Pulitzer voor berichten Katrina

Twee regionale Amerikaanse dagbladen hebben belangrijke Amerikaanse journalistieke prijzen in de wacht gesleept voor hun berichtgeving over de orkaan Katrina en de gevolgen voor de stad New Orleans en andere getroffen gebieden. Eén van de twee kranten kon door de storm drie dagen geen papieren versie drukken, maar deed verslag op zijn website en bereikte daarmee een wereldwijd publiek.

De twee kranten, The Times-Picayune uit New Orleans en The Sun Herald uit Gulfport (Mississippi) kregen ieder een Pulitzer-prijs voor hun “volhardende verslaggeving“ over de gevolgen van de orkaan Katrina. De Pulitzers, die voor de negentigste keer zijn uitgereikt, gelden als de belangrijkste prijzen voor Amerikaanse journalistiek.

The Times-Picayune en The Sun Herald bleven het nieuws verslaan ondanks de grote schade die de orkaan Katrina aan hun gebouwen veroorzaakte. Veel medewerkers van The Sun Herald raakten dakloos toen op 29 augustus 2005 de dijken doorbraken, waardoor ze hun stad moesten verlaten. Maar The Sun werd gedrukt bij een zusterkrant in Georgia en gratis verspreid in de hele getroffen regio. Volgens de jury was de “moedige en uitgebreide berichtgeving“ van de kranten “een reddingslijn voor geruïneerde lezers“.

Een aantal andere Pulitzers ging naar verhalen die de rol van de pers als waakhond van de democratie illustreren. Zo won de Washington Post een van zijn vier Pulitzer-prijzen voor de onthullingen over de rol van lobbyist Jack Abramoff bij corruptie in Washington en een andere voor revelaties over de geheime CIA-gevangenissen en andere maatregelen van de Amerikaanse overheid in haar strijd tegen het terrorisme.

Bij de New York Times kreeg commentator Nicholas D. Kristof een prijs voor zijn stroom verhalen over de genocide in de Soedanese regio Darfur. De hoofdredacteur van de krant, Bill Keller, gaf als commentaar dat de prijzen dit jaar waren gegaan naar journalisten die “zich verzetten tegen de heersende macht, soms met grote gevolgen“.

www.pulitzer.org