Vertrouw in de kracht van het individu

Is Rutte “links' als hij de bijstand wil saneren? En Verdonk “conservatief' als ze artikel 23 wil veranderen? In de strijd om het leiderschap gaat het te veel om imago. De VVD moet haar eigen liberale identiteit uitdragen, meent Patrick van Schie.

De buitenwacht ziet de strijd om het lijsttrekkerschap van de VVD graag aan voor een richtingenstrijd. Het is natuurlijk spannender om in “Rutte versus Verdonk' meer dan een persoonlijk duel te ontwaren, namelijk een worsteling tussen links en rechts in de partij. Het inhoudelijke verschil tussen de beide kandidaten lijkt echter vooralsnog gering, al moet met name Verdonk haar program buiten het terrein van migratie en integratie nog ontvouwen. En áls er verschil is, is het dan “links' dat Rutte de bijstand verder wil saneren? Of is het “conservatief' dat Verdonk graag artikel 23 van de Grondwet zou willen veranderen?

Zoals de zaken er nu voor staan, komen de verschillen vooral aan op stijl en imago. Daar is niets mis mee, zolang de imago's niet berusten op beeldvervorming. Als het vreemdelingenbeleid van Verdonk duidelijk is, is het nog niet harteloos. Als Rutte kiezers wil trekken die nu overwegen hun stem op PvdA of D66 uit te brengen, betekent dit nog niet dat hij de politiek van die partijen wil overnemen.

Er zijn in de VVD geen afgebakende “linkse' of “rechtse' vleugels. Er bestaan verschillende vormen van liberalisme, onder meer uiteenlopend van een klassieke tot een sociale (wat niet per se hetzelfde is als linkse) variant. Ook klassieke liberalen zijn er weer in soorten en maten: in strikt rechtsstatelijke en in economische zin, bijvoorbeeld. Die soorten kunnen samenvallen, maar dat hoeft niet. Zelfs vooraanstaande VVD-leden zijn niet altijd van zulke nuances doordrongen.

Veel VVD'ers zullen zich kunnen vinden in het “ontplooiingsliberalisme'. Uitgangspunt is dat het individu zich naar eigen aard en voorkeuren moet kunnen ontwikkelen. Zo'n vorm van liberalisme is populair: er wordt tot in linkse partijen mee geflirt, alsmede door de zich als “vernieuwend' aandienende jongerenbeweging LuxVoor. Maar “ontplooiingsliberalisme' zegt op zich weinig zolang niet wordt aangegeven wat die ontplooiing behelst en vooral: in hoeverre de staat het individu daarbij behulpzaam moet zijn.

Op lange termijn doet de VVD er goed aan zich grondig te bezinnen op en te discussiëren over de eigen beginselen. De huidige, uit 1980 stammende beginselverklaring is zó algemeen dat zelfs GroenLinks-leider Halsema zich er waarschijnlijk in kan vinden. Een goed beginselprogram heeft weliswaar brede aantrekkingskracht, maar het moet toch vooral de eigen positie van de partij markeren. Het vorig jaar aangenomen Liberaal Manifest voldoet niet als instrument van principiële positiebepaling. Er staan zeker behartigenswaardige zaken in, naast modieuze en ondoordachte voorstellen als de gekozen minister-president en burgemeester. Het geheel is echter weinig samenhangend en onvoldoende in beginselen geworteld, het is meer een veredeld verkiezingsprogram dan een stuk waaraan identiteit kan worden ontleend.

Op korte termijn is het zaak dat de VVD en haar lijsttrekker, wie ook wordt gekozen, alvast een heldere eigen lijn uitzetten met het oog op de grote vraagstukken die de komende jaren spelen. Zo moet een liberale partij, zeker nu onze samenleving oog in oog staat met totalitaire varianten van de islam, pal staan voor de verworvenheden van onze rechtsstaat: het recht op vrijheid van meningsuiting (wat niet hetzelfde is als het recht op beledigen maar waarin wel is vervat dat opvattingen worden uitgedragen waaraan sommigen aanstoot zullen nemen); de gelijkberechtiging van man en vrouw en de godsdienstvrijheid (die bovenal dient in te houden dat ieder individu zijn of haar eigen levensovertuiging erop na mag houden en dus ook “afvallig' mag wezen).

Tegelijkertijd daagt een liberale partij elk individu dat legaal in Nederland verblijft en onze rechtsstaat respecteert, uit om zelf iets van zijn of haar leven te maken. De VVD geeft vertrouwen aan burgers en wil daarom hindernissen uit de weg ruimen. Dit betekent schrappen van overbodige regelgeving en managements-lagen en het “omkeren' van een cultuur die het nemen van individuele verantwoordelijkheid ondermijnt.

Burgers moeten zelf iets van ons land kunnen maken. Daaruit volgt dat het niet aan eurofiele politici in hun onzalig bondgenootschap met eurocraten kan worden toegestaan om almaar meer macht aan Brussel over te dragen. Een echte liberale partij waardeert het, en ziet het niet als “tegenslag', als burgers in een referendum aangeven dat zij zelf controle willen houden op een schaal die democratie werkbaar houdt. Dat is dus vooralsnog het niveau van de natie. De wereld moet niet tegemoet worden getreden zoals wij haar willen zien, maar zoals zij in werkelijkheid in elkaar steekt.

Die combinatie van vertrouwen in de kracht van de individuele mens en nuchtere werkelijkheidszin is wat liberalen altijd ten diepste van anderen heeft onderscheiden. Deze combinatie zal, mits goed verwoord, zonder meer een brede schare kiezers kunnen aanspreken. Ongetwijfeld gaat een lijsttrekker die aldus stelling neemt en de VVD markeert ten opzichte van de concurrentie, voor de voeten geworpen krijgen dat de VVD “rechts' uit de bocht vliegt. Daar moet de nieuwe lijsttrekker zich niet door laten afschrikken. Liberaal denkende kiezers die zich nu ter linker- én ter rechterzijde van de VVD oriënteren, zijn niet op zoek naar een surrogaat voor de PvdA, de LPF of welke partij ook. Zij zullen zich tot de VVD aangetrokken voelen, als deze partij zelfbewust haar eigen liberale identiteit uitdraagt.

Dr. P.G.C. van Schie is directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme en de VVD.

nieuwscollege: Patrick van Schie geeft over dit thema vanmiddag een nieuwscollege, met Ruud Koole, ex-PvdA-voorzitter, als coreferent. Lange Houtstraat 5, Den Haag. Aanvang 17.00 uur. Legitimatie verplicht.

    • Patrick van Schie