De revanche van Kroon in de heuvels van Limburg

Na Parijs-Roubaix leverde ook de Amstel Goldrace met Frank Schleck een winnaar uit de ploeg van CSC op. Ploeggenoot Karsten Kroon trachtte in Limburg het ongelijk van zijn vorige werkgever te bewijzen.

Karsten Kroon (tweede van rechts) tussen de Raborenners op de Gulpenerberg. Foto Bas Czerwinski Karsten Kroon neemt in Limburg revanche op oude werkgever pagina: 16 16-04-2006, BEEK. 41E AMSTEL GOLD RACE. RABO RENNERS VOEREN HET PELETON AAN TIJDENS DE BEKLIMMING VAN DE GULPENERBERG. FOTO BAS CZERWINSKI Wielrennen Rabobank Czerwinski, Bas

Zelden zal een wielrenner zo tevreden het podium gemist hebben. Vierde werd Karsten Kroon bij de Amstel Goldrace zondag en amper tien tellen na de finish stond hij al te glunderen.

Niet alleen was zijn Luxemburgse ploegmaat Frank Schleck als eerste geëindigd, Kroon had in zijn ogen ook het ongelijk van de Rabobank-bazen bewezen. “Het is zo mooi om eindelijk te kunnen laten zien wat je kan. En met Frank hebben we een hele goede winnaar.“

Een jaar geleden, op dezelfde Cauberg in Valkenburg, was Kroon nog zwaar gefrustreerd. In dienst van Rabobank was hij met landgenoot Marc Lotz ontsnapt, maar van ploegleider Erik Breukink mocht hij niet door rijden. De kansen van Michael Boogerd en Oscar Freire op een zege in de enige wielerklassieker van Nederland zouden destijds groter zijn geweest. “Ik had ze allemaal geklopt“, foeterde hij toen na afloop. Het zou de aanleiding worden om dit seizoen voor CSC te gaan rijden.

Zondag kon Kroon in de voorlaatste voorjaarsklassieker laten zien dat hij bij sommige wedstrijden tot de beste coureurs van de wereld behoort. “Het was mooi dat ik op de Eyserbosweg de boel forceerde en Michael in mijn wiel moest zitten. Over de hele dag was denk ik Frank de beste. We waren beiden kopman. Ik weet zeker dat hij mij had geholpen als ik was ontsnapt.“

En over zijn vorige baas: “Dit voelt zeker wel als een revanche, een heerlijk gevoel.“

Natuurlijk had Kroon ook oog voor de problemen waar de Rabo-formatie mee kampte. Het is een thuiswedstrijd en dus moest de verantwoordelijkheid worden genomen. De vroeg ontsnapte renners Bram Schmitz, Erwin Thijs en Michael Albasini moesten door inspanningen van bijna de gehele Rabo-formatie worden ingehaald.

In de finale ontbraken de krachten, alleen Boogerd kon met een derde plaats - zijn zevende podiumplaats in Limburg in acht jaar - tevreden terugkijken. “Boogerd zat in een web gevangen. Hij had geen steun van ploeggenoten. Ja, eigenlijk zat ik vorig jaar ook gevangen. Heerlijk om nu met gelijke kansen in de finale te kunnen rijden“, aldus Kroon.

Winnaar Schleck was - hoe kan het anders - vol complimenten over Kroon en zijn andere ploegmaten. Vorige week won zijn Zwitserse ploeggenoot Fabian Cancellara nog de kasseienklassieker Parijs-Roubaix. “Wij vormen momenteel het sterkste team van de wereld, vooral omdat wij niet alleen coureurs maar ook vrienden zijn“, zei Schleck. “Ik had Karsten ook de zege gegund. Hij was zo gemotiveerd na alles wat er gebeurd is. Hij kent het parcours natuurlijk als zijn broekzak.“

De 26-jarige Luxemburger had het de afgelopen dagen rustig aan gedaan, nadat hij in de Ronde van Baskenland was gevallen. “Ik wist even niet meer wie ik was“, zei hij over zijn hersenschudding.

Boogerd moest zondag constateren dat zijn ploeg in de Limburgse heuvels inderdaad niet sterk genoeg was. Met name bij Freire ontbrak de kracht om tot aan de finale mee te kunnen doen. “Voor mij was het ook een verrassing dat ik als enige in de kopgroep zat. Oscar reed de afgelopen week erg goed in Baskenland.“ Freire en ook Thomas Dekker, die zich opofferde voor het teambelang, zaten in de finale in de tweede groep. “Daarom kreeg ik te horen dat ik niet mocht rijden. Als ik ergens een hekel aan heb is dat het wel“, zei Boogerd. “Het was natuurlijk logisch, want anders had ik een groep met drie man van T-Mobile en de snelle Paolo Bettini naar de finish gebracht.“

Natuurlijk had Boogerd, die nauwelijks nog last zei te hebben van zijn voetbreuk, liever gezien dat ook andere ploegen hun verantwoordelijkheid hadden genomen. “Ik vind dat als je een vedette hebt, dat je dan als ploeg ook een mannetje moet bijzetten in de achtervolging.“ Nu werden naast Dekker en Freire ook Erik Dekker en Juan Antonio Flecha voortijdig geofferd.

Ploegleider Breukink wilde als verantwoordelijke voor de strategie de inspanningen bij de verschillende achtervolgingen zoveel mogelijk minimaliseren. “Je weet dat je kritiek krijgt als je niet wint. Maar ik spreek tegen dat we met onze strategie iedereen hebben opgeofferd. Je zag misschien wel zes of zeven man bij ons steeds voorop rijden, maar alleen de eerste en misschien de tweede vangen meer wind. Voor de vijfde renner geldt dat niet.“

Ook in dit geval verschilde zijn oud-werknemer Kroon met hem van mening. “Ik rij veel liever in het peloton dan als vijfde. Vooraan vang je echt meer wind. De Rabo's hebben zichzelf de nek omgedraaid.“

    • Erik van der Walle