Tsjaad dreigt met uitzetting van 200.000 Soedanezen

De Tsjadische president Idriss Déby heeft gisteren gedreigd de 200.000 Soedanese vluchtelingen in zijn land de grens over te zetten, als er niet voor eind juni een oplossing komt voor de crisis in de West-Soedanese regio Darfur. Ook heeft hij de diplomatieke betrekkingen met het buurland Soedan verbroken.

Een door het regeringsleger gearresteerde rebel is flauwgevallen. Hij werd met meer dan 200 anderen op een plein in de hoofdstad N’Djamena getoond aan het publiek. Foto Reuters A captured Chadian rebel faints as the government parades around 160 prisoners in the middle of the capital N'Djamena April 14, 2006. Chad's government on Friday paraded captured rebels it said were recruited by Sudan as N'Djamena recovered from a surprise raid by insurgents fighting President Idriss Deby. REUTERS/Claire Soares Reuters

Volgens Déby steunt Soedan de rebellen die donderdagochtend een aanval deden op de Tsjadische hoofdstad N'Djamena. Na een strijd van enkele uren verdreef het leger de rebellen uit de stad.

Tsjaad heeft Soedan er eerder van beschuldigd dat het de oorlog in Darfur naar Tsjaad exporteert. Het regime in Khartoum laat de rebellengroepen die samenwerken in het Verenigd Front voor Verandering (FUC), vanuit Darfur opereren. Ook steunt Soedan de rebellen met wapens en geld.

President Déby verweet de internationale gemeenschap gisteren dat ze niet daadkrachtig heeft opgetreden tegen de Soedanese agressie. Hij stelde de Verenigde Naties een ultimatum: als ze niet binnen anderhalve maand een regeling treffen om een eind te maken aan het geweld in Darfur, zullen zij moeten opdraaien voor de 200.000 Soedanese vluchtelingen die al ruim twee jaar een veilig heenkomen vinden in Tsjaad.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties had de aanval van de rebellen donderdagavond al scherp veroordeeld. De raad had Tsjaad en Soedan ook opgeroepen de wederzijdse vijandelijkheden te staken en zich te houden aan de afspraken over niet-inmenging in binnenlandse aangelegenheden van buurlanden die ze op 8 februari in de Libische hoofdstad Tripoli hebben gemaakt.

Volgens de Tsjadische autoriteiten zijn bij de aanval van donderdag op de hoofdstad zeker 350 mensen gedood. Daarbij gaat het om rebellen, regeringssoldaten en burgers. Een onderverdeling werd niet gegeven. In totaal werden 271 rebellen gevangen gehouden. Ze werden gisteren op een van de grote pleinen in de hoofdstad aan de pers getoond. Velen van hen bleken Soedanese vluchtelingen die door Tsjadische rebellen waren gerecruteerd.

De Tsjadische regering deed er gisteren alles aan om de indruk te wekken dat ze het land weer volledig onder controle heeft. De president beloofde dat de presidentsverkiezingen van 3 mei gewoon doorgaan. Hij zei dat de rebellen een vernietigende slag is toegebracht.

Maar volgens een website die zich opwerpt als spreekbuis van de rebellen, zijn de opstandelingen zich aan het hergroeperen. Ze kondigen een nieuwe aanval op de hoofdstad aan vóór 3 mei.

De positie van Déby is het afgelopen jaar sterk verzwakt. Hij verloor binnenlandse en buitenlandse steun. Zijn bewind kampt ook met geldgebrek.

Tsjaad heeft een militair samenwerkingsverband met Frankrijk, tot 1960 de koloniale heerser. Maar de 1.350 Franse militairen die in Tsjaad zijn gelegerd, waken alleen over de Franse belangen in het land. Ze voerden gisteren wel verkenningsvluchten uit om de posities van de rebellen in kaart te brengen.