Waarheid verzinnen en die dan geloven

Een van de interessantste aspecten aan het zojuist gepubliceerde Judas-evangelie is het historische. Niet voor wat betreft de historische Jezus, want daar zegt deze tekst niets over - Hendrik Spiering legde dat vrijdag allemaal heel helder uit in zijn stuk in deze krant - maar voor wat het ontstaan van de waarheid betreft.

Christenen leven vanuit een geopenbaarde waarheid, net als moslims, maar anders dan bij de moslims is de waarheid van de christenen een weinig eenduidig totstandgekomen pakketje. Mohammed schreef gewoon alles op zoals naar zijn zeggen God het hem had gedicteerd. De vroege christenen zaten met een bende teksten, allerhande opvattingen, drie dominante stromingen over hoe een en ander gezien en geïnterpreteerd moest worden, namelijk de joods-christelijke, de gnostische en de proto-orthodoxe, en alles en iedereen meende over de waarheid te beschikken.

Er is veel ruzie over gemaakt, er zijn veel doden gevallen, voordat onomstotelijk vaststond dat de waarheid moest luiden dat Christus zowel geheel goddelijk als geheel menselijk was. Het had zo makkelijk anders kunnen zijn. We hadden zo makkelijk een heel andere christelijke bijbel kunnen hebben, met andere teksten, of maar één evangelie. Het blijft vreemd dat in het canonisatieproces vier versies van de waarheid bewaard zijn gebleven. Het is ook wonderlijk dat men later zo veel is gaan weten van dingen die in de bijbel nauwelijks voorkomen, zoals de kwellingen en verrukkingen na de dood.

Het lijkt niet heel jammer dat de gnostici destijds niet gewonnen hebben, want hun visie op het leven op aarde was alléén maar ellendig. Er zijn toch wel opmerkelijk veel godsdiensten die alles wat onsleven uitmaakt verwerpen. Hoe meer hiernamaalsverwachtingen, hoe lichtvaardiger er gedacht wordt over het mishandelen, doden, bestrijden en verwaarlozen van het “aardse lichaam'. Alsof niet alle vreugde ook daarin schuilt, in dat ene lichaam, dat kan eten, vrijen, denken, dansen, in de zon zitten, naar Bach luisteren. Waarheid is iets wat gemaakt wordt. En vervolgens is het godslasterlijk om allerlei onderdelen van die waarheid in twijfel te trekken.

In zijn onlangs verschenen boek Hoe een klein rotgodje God vermoordde schrijft Guus Kuijer dat juist fundamentalisten van verschillend slag god lasteren, door hem wensen, ideeën en gedragingen toe te schrijven die wij bij mensen verwerpelijk vinden. Zoals de veronderstelling dat er eeuwige martelkamers na dit leven klaar staan voor iedereen die zich niet gehouden heeft aan hun interpretatie van de waarheid. Kuijer vindt daarmee ook Mohammed B. een godslasteraar, die vervolgd had moeten worden wegens smalende godslastering. “Als wij van mening zijn dat het niet geoorloofd is mensen in hun geloofsovertuiging te kwetsen, waarom mag B. dan zeggen dat hij Theo van Gogh heeft vermoord omdat dat moest van God?“ Daardoor zou iedereen beledigd moeten zijn die God als barmhartig, vergevingsgezind en goed opvat. “Ik denk dat elke interpretatie van de heilige teksten die tot wreedheid leidt, godslasterlijk is.“

Dat is helemaal niet zo'n slecht uitgangspunt. Dan heeft het weer zin om die wet nieuw leven in te blazen. Dan biedt hij ineens houvast. Dan mogen mensen niet meer de krankzinnigste en gevaarlijkste dingen zeggen alleen maar omdat ze er god bij halen. Maar de bijbel zelf zou deze nieuwe interpretatie van wat godslastering is ook niet overleven, dat ziet Kuijer ook wel in. Hij stelt zich voor dat wij in oorlog zouden raken met de Belgen, dat prins Willem-Alexander zich bijzonder dapper zou weren en “onder klaroengeschal' koningin Beatrix 200 Belgische voorhuiden kwam aanbieden, zoals dat in de bijbel verteld wordt over David die met de voorhuiden van tweehonderd door hem verslagen Filistijnen de dochter van koning Saul verwierf.

En de plotseling tot held gebombardeerde Judas, die met zijn verraad alleen maar het heil voltrok aan de hier op deze ellendige aarde niet thuishorende goddelijke Jezus kan op Kuijers meetlat ook onmogelijk erg hoog scoren. Sowieso is het hele idee van “eerherstel van Judas' flauwekul - het gaat om een totaal andere interpretatie van de waarheid en die interpretatie ligt alleen maar nóg verder af van wat wij als waar en goed zijn gaan zien.

Je komt altijd in de problemen als je meent, zoals de gnostici, precies te weten hoe een en ander geregeld is buiten het zichtbare en kenbare om. Hoe meer extra goden, demonen, trappen van verlichting, hemelen, straffen en engelen worden ingevoerd, hoe onwaarschijnlijker en onverdraagzamer het allemaal wordt. Het is allemaal hooguit bruikbaar en genietbaar als mythologie, maar god beware ons voor letterlijk geloof in onze eigen verzinsels.

Hoewel. Soms kan het wel. Ik denk aan het mooie gedicht van Czeslaw Milosz, waarin hij beweert wél in engelen te geloven: ,,Alles werd jullie afgenomen: witte jurken,/ vleugels, zelfs bestaan./ Toch geloof ik jullie, / boodschappers.“ Hij weet wel dat engelen verzinsels zijn, maar hij trekt zich daar niets van aan. Omdat hij heel soms, 's morgens vroeg, voor de dag begonnen is, in zijn slaap een stem hoort:

en, wat wonderlijk is, ik verstond min

of meer

een opdracht of een oproep in een

buitenaardse taal:

de dag breekt aan

weer een

doe wat je kunt.

    • Marjoleine de Vos