Vrolijk mopperen over Cuba's vele onvolkomenheden

Yahíma is van baan veranderd. De 38-jarige Cubaanse is geen boekhoudster meer voor de gemeente Havana maar werkt nu als documentalist op een universitair onderzoeksinstituut. In haar salaris is ze er, omgerekend, twee euro op achteruitgegaan. Omgerekend verdient ze nu niet langer negen, maar zeven euro. Per maand. Maar het werk is wel veel leuker. Yahíma heeft een baan inclusief internet.

Als het werk het toelaat, surft de Cubaanse nu onbelemmerd over het web. Op het eiland, waar de staatszenders of de dunne communistische dagbladen vooral toffe Cubaanse tijdingen brengen, snoept Yahíma uitbundig van subversieve websites. 'Het is een hallucinerende ervaring. Ik reis gratis de hele wereld over en kom overal binnen', zegt ze.

De surfster is met haar nieuwe positie buitengewoon bevoorrecht. Particuliere aansluitingen zijn in het revolutionaire Cuba voor slechts zeer weinig mensen weggelegd. En toegang tot de spaarzame internetlokalen hebben slechts degenen die zich een prepaid-kaart kunnen veroorloven. Zo'n kaart, goed voor een uur surfen, kost 6 dollar. Het gemiddelde maandloon is 11 dollar.

Tegelijkertijd maken de nieuw verworven mogelijkheden Yahíma ook een beetje somber. 'Soms wou ik dat ik nooit op het web was beland', vertelt ze. 'Ik zit steeds meer te dromen en ben ambitieuzer geworden. Het internet wekt verlangen naar dingen die me onbekend waren en helaas onbereikbaar zijn.'

Het gaat beter op Cuba. Alle functionarissen vertellen het. Maar er is nog wel even te gaan voordat de heilstaat af is. Daarom dromen en kankeren de Cubanen voorlopig verder. En dat is maar goed ook, want geen volk ter wereld kan zo aanstekelijk vrolijk mopperen over de onvolkomenheden van het dagelijkse socialistische bestaan als het Cubaanse.

Neem nou Juan. Hij probeert Cubaanse muziek te verkopen aan een groep Duitse toeristen. Ze zitten op een terras te eten in het oude, fraai gerestaureerde deel van Havana. Het is de buurt waar je struikelt over de buitenlandse bezoekers. Op menige hoek speelt een orkestje. En om het ansichtkaartdecor te vervolmaken zitten er op last van de gemeente pikzwarte oude vrouwen in witte jurken grote sigaren te roken.

Juan woont in een van die vele pittoreske vervallen panden een klein stukje verderop. Zijn huis blijkt een enorme bouwval. De keuken is zo te zien lang geleden door een kruisraket getroffen. Juan lacht hartelijk om de opmerking en toont zijn kolossale, ruim zestigjarige Westinghouse-koelkast. Juan hoopt in aanmerking te komen voor de aanschaf van een van de 300.000 nieuwe ijskasten die Cuba onlangs in China heeft besteld. 'Die kan ik kopen via een maandelijkse afbetalingsregeling. Je betaalt dan ongeveer net zo lang totdat het Chinese exemplaar weer moet worden vervangen.'

Dan is het tijd voor het avondeten. Met zijn neef José deelt hij vier naakte witte bolletjes. 'Dit vinden de toeristen lekker brood omdat het zo fijn ouderwets smaakt', zegt José. 'Maar wij moeten die rommel elke dag eten. En er zit van alles te weinig in: er ontbreekt meel en zout.'

En dan beginnen de twee neven op te bieden met klachten. Juan stroopt zijn T-shirt omhoog en toont een rug vol rode pukkels. Uitslag van de Cubaanse zeep 'gemaakt van motorolie'. En José laat zijn versleten gympies zien. De neuzen blijken open te klappen. En om te verzekeren dat het leven waarlijk miserabel is, komen ze op de proppen met hun bonnenboekje. Daarmee kan elke Cubaan maandelijks een voedselpakket ophalen. Op tafel stapelen ze de recente vangst. Een zak bonen, rijst, suiker, linzen en cacaopoeder. En zes eieren en een halve kip. Daar moeten ze een maand mee doen.

Ze praten er alleszins blijmoedig over. Net zoals Miriam die in de grotdisco La Ayala van het kustplaatsje Trinidad een gesprek aanknoopt. Ze heeft Spaanse taal en letterkunde gestudeerd en werkt als docente in Cienfuegos. Maar daarvan kan de schoorsteen niet roken en omdat ze ook wel eens in de deviezenwinkels bijvoorbeeld een flesje Dolce&Gabbana-parfum wil kopen, jaagt ze langs de dansvloer op mannen.

Ook haar humeur lijkt er niet onder te lijden. Of ze gelukkig is? 'Zo'n categorische uitspraak is niet mogelijk. Een permanente staat van blijdschap bestaat niet. Maar we beleven allemaal gelukkige momenten. Ik dus ook', zegt ze. En dan draait ze zich om en begint onnavolgbaar met haar billen trillend op en neer te dansen. Zo meteen tolt ze door de vloer.

    • Marcel Haenen