Zelfs God gaat er in zaken

Nigeria, een mislukte staat. Armer dan Afrikaanse landen zonder olie. De olierijkdom verdeelt en verscheurt het land. Maar zonder olie was Nigeria al uiteengevallen. Boosdoener en bliksemafleider is Shell.

Een slapende oliebron van Shell in Ogoniland is eind maart lek geslagen. Foto Reuters A wellhead belonging to Shell Oil releases oil into the air at a facility at Kegbara Dere in Ogoniland, in Nigeria's volatile Niger Delta March 25, 2006. The Nigerian arm of Anglo-Dutch oil major Royal Dutch Shell said on Saturday it had detected an oil spill at a dormant wellhead in the Ogoni area of Rivers state. Picture taken March 25, 2006. REUTERS/Austin Ekeinde Reuters

Het bamboebos ruikt naar een garage. In het waterstroompje kleven plakken olie. Een vrouw strijkt het glinsterende vliesje olie weg en laat haar jerrycan vol drinkwater lopen. Milieudeskundige Emmanuel Adefuli wijst naar de oliepijp van Shell die twee keer barstte. 'Ieder jaar vinden er in de Niger-delta 300 breuken plaats in leidingen van Shell.' Een jaarrapport uit 2004 van Shell bevestigt het aantal lekken. Het bedrijf klaagt over 'een vijandige bevolking die ons vaak de toegang ontzegt om de lekken te repareren'. Volgens Adefuli wordt slechts de helft van de vlekken in het landschap weggewerkt en in een kwart van de gevallen de kwaliteit van de grond hersteld.

Zelfs God ging in zaken in de delta. Adefuli behoort niet tot de vele militante actiegroepen tegen de oliemaatschappijen. Zijn kerkelijke organisatie vertegenwoordigt twee religieuze groepen in Engeland en in Amerika, met miljarden dollars aan belegd vermogen in Shell. 'De aandeelhouders wilden het slechte aanzien van Shell in Nigeria verbeteren en sociale en milieuprojecten opzetten in de delta', vertelt Adefuli. 'Daarom werd onze groep opgericht.'

In het dorpje Biara, stroomafwaarts van de lekkage, smaakt het water naar olie. Adefuli schudt afkeurend het hoofd. 'De aannemer werkzaam voor Shell voerde hier een slechte en goedkope klus uit, hij belazerde Shell', oordeelt hij. 'Hij liet de grond wat omspitten zonder de vervuiling te verwijderen.' Shell treft volgens hem ook blaam. 'De pijpleidingen zitten in dit gebied al sinds het begin van de oliewinning in 1958 in de grond. Volgens internationale milieuregels dienen de pijpen iedere vijf jaar te worden gecontroleerd en iedere vijftien jaar te worden vernieuwd.' Een woordvoerder van Shell ontkent deze regels te negeren.

Oliewinning in een mislukte staat leidt tot milieuverontreiniging, corruptie, sociale onrust en uiteindelijk geweld. In Nigeria en rondom de olievelden in de Niger Delta draait alles om de controle en de verdeling van de gigantische geldfortuinen. Shell, als grootste exploitant in Nigeria, kreeg de rol opgedrongen van een alternatieve overheid. 'Alle problemen hebben te maken met de vraag wat de staat nog voorstelt in Nigeria', zo drukt een woordvoerder bij het oliebedrijf het uit. 'Je kan ons niet van alles de schuld geven.'

In hun streven een graantje mee te pikken van de oliewinning gingen bewoners van de Delta vaker leidingen lek steken, om compensatie af te dwingen van de oliemaatschappijen of om illegaal olie af te tappen. Kan Shell verantwoordelijk worden gesteld voor de milieuschade door deze afpersing? Adefuli weegt zijn antwoord niet. 'Wie schuld heeft aan de lekkages doet er niet meer toe', zegt hij onmiddellijk. 'De gevolgen zijn altijd rampzalig. Een lek veroorzaakt door sabotage van bewoners in het ene dorp, treft vele dorpen elders. De vervuiling is het gevolg van de oliewinning in een dichtbevolkt gebied waar de overheid niet voor recht en orde zorgt. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de Nigeriaanse regering en de oliemaatschappijen.'

Bijna vijftig jaar oliewinning heeft van de Niger Delta een kruitvat met boze bewoners gemaakt. Het uitgestrekte gebied van kreken, jungle en idyllische eilandjes veranderde in de afvalhoop van Afrika. Rondom de industriestad Port Harcourt, eens de tuinstad van Nigeria geheten, fakkelen metershoge gasvlammen die zwarte wolkjes vormen. Volgens plannen van Shell zullen de nu een halve eeuw brandende gasvlammen over twee jaar zijn gedoofd, maar nu dragen ze nog steeds meer bij aan het mondiale broeikaseffect dan de uitstoot door heel Afrika tezamen. Op de golfplaten daken ligt een laag zwart roet; wie na een dagje lopen in Port Harcourt de vingers door de haren haalt, heeft smurrie aan zijn handen.

De woede bereikte alle uithoeken. Boosdoener en bliksemafleider is Shell. Militanten gingen buitenlanders werkzaam in de olie-industrie gijzelen. Een vissersvrouw werpt haar net in het rimpelloze water. Ze heeft nog niets gevangen. 'Meneer, de vissen zijn gestorven. En als ik al iets vang, dan smaakt de vis naar olie. Onze wereld is vernietigd. Als onze zonen willen vechten, houd ik ze niet tegen.' Iets verderop duwen de waterbewoners een boomstam tegen een geul waaruit olie vloeit.

In het nabijgelegen dorp neemt Agbodo Gbaseimo Ogurubebe Kenekene Kuro Agbe plaats op zijn troon, een modern bankstel met hoge poten in de vorm van grommende leeuwen. Hij is de monarch van het Ekeremor-koninkrijk in de kreken. 'Zou uw koningin in zo'n paleis willen leven?' vraagt hij retorisch. 'Shell zorgt niet goed voor ons, wij eisen ons aandeel in de oliewinning.' Het tapijt in zijn paleis stinkt, vocht trekt het plafond krom. 'Onze jongeren zijn ontwaakt, zonder vechten krijg je niets in Nigeria.' De wijze ouderen van het hof knikken.

Zijn klaagzang over het welvarende verleden met rubber, palmolie, cacao en respect voor ouderen kent geen einde. Dan volgen de eisen: wegen, scholen, schoon leidingwater, elektriciteit, een universiteit. Zijn koninkrijk wordt doorkruist met pijpleidingen van Shell. 'Waarom is mijn jeugd dan werkloos, waarom vangen onze vrouwen vergiftigde vis, waarom verliezen de oude mannen hun gezag?'

Oefent hij nog controle uit op de boze jeugd en de militanten? De raadgevers turen in de ruimte, de monarch mompelt. 'Wij spreken ons uit tegen de gijzelingen van buitenlanders. En vertellen de militanten de gijzelaars niet te deren.' Een beklemmende stilte. En dan spreekt plots weer de geestkracht van de voorvaderen in zijn stem. 'Door mijn invloed kon u veilig reizen', zegt hij krachtig. 'Ongedeerd voer u door de kreken van mijn koninkrijk.'

Professor Joe Alagoa bestudeert in Port Harcourt de geschiedenis van zijn Ijaw-volk, het grootste van de Delta en met meer dan tien miljoen zielen de op drie na grootste stam van Nigeria. De olierijkdom corrumpeerde ook de stamhoofden. 'Het meest verschrikkelijke dat de olie heeft gedaan is het opbreken van de traditionele structuren', meent de hoogleraar. 'Jongeren willen niet meer naar school, ze sluiten zich aan bij de militanten om geld te kunnen afpersen. De olie bracht ons niet alleen milieuverontreiniging, het verontreinigde onze geest.'

De professor omschrijft de Ijaws als 'wanhopig'. 'We smachten naar nationale helden', vertelt hij. Eind jaren zestig begon de politieagent Isaac Jasper Boro een opstand en riep een onafhankelijke Delta republiek uit. De rebellie hield slechts één week stand, maar zijn figuur nam messiaanse proporties aan, hét voorbeeld voor alle activisten in de Delta. 'Hij geeft ons nog een sprankje hoop', zucht Alagoa. De droom van de eigen Delta-republiek.

Nigeria is een mislukte staat, een failed state. Scholen, universiteiten, ziekenhuizen, het rechtssysteem en de politie functioneren niet of slecht. In Nigeria kan iedere dag de politie slaags raken met het leger en de vliegtuigbrandstof op zijn op het vliegveld, autowrakken kunnen dagen op drukke kruispunten blijven liggen. Met hopeloze files in steden, met politici die hun aanhang kopen en alleen voor zichzelf zorgen, met vele gewetenloze miljonairs en talrijke goed boerende buitenlandse zakenlui. Olie verdeelt en verscheurt Nigeria. Zonder de olie was het mogelijk al uiteengevallen.

Het merendeel van de ruim 120 miljoen Nigerianen leeft in de diepste ellende, een grotere armoede dan in andere Afrikaanse staten zónder olie. Het percentage Nigerianen onder de armoedegrens is sinds de onafhankelijkheid in 1960 meer dan verdrievoudigd tot boven de 70. Wanbeleid, hebzucht en corruptie maakten de door de staat gestuurde ontwikkeling welhaast onmogelijk.

Van een plaatselijk milieuconflict groeiden de problemen in de Delta uit tot een internationale veiligheidscrisis, waarbij de aanvoer van olie naar het westen op het spel staat. De drie grootste bevolkingsgroepen van de Delta - de Ijaw, de Itsekiri en de Ogoni - worden zich bewust van hun machtspositie. Hun woongebied levert 83 procent van de staatsinkomsten en de Verenigde Staten kopen in toenemende mate Nigeriaanse olie. Een gijzeling, een aanval op een olie-installatie, één schot afgevuurd in de Delta, en de onrust wordt gevoeld op de olietermijnmarkten van Londen en New York.

'We denken op de goede weg te zijn, want we hebben onze contacten met de bewoners verbeterd', zegt een woordvoerder van Shell over de sneloplopende spanningen in de Delta. Het bedrijf bouwde schooltjes, wegen en bruggen; het probeerde de onvrede weg te masseren met geld voor corrupte stamhoofden; het financiert sinds enkele jaren verscheidene niet-gouvernementele organisaties. En de tijdbom blijft tikken.

De vreedzame acties uit de jaren negentig van milieuactivisten maken plaats voor het verzet van militanten in de Delta. Zij vallen olie-installaties aan, bestoken regeringssoldaten met modern wapentuig en nemen buitenlanders in gijzeling. Doelwit zijn niet alleen werknemers van ondernemingen werkzaam voor Shell, Agip en ExxonMobil, maar ook van bagger- en scheepvaartbedrijven. De militanten werken samen met corrupte politici en hoge militairen van de regering. Oliebedrijven overwegen om zelf te gaan betalen voor alle militaire en politiebeveiliging.

Het illegale bunkeren vormt de financiële voedingsbodem van het gewapende geweld. Militanten in de kreken helpen met het aftappen van olie uit de pijpen naar middelgrote boten en vervolgens naar voor de kust gelegen tankers. Per jaar verliest de staat op deze wijze een geschatte 2 miljard dollar (1,64 miljard euro). De betaling aan de militanten geschiedt deels met wapens.

De politici maken gebruik van de militanten. Zij schakelden hen bij verkiezingen in 2003 in om tegenstanders te intimideren of te elimineren. 'Een kartel van leugenaars', noemt milieudeskundige Emmanuel Adefuli de samenwerking tussen overheid, politici, militairen en oliemaatschappijen. 'Van dat kartel maken de militanten inmiddels ook onderdeel uit.' Volgend jaar is weer verkiezingsjaar: 'Door buitenlanders te gijzelen roeren de militanten nu extra de trom. Ze adverteren zich voor de politici, opdat ze straks door hen worden ingehuurd voor de verkiezingsstrijd.'

Iedereen speelt een dubbelrol in de Delta, een ingewikkeld steekspel met groot geld als inzet en de bevolking als speelbal. Everest Owei is president van de Beweging voor de Overleving van de Etnische Nationaliteiten in de Niger Delta (Mosend). Hij is een militant, tevens pastoor, musicus en zakenman. Owei geeft een onvervalst staaltje van Delta retoriek: 'Bedrijven kopen een olieconcessie in ons woongebied. Beseffen ze dat er in die concessieterreinen mensen wonen, hebben wij geen rechten?' Hij spreekt alsof hij preekt in zijn Welzijnskerk. 'Wij trainen in de bush om te vechten. We gijzelen, maar doen ze geen kwaad hoor. We willen ze alleen maar de ellende van de Delta tonen.'

Zijn telefoon rinkelt. Een vertegenwoordiger van de Duitse aannemer Julius Berger belt. Julius Berger doet al jaren goede zaken met de militaire en politieke elite van Nigeria. 'Zeker, we kunnen zaken doen', roept Owei door zijn mobieltje. Julius Berger levert materiaal voor een oliebedrijf maar vreest de militanten in de kreken. Het bedrijf van Owei belooft de schepen van Julius Berger te beschermen tegen de militanten, dezelfde militanten die hij vertegenwoordigt in zijn actiegroep.

Ook Shell toont zich verward over wat er zich afspeelt in zijn concessies. 'Het is heel goed mogelijk dat zij die voor ons werkten als aannemers nu goede contacten onderhouden met de militanten die gijzelingen uitvoeren.'