De rest van de wereld tegen Theo Bos

Baanrenner Theo Bos was met twee wereldtitels (keirin, sprint) een klasse apart bij de WK in Bordeaux. De komende jaren wordt het de rest van de wereld tegen Bos.

Theo Bos viert zijn tweede achtereenvolgende wereldtitel in Bordeaux, op de sprint. Foto AFP Baanrenner Theo Bos wint in Bordeaux twee wereldtitels Sport: pagina 15 The Netherlands' Theo Bos celebrates after winning the Men's Sprint Final during the UCI Track Cycling World Championships in Bordeaux, 16 April 2006. AFP PHOTO / Jean-Pierre MULLER AFP

Theo Bos houdt thuis op zijn computer al sinds 2001 precies bij tegen wie hij heeft gereden. Achter een gewonnen race zet hij een “plus', een nederlaag krijgt een “min'. De wereldkampioenschappen in Bordeaux waren wat dat betreft ook statistisch gezien een feest voor hem; de rassprinter won al zijn individuele races en hoeft deze week louter “plusjes' in te tikken. Tekenend voor zijn grootse vorm was dat hij zelfs in de race die hij verloor - de teamsprint met Teun Mulder en Tim Veldt - nog de snelste ronde van het hele veld reed.

Afgaand op zijn prestaties in het Velodrome in Bordeaux wordt het de komende jaren de rest van de wereld tegen Theo Bos op de sprintafstanden. Na zijn magistrale zege in de keirin-finale, vrijdagavond, won hij zondagmiddag ter afsluiting van het toernooi ook het koningsnummer, de sprint. De 22-jarige Bos haalde daarmee zijn vierde regenboogtrui. In 2004 won hij de sprint ook al eens, in 2005 was hij de beste op de kilometer.

Die laatste titel verdedigde hij niet in Bordeaux omdat het onderdeel is geschrapt als olympische discipline. En Bos stelt zich daarin onverbiddelijk op. Zijn heilige graal staat in 2008 in Peking - wat rest is de weg er naar toe.

Toch was hij niet minder tevreden dat hij in Bordeaux en passant revanche nam voor zijn olympische nederlaag in Athene (2004), waar hij in de sprintfinale werd verslagen door de Australiër Ryan Bayley. Nu bleef Bos de Australiër ruimschoots de baas in de achtste finale. Ook de andere concurrenten konden alleen maar een diepe buiging maken voor Bos. Vooral de wijze waarop hij de races naar zijn hand zette was indrukwekkend. “Het ziet er allemaal heel simpel uit, maar hij is de meest complete renner die er rondrijdt“, zei bondscoach Peter Pieters over zijn pupil, die in de finale twee keer overtuigend won van de oersterke Brit Craig Maclean.

De ene keer liet Bos het aankomen op een korte sprint, de andere keer gaf hij de voorkeur aan een lange sprint, soms nam hij zelf het initiatief, en de volgende keer liet hij zijn tegenstander de sprint aantrekken; het resultaat was elke keer hetzelfde. “Ik probeer altijd mijn tegenstander te laten doen wat hij het minst prettig vindt“, zei Bos, die zelf niet vindt dat hij boven de rest van het veld uitsteekt. “Zo lang sta ik nog niet aan de top.“

Bos had in de aanloop naar de WK uitgebreid met Veldt, met wie hij dagelijks traint in Alkmaar, gefilosofeerd over het verloop van de WK. “Dan kwamen we doodop thuis van een training, en dan zeiden we tegen elkaar: ik kan me niet voorstellen dat iemand zich zó goed heeft voorbereid als wij.“ Veldt zei naderhand dat hij kippenvel had gekregen van de manier waarop Bos heerste. “Hij straalt zóveel uit als hij op de fiets zit“, zei Veldt. “Ik leef heel erg met hem mee. Ik weet hoeveel hij er elke dag voor doet.“

Die voorbereiding bestaat uit trainen, zo gezond mogelijk eten en heel veel slapen. “Rusten is de beste training“, is tegenwoordig zijn belangrijkste uitgangspunt. “Je kunt het vergelijken met een jachtluipaard“, legde hij met zichtbaar plezier aan de media uit in Bordeaux. “Die slapen de hele dag, geeuwen als ze honger hebben, trekken een sprint tot 115 kilometer per uur, pakken hun prooi, eten, en gaan dan weer slapen.“

Maar het wielerleven van Bos heeft naast die basisbehoeften nog een extra dimensie: hij verslindt alles wat hij kan vinden over tactiek, techniek en de geschiedenis van het baanwielrennen, zoals over de legendarische Nederlandse baanwielrenner Piet Moeskops uit Loosduinen, die in de jaren twintig vijf keer wereldkampioen sprint werd. “Moeskops verloor wel eens expres een race, zodat anderen dachten dat ze een zwakke plek hadden gevonden“, wist Bos. “Je moet iemand aanpakken op zijn zwakke plek. Daar ben ik altijd naar op zoek.“ Bos analyseert ook oude baanraces op video - met als summum de halve finale van de sprint op de WK in 2000 tussen de Fransman Laurent Gané en de Italiaan Roberto Chiappa. “Die race had alles wat baanwielrennen mooi maakt. Ik heb die band vorig jaar nog bekeken.“

Bos was dan ook blij dat hij tijdens zijn triomftocht in Bordeaux voor het eerst de kans kreeg tegen Chiappa te rijden. “Hij was mijn voorbeeld, een van de redenen om op de baan te gaan wielrennen. Chiappa doet echt alles om te winnen.“ Dat Chiappa destijds die halve finale verloor van Gané, en vervolgens tijdens de ereronde zijn Franse tegenstander bewust tegen de vlakte fietste en uit het toernooi werd gezet, deed volgens Bos niets af aan Chiappa's status. “Hij is een lefgozer, heel dominant op de baan. Prachtig.“

Maar Bos was ook in zijn races tegen de Italiaan, in de kwartfinale, slimmer en sneller en maakte twee keer korte metten met zijn idool. Bos: “Ik keek niet tegen hem op, want ik weet dat ik sneller ben. Onze generatie rijdt gewoon harder dan zijn generatie ooit heeft gereden“, zei hij nuchter.

    • Rob Schoof