Opinie

    • Youp van ’t Hek

Vrolijk Pasen

In de loop van mijn leven heb ik een kleine driehonderd brieven aan Gerard Reve geschreven. Nooit gepost uiteraard, maar daar ging het ook niet om. Ik had die brieven net zo goed aan iemand anders kunnen schrijven, maar dat bundeltje zou op den duur niet verkopen. Vandaar. Lieve Gerard gaat het heten en volgens mijn uitgever wordt het de cadeautip voor de komende Sint Nicolaas. De volledige titel wordt: Lieve Gerard, epistels aan een volksschrijver. Of ik na zijn dood gestopt ben met het schrijven van mijn brieven? Absoluut niet. Ik schrijf nog een week of wat door. Veel te leuk om hem te vertellen wat er allemaal gebeurt nu hij is heengegaan. Hoe ene Ad Fransen, een riolerig journalistje van HP/De Tijd, het nodig vond om ons kond te doen van een totaal demente Gerard, die vastgebonden in een kinderstoel zijn eten zat te prakken. En hoe ene Holman een gedicht verkrachtte door het te zingen en ook nog eens met twee vingers op een piano te begeleiden. De vertoning was ontluisterend en gênant. Kalou kan naar de rechter als hij komisch en commercieel wordt uitgebuit door een verzekeringsboer, maar als demente en/of dooie volksschrijver moet je alles over je kant laten gaan. Maar ik vrees dat Gerard op zijn ezeltje door de hemel rijdt en in overleg met de Heilige Maagd Maria wel iets regelt. Dat deze twee niksnutten minimaal een goede gordelroos krijgen. Een chique psoriasis zou ook nog kunnen. En wat te denken van een mooie niersteenaanval? Ik denk dat Gerard wel iets verzint.

Of ik naar Machelen ga? Ik zit er al. Ik dool in een matrozenpakje op de door de Postbank gefinancierde Vespa van zijn oude liefje Antoine Bodar door dit Belgische gehucht. In dit geval een meer dan symbolische scooter. Ik hang wat rond het verpleeghuis waar onze Gerard zijn laatste luiers vol poepte, wandel langs de oude pastorie waar hij zijn laatste dagen met zijn Joop sleet en heb vast een kijkje genomen in de kuil waar hij vanmiddag in gaat. Hij komt te liggen naast een jongen die op zijn achttiende verdronk toen hij een kind probeerde te redden. En in de plaatselijke frituur schrijf ik dit alles op. Ik vraag in mijn laatste brief aan Gerard of niet alle jongelingen op hun achttiende een heldhaftige verdrinkingsdood zouden moeten sterven? Ver voor het verval?

Of ik naar de teraardebestelling ga? Neen. Ik dool op dat moment in een tuincentrum van het prachtige Gent en verdiep mij in de diverse spades, grondboren en ander tuingereedschap. Want? Ik heb het plan opgevat om de heer Reve in de nacht van zaterdag op zondag op te graven, in mijn Volvo te laden en ergens anders te herbegraven. Het kerkhofhek zal knarsen, de roeken zullen fladderen, de maan zal me bijlichten en een zachte bries zal mijn kippenvel strelen. Voorzichtig zal ik de kist uitgraven, nog voorzichtiger in mijn auto laden en dan zal ik kiezen voor zijn oude Franse landgoed of een weiland bij Greonterp. Waarom? Omdat ik hem voor mij alleen wil hebben? Ook! Maar vooral omdat het me prachtig lijkt. In deze tijd discussiëren we met Rita Verdonk over de vervolging van homoseksuelen en bekeerde christenen voor wie in ons land geen plaats zou zijn. Gerard was beide. Én nicht én bekeerd! Dus het lijkt me prachtig als deze man op Paasochtend 2006 is verrezen! In een klap is hij het symbool van deze tijd.

De wereldpers zal toestromen en tot diep in de Oeral zal iedereen weten dat de grote volksschrijver is opgestaan! Machelen wordt een internationaal bedevaartsoord, de prachtboeken van de volksschrijver zullen de oplagen van Dan Brown verpletteren en Matroos Vos wordt de absolute held en hogepriester van de Reviaanse kerk. De Mariabeeldenindustrie maakt overuren, de kroontjespen wordt het symbool der Revianen en een rondje op een ezel door het Belgische dorp wordt de attractie voor alle toeristenkinderen. Gerard als de absolute Messias.

Of het moeilijk is iemand onvindbaar te herbegraven? Valt wel mee. Even Aruba bellen!

    • Youp van ’t Hek