Prodi: niet 'non' maar 'con Olanda'

Er moet informeel overleg komen tussen EU-landen die verder willen met de Europese Grondwet en landen waar de bevolking die Grondwet bij referendum heeft verworpen, zoals Frankrijk en Nederland. Dat heeft staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken, VVD) vandaag verklaard in reactie op uitlatingen van de Italiaanse kandidaat-premier Romano Prodi, dit weekeinde in de Britse krant The Sunday Times.

Maar over de strekking van Prodi's uitlatingen bestaat onzekerheid. In een vraaggesprek met The Sunday Times opperde Prodi om met zes “vastberaden' EU-lidstaten een Europese kerngroep te vormen, zonder Nederland erbij, maar mét Italië, Spanje, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg en België. Prodi, van 1999 tot 2004 voorzitter van de Europese Commissie, zou in het vraaggesprek hebben gezegd: “We hebben niet alleen een sterke relatie nodig met Frankrijk en Duitsland, maar ook met de zogenaamde groep van zes, landen als België en Luxemburg - maar niet Nederland.“ Hij noemde het Nederlandse “nee' tegen de Europese Grondwet als een van de gronden voor de uitsluiting. Maar volgens een woordvoerder van Prodi heeft de krant diens uitlatingen niet goed weergegeven. Prodi zou niet non Olanda (niet Nederland), maar con Olanda (mét Nederland) hebben gezegd.

Atzo Nicolaï wil gezien de verwarring over wat Prodi precies gezegd heeft, “terughoudend' reageren. Nederland, zegt hij, is over het algemeen huiverig voor kopgroepen buiten het Europees Verdrag. “Maar als er sprake van is, wil Nederland natuurlijk wel aan tafel zitten om over de instelling van een kopgroep te spreken.“

Informeel overleg tussen EU-landen, voorafgaand aan de Eurotop in juni, kan wellicht leiden tot meer begrip tussen landen die wel verder willen met de Grondwet en landen die dat niet willen, aldus Nicolaï. “Ook in de landen die hebben geratificeerd, leven in de bevolking immers vaak grote bezwaren“. “Maar als het er op aankomt, zal Nederland op de Eurotop gewoon “nee' zeggen tegen plannen om door te gaan met de Grondwet“, aldus Nicolaï.