Ségolène Royal lijkt onstuitbaar

De Franse crisis over de inmiddels ingetrokken arbeidswet voor jongeren heeft de linkse oppositie goed gedaan. Maar wat wil links zelf? Ségolène Royal, ex-minister en parlementslid uit het district Deux-Sèvres, weet het antwoord.

Ségolène Royal, parlementslid voor het departement Deux-Sèvres, verklaart bijna dagelijks met een woordje meer of minder dat ze wellicht presidentskandidaat wil zijn. Foto AFP Segolene Royal, deputy of the Deux-Sevres department (French opposition Socialist Party), answers journalists' questions during the Shoe International Fair, 03 February 2006 in Paris. AFP PHOTO OLIVIER LABAN-MATTEI AFP

De Franse Parti Socialiste heeft deze week last van het oppositiesyndroom. Een oppositiepartij wint als de regering verliest - dus de stemming bij de PS is opperbest nadat de regering-Villepin zich gedwongen zag na wekenlange demonstraties het flexibele jongerencontract CPE op te geven. Maar nu de champagne op en uitgewerkt is, breekt de tijd aan van de lastige vervolgvragen. Wat wil de oppositie zelf eigenlijk? En kan iedereen het daar over eens worden?

Eerst de zegeroes. De PS krijgt deze keer volop credits voor het succes. De niet zo charismatische partijleider, François Hollande, heeft in en buiten het parlement goed geopereerd, volgens de commentaren van pers en publiek. Hij wordt bescheiden gevonden, efficiënt, en hij vindt de juiste toon. Hij wist met de vakbonden en studenten samen te werken - gunde ze ook van harte de hoogste plaats op het podium. En bereikte dat niet alleen alle socialisten, maar zelfs de vrienden op linkerflank - van de Communistische Partij tot de trotskisten en de Groenen - nu de eenheid aanhangen. Bijna alle PS-leiders paradeerden mee in de demonstraties, met achter zich de zo lastig te smeden coalitie van jeugd, ambtenaren en het management van het middenkader. Dat is juist het electoraat dat volgend jaar de linkse kandidaat aan de overwinning moet helpen.

Het schaadt eigenlijk niet eens dat Hollande bij zoveel eenheid een beetje een man van de zijlijn wordt. Want in de peilingen tekent zich steeds meer, ver boven hem uit, één topkandidaat af voor de presidentsverkiezingen. Dat is de 52-jarige ex-minister Ségolène Royal, toevallig ook de levenspartner van Hollande. Deze week scoort zij voor het eerst virtueel hoger dan de UMP-leider en minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy. Zelfs ex-premier Lionel Jospin, het PS-zwaargewicht in de coulissen, maakt nauwelijks nog indruk als hij daar eens vandaan komt om zijn presidentiële allure te onderstrepen. Royal trekt alle aandacht naar zich toe. Vorige week was zij op één dag het omslagverhaal van vier weekbladen én de speciale gast in het meest bekeken achtuurjournaal, dat van TF1.

Maar nu die vervolgvragen. Hoe lang blijft de eenheid bewaard, en tegen welke prijs? De CPE-crisis legt opnieuw bloot dat de socialisten met een langdurige innerlijke verdeeldheid kampen. De meeste leiders, Royal incluis, zijn voorstander van een gematigde hervormingspolitiek, om de werkloosheid terug te dringen en in de pas met Europa te komen. Maar sinds de verkiezingen in 2002 winnen ze daarmee geen meerderheid onder hun aanhang meer, zoals vorig jaar nog bleek in het referendum over de Europese grondwet.

De CPE-betogingen maakten duidelijk dat linkse eenheid wél samengaat met een anti-hervormingskoers. Zelfs de gematigde partijwoordvoerder Julien Dray, die dicht bij Hollande en Royal staat, verklaarde deze week dat de betogingen hebben aangetoond dat vooral jonge kiezers verlangen naar een 'radicaal links tegen de liberale orde'. Volgens Dray 'moet de PS daar rekening mee houden'. In feite komt de PS zo steeds meer op de lijn te liggen van de - niet zo populaire - ex-premier Laurent Fabius, bekeerd anti-liberaal, tegenstander van de Europese Grondwet, en pleitbezorger van een 'frontale oppositie'.

De dissonant in deze linkse wending is, opvallend genoeg, Ségolène Royal zelf. In de CPE-crisis opereerde zij met 'grote discretie', zoals Le Figaro dat gisteren noemde. Ze bleef als enige PS-leider bij alle demonstraties weg, sprak niet in het parlement, gaf geen heet-van-de-naald-reacties op de hoogtepunten van de strijd. Haar concurrenten keken alleen al daarom met jaloezie toe hoe Royal vorige week rechtstreeks aan tafel in het tv-journaal de balans mocht opmaken van de CPE-crisis. Ze bleek de bladzijde al om te slaan, nog voordat de ontknoping begonnen was. Het CPE-conflict had een diepe democratische en morele crisis blootgelegd, analyseerde ze. Democratisch omdat hervormen eerst luisteren vereist naar de behoefte van de mensen - maar dat was niet gebeurd. Moreel omdat de jongeren wel 'nuttig willen zijn' maar niet begrepen worden.

Haar antwoord bleek geen programma, en niet anti-liberaal, maar een slogan. Ze is voor orde, maar 'rechtvaardige orde'. Praten over sociale modellen doet ze niet. 'Te mannelijk'.

Binnen de PS is veel wantrouwen tegen Einzelgänger en 'mediafenomeen' Royal. Maar ze lijkt onstuitbaar. Bijna elke dag verklaart zij met een woordje meer of minder dat ze waarschijnlijk wel presidentskandidaat wil zijn - en steeds is het weer nieuws. Ze wekt grote belangstelling met wat zij 'participatieve democratie' noemt: niet zelf ideeën lanceren, maar mensen laten spreken.

Sinds twee maanden heeft zij zo'n zesduizend bijdragen verzameld op haar website www.desirsdavenir.org, waar iedereen sinds vorige week kan meeschrijven aan het eerste hoofdstuk van haar dit najaar verwachte boek. En ze kiest andere onderwerpen dan haar concurrenten. De actuele vraag op haar site is deze maand niet hoe de jeugdwerkloosheid bestreden moet worden, maar de vraag: hoe kan de overgang van de lagere naar de middelbare school soepeler verlopen? Geen spoor meer van een oppositiesyndroom.

    • René Moerland