Uitstoot broeikasgas groeit door

Veel geïndustrialiseerde landen lijken er niet in te slagen de uitstoot van broeikasgassen terug te brengen tot het niveau dat ze in 1997 in Kyoto hebben afgesproken.

In Canada is het hoge woord eruit. Minister van Milieu, Rona Ambrose, wil 'realistischer' doelstellingen voor het klimaatbeleid dan zijn afgesproken in het zogeheten Kyoto-protocol. 'Ik zal de Canadese belastingbetaler krachtig verdedigen', zei de minister vorige week. Canada is de afgelopen jaren niet minder broeikasgassen gaan uitstoten, maar meer. Het zou miljarden kosten om die ontwikkeling te keren, aldus Ambrose. Haar partij, de onlangs aan de macht gekomen Conservatieve Partij, is altijd gekant geweest tegen dure klimaatmaatregelen.

Canada is lang niet het enige land dat moeite heeft om te voldoen aan de afspraken die in 1997 in de Japanse stad Kyoto zijn gemaakt - het terugdringen van broeikasgassen in 2012 met ruim 5 procent ten opzichte van het ijkjaar 1990, waarmee voorkomen moet worden dat het klimaat op aarde ontregeld wordt. Zo meldde de Nederlandse regering donderdag dat ze volgend jaar tientallen miljoenen extra moet uittrekken om haar verplichtingen te voldoen - een paar maanden geleden leek het erop dat ook Nederland Kyoto niet zou halen.

Japan liet vorige maand weten zijn uitstoot van CO2 nog lang niet met 6 procent te hebben verminderd, zoals de bedoeling is. In tegendeel, sinds 1997 is de hoeveelheid broeikasgassen met 8 procent toegenomen. Een probleem is dat Japan al ruim dertig jaar werkt aan energiebesparing, waardoor het steeds moeilijker wordt om nog winst te behalen. De Japanse regering bedacht vorig jaar een besparingscampagne, 'cool-biz'. Kantoorpersoneel werd gevraagd het colbert uit te laten, stropdas af te doen en de airconditioning pas te laten draaien als de temperatuur binnen steeg tot boven de 28 graden. Sommige lokale overheden reageerden deze winter met een 'warm-biz' programma, waarbij de verwarming omlaag gaat en het personeel zich warm houdt met een jas of thermisch ondergoed.

Ook Nieuw-Zeeland, dat verantwoordelijk is voor niet meer dan 0,2 procent van alle broeikasgassen in de wereld, heeft de grootste moeite om de CO2-uitstoot op het niveau van 1990 te brengen, zoals in Kyoto afgesproken. De regering schrapte vorig jaar een van de belangrijkste gereedschappen in de strijd tegen broeikasgassen, een CO2-belasting. De Nieuw-Zeelandse regering wil nu emissierechten inkopen in andere landen. Zo kan om aan Kyoto worden voldoen zonder dat de hoeveelheid broeikasgassen in eigen land vermindert. Maar een probleem is dat Nieuw-Zeeland niet het enige land is dat zijn oog heeft laten vallen op emissierechten. De prijs is daardoor de afgelopen tijd bijna verdubbeld. Geschatte extra kosten: een half miljard dollar. Ook Nederland heeft gemerkt dat de concurrentie op de 'klimaatmarkt' toeneemt. Projecten in Oost-Europa en ontwikkelingslanden waarmee Nederland bezuinigingen in eigen land wil afkopen blijken veel duurder dan geraamd.

Veel landen in Europa, de grootste pleitbezorger van Kyoto, liggen ver achter op hun schema. De Europese Unie heeft zichzelf gecommitteerd aan een reductie met 8 procent ten opzichte van 1990. Die reductie is verdeeld over de lidstaten, afhankelijk van de situatie van de landen. Sommige EU-landen doen meer dan andere. Een paar landen met een achtergebleven industriële ontwikkeling, zoals Portugal en Spanje, mogen hun CO2-uitstoot zelfs laten toenemen. Dat wil niet zeggen dat ze dan aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Spanje bijvoorbeeld is gekapitteld door de Europese Commissie, omdat het inmiddels 41 procent meer uitstoot dan in 1990 - en niet 15 procent, zoals de bedoeling is. Het Spaanse ministerie van Milieu voorspelt dat de uitstoot in 2012 gegroeid zal zijn tot 49 procent boven het niveau van het ijkjaar.

De Spaanse regering lijkt niet van zins daar iets aan te doen. Maatregelen zouden, volgens het ministerie van Milieu, 20 miljard euro en 600.000 banen kosten en de inflatie fors laten stijgen.

De Britse premier, die van klimaatbeleid een speerpunt van zijn buitenlandse politiek heeft gemaakt, moest in februari toegeven dat hij zijn eigen doelstellingen niet haalt. Groot-Brittannië moet op basis van Kyoto 12 procent reduceren en Blair zelf deed daar een paar jaar geleden nog een schep bovenop met de toezegging van een reductie van maar liefst 20 procent. Nu blijkt dat de Britten amper 11 procent halen.

Veel van de landen die nu in de problemen komen, kijken verlekkerd naar de Verenigde Staten. President George Bush wees het Kyoto-protocol meteen na zijn aantreden in 2001 af, omdat het te duur zou zijn en de Amerikaanse economie onevenredig zou treffen. Recente cijfers van het Amerikaanse ministerie van Milieu (EPA), laten zien dat de CO2-uitstoot in de VS inmiddels is gestegen tot 23 procent boven het niveau dat in Kyoto voor de VS is afgesproken. Veel landen vragen zich af waarom de grootste vervuiler buiten schot blijft, terwijl zij veel geld moeten uitgeven om hun doelstellingen te halen.

Critici menen dat de Amerikanen doelbewust het Kyoto-protocol proberen te ondermijnen. Dat zou ook de reden zijn voor het Asian-Pacific Partnership, dat door de VS in het leven is geroepen en waarin behalve de VS ook Zuid-Korea, Japan, China, India en Australië zitten. Deze club belooft economische groei én bescherming van het klimaat, zonder lastige eisen, voornamelijk door te vertrouwen op technologische vernieuwingen.

Daarmee zijn China en India - die in Kyoto-protocol als 'ontwikkelingslanden' nog buiten schot blijven - uit het kamp gehaald van degenen die willen praten over een vervolg op het Kyoto-protocol voor de periode na 2012 voor álle landen. Want iedereen is het erover eens dat een volgend klimaatverdrag niet zonder China en India kan. Zoals premier Blair onlangs zei: als de stekker uit Australië wordt gehaald, is de reductie die dat oplevert in tien maanden tenietgedaan door de economische groei in China.