Waar uw miljarden opduiken

De twee grootste Nederlandse pensioenfondsen beleggen grotendeels in dezelfde bedrijven. Maar PGGM durft wat meer risico's te nemen dan ABP.

Superbelegger ABP, pensioenfonds voor ruim een miljoen leraren en ambtenaren, durft minder risico's te nemen met zijn grote aandelenpakketten. Maar 'kleinere' broer PGGM, pensioenbelegger voor ruim een miljoen werkers in de bedrijfstakken zorg en welzijn, neemt juist meer risico's met zijn individuele aandelenbeleggingen.

De tien grootste aandelenbeleggingen van PGGM, zo blijkt uit het afgelopen week verschenen jaarverslag, zijn in 2005 ten opzichte van de hele aandelenportefeuille met een procentpunt gegroeid, naar 10,9 procent. De top-10 is goed voor ruim 3,6 miljard euro. De top-10 van ABP is juist gekrompen, tot 8,3 procent (6 miljard euro) van de portefuille ten opzichte van de laatst gepubliceerde cijfers, die uit 2003 dateren. Toen vormde de top-10 ruim elf procent van de portefeuille.

Waarom neemt ABP minder risico's? Angst voor boekhoudschandalen? Of voor dure overnames?

'Ik weet het niet. Ik zit hier nog maar een jaar', zei topbelegger Roderick Munsters vorige week bij de presentatie van ABP's jaarverslag aan de media. Maar niet getreurd, volgend jaar, beloofde hij, heeft hij wel een antwoord.

Munsters is sinds 1 maart 2005 directeur beleggingen van ABP, Europa's grootste pensioenfonds, met een belegd vermogen eind 2005 van 191 miljard euro. Daarvoor was hij de topbelegger van PGGM, dat eind 2005 bijna 72 miljard euro vermogen beheerde. ABP en PGGM vertellen in hun jaarverslag hoe hun beleggingstop-10 eruit ziet: aandelen, vastgoed en beleggingen in effecten met een vaste rente (obligaties). In 2004 had ABP de top-10 samengevoegd tot een klassement met alle beleggingen. De aandelen vielen daar automatisch uit: te klein ten opzichte van de grote bedragen in enkele obligaties en vastgoed. Waarom ABP toen de zuinige opstelling verkoos is nooit helemaal duidelijk geworden, maar nu staan de aandelen weer op een rijtje: acht Amerikanse bedrijven en twee Europese. Veel van die namen heeft PGGM ook in portefeuille. De eenvormigheid heeft alles te maken met de beleggingsstijl van ABP en PGGM: de portefeuilles zijn deels gekoppeld aan de graadmeters van de mondiale aandelenmarkten. 'Exxon is de grootste onderneming in de S&P 500', legt Munsters uit. De S&P 500 is een breed samengestelde graadmeter van de Amerikaanse aandelenmarkt, en de Amerikaanse aandelenmarkt is op zijn beurt de grootste ter wereld. Onmisbaar jachtterrein voor de grootste pensioenbeleggers ter wereld, zoals ABP. De beursgraadmeters worden gedomineerd door grote bedrijven, en die komen weer uit de energie en farmacie. Munsters: 'Exxon was vorig jaar groot in onze portefeuille, is dit jaar groot en volgend jaar zullen we dat bedrijf nog steeds in de boeken hebben.'

PGGM doet het net iets anders: boven de grote namen staan twee eigen keuzes: Royal Dutch en ING, al jaren een PGGM-favoriet. Royal Dutch is een kanjer, ten opzichte van de hele portefeuille én ten opzichte van de beursgraadmeters.

Vormen PGGM's gegroeide individuele beleggingen ook grotere risico's? Het fonds vindt van niet. 'Hoewel zeer groot in absolute termen, zijn onze belangen in relatieve termen nog zo klein dat er nog steeds sprake is van een zeer goed gespreide aandelenportefeuille.'

Gezien de koerswinst van Royal Dutch vorig jaar en de samenvoeging van Koninklijke Olie en zusterbedrijf Shell Transport, moeten zowel ABP als PGGM hun belegging in het bedrijf overigens aanzienlijk hebben gekortwiekt. Hadden zij dat niet gedaan, dan was de waarde van hun Royal Dutch-aandelen nu nog veel groter geweest.

Veel beleggen blijkt ook samen te gaan met veel effectenhandel. ABP begon 2005 bijvoorbeeld met ruim 66 miljard euro aandelen. Door het jaar heen werd voor ruim 62 miljard euro verkocht en voor 56 miljard euro bijgekocht. Met obligaties is het traditioneel nog drukker: een beginstand van 55 miljard, verkopen ter waarde van 195 miljard en nieuwe aankopen voor 232 miljard euro.

Pensioenfondsen afficheren zichzelf als lange termijn beleggers, maar dat betekent niet dat zij effecten kopen en die maar vasthouden. De lange termijn slaat eerder op de keuze voor een breed scala beleggingen, waaronder investeringen die niet direct op een markt verhandelbaar zijn, zoals vastgoed en participaties in niet-beursgenoteerde bedrijven.

'Het volume van aan- en verkopen is hoog', erkent Munsters, maar ABP telt dan ook alles bij elkaar op, zegt hij. Van kwartaal op kwartaal wordt de portefeuille herschikt. Ook de aflossingen van effecten zitten in de cijfers alsof het handel is. Net als de effecten die worden uitgeleend en weer worden terugbezorgd.

Het volume is ook groot, omdat ABP en PGGM zich opstellen als een actieve belegger: eigen visie moet net wat meer opleveren, dan de automatische piloot van beursgraadmeters. De waardestijging van de top-10 is voor PGGM ook bewijs dat die aanpak loont. Vorig jaar boekten ABP en PGGM betere resultaten dan hun interne maatstaven, blijkt uit hun jaarverslagen. PGGM maakte op zijn aandelenbeleggingen 21,2 procent, ABP 20,8 procent. De topbeleggers zelf genieten mee. Else Bos van PGGM ontving een bonus van 33.000 euro, Munsters kreeg een gratificatie van 48.500 euro.

    • Menno Tamminga