Het ongemak van rechters over “Buruma'

Wetenschappers en rechters betwijfelen het nut van de commissie-Buruma. Waar bemoeien die buitenstaanders zich mee?

De onlangs ingestelde commissie-Buruma is in het Nederlandse strafrecht een vreemde eend in de bijt. Een “toegangscommissie' die gaat beslissen of een afgesloten zaak opnieuw moet worden onderzocht? Rechters voelen zich er ongemakkelijk bij. Waar bemoeien deze buitenstaanders, aangesteld door de minister van Justitie, zich mee? En, belangrijker, als de commissie tot de conclusie komt dat er fouten zijn gemaakt, wat gebeurt er dan? “Is de Hoge Raad dan overruled?“ vroeg president J.J.I. Verburg van het hof in Den Haag zich zaterdag in deze krant af.

De Hoge Raad is het hoogste rechtscollege van Nederland. Tegen een uitspraak van de Hoge Raad is geen beroep meer mogelijk. De Hoge Raad is ook de enige instantie die kan beslissen of een strafzaak moet worden heropend. Als de advocaat van een veroordeelde een herzieningsverzoek indient, bekijkt de Hoge Raad of er een novum is, een nieuw feit op grond waarvan de rechters wellicht een ander oordeel hadden geveld. Alleen als dat zo is, verwijst de Hoge Raad de zaak terug naar een gerechtshof. In dit systeem, zeggen rechters en rechtswetenschappers, kan de nieuwe commissie niets doen zonder zich op het terrein van de rechter te begeven. En dan ontstaat er volgens hen een tweede rechtsgang, buiten de rechter om.

Een woordvoerder van het openbaar ministerie (OM), dat de constructie met de toegangscommissie heeft bedacht, benadrukt in een reactie dat de commissie tot stand is gekomen “langs de lijn zoals de Tweede Kamer het gewenst heeft“. “De Kamer vond als wetgevende macht dat via de commissie geen tweede rechtsgang plaatsvindt. Er is heel goed over nagedacht, er zijn veel checks en balances ingebouwd.“ En mocht het toch niet bevallen, dan komt er volgens de OM-woordvoerder nog gelegenheid om eventueel noodzakelijke aanpassingen door te voeren: “Het systeem wordt voor eind 2007 geëvalueerd. Daar heeft de rechterlijke macht zijn zegje in. Dan moeten we maar eens kijken waar we staan.“

Commissievoorzitter Buruma zelf zegt dat hij de zorgen wel begrijpt, omdat de commissie in zeer korte tijd tot stand gekomen is. Maar volgens hem is de bezorgdheid niet nodig. “Ons doel is te bezien of zich manco's hebben voorgedaan die een evenwichtige beoordeling van de feiten in de weg hebben gestaan. De focus is of politie, openbaar ministerie en eventueel het Nederlands Forensisch Instituut hun werk goed hebben gedaan. Wij zeggen niet dat rechters een verkeerd oordeel hebben geveld. Het rechterlijk oordeel laten wij geheel buiten beschouwing.“

De meest ingrijpende conclusie die de commissie kan trekken, is volgens Buruma dat het OM en de politie onjuiste of te selectieve informatie hebben verschaft aan de rechter. Zoals in de Schiedamse parkmoord, waarbij het bestaan van DNA-sporen die wezen op een andere verdachte, niet onder de aandacht van de rechter werd gebracht. Buruma: “Als de rechter op grond van die gemankeerde gegevens tot een oordeel is gekomen, legt de commissie dat neer in een openbaar rapport. Dat rapport komt ook ter kennis van de veroordeelde. Die kan dat gebruiken voor een herzieningsverzoek.“

De nieuwe commissie is dus alleen een andere weg waarlangs veroordeelden zich tot de Hoge Raad kunnen wenden voor heropening van hun zaak. Met de kanttekening dat ze dat niet zélf kunnen doen. Veroordeelden en advocaten mogen geen zaken voorleggen aan de commissie. Alleen politiemensen, wetenschappers, forensisch onderzoekers en leden van het OM kunnen dat doen.

Mocht het komen tot een herzieningsverzoek, dan kan de Hoge Raad dat nog altijd afwijzen, ook al wordt het door de bevindingen van “Buruma' ondersteund. “Wij maken het de Hoge Raad en advocaten makkelijker de waarde van een beweerd novum te beoordelen“, legt Buruma uit. “De advocaat van de onschuldig veroordeelde in de Schiedamse parkmoord heeft een paar keer geprobeerd de zaak te laten herzien. De Hoge Raad heeft die verzoeken afgewezen. Als onze procedure eraan vooraf was gegaan, had dat verzoek misschien meer kans van slagen gehad. Wij hadden misschien gezegd: het is wel heel gek dat de bevindingen van het Nederlands Forensisch Instituut wijzen op een derde man die in het strafdossier helemaal buiten beschouwing is gebleven.“

De woordvoerder van het OM wijst erop dat ook het College van procureurs-generaal naar aanleiding van onderzoek door de commissie kan vragen om heropening van een zaak. “Ook dan beslist de Hoge Raad. Maar als het OM er zelf om vraagt, lijkt me dat dat geen probleem hoeft te zijn.“

    • Joke Mat