    • Sheila Kamerman
    • Rinskje Koelewijn