Schoolmanagers (2)

Als leraar scheikunde van een tweede klas vmbo geef ik les aan 29 leerlingen. Ik ben werknemer van een scholengroep die onderwijs verzorgt voor ongeveer vierduizend leerlingen. Vier lagen van managers en kaderfunctionarissen opereren boven mijn werkvloer en ik word ondersteund door een team van orthopedagogische medewerkers, remedial teachers, schoolmaatschappelijk werkers, counselors, intervisie-coördinatoren en ga zo maar door. Toen ik in 1987 als leraar begon op een school voor ivbo, werd ik aangestuurd door een directeur die samen met 19 leraren, een conciërge en een interieurmedewerker het onderwijs verzorgde voor ongeveer 200 leerlingen. We werden ondersteund door een orthopedagoog. De grootste groep waaraan ik in die tijd les gaf bestond uit 12 leerlingen.

Behalve de groepsgrootte veranderde sinds 1987 ook het niveau van mijn professionaliteit, althans zo beweert men. De werkzaamheden die voor mij sinds twintig jaar heel vanzelfsprekend zijn, worden tegenwoordig in een concept gegoten, in de jaarplanner opgenomen en digitaal geëvalueerd. Wat vroeger gewoon practicum was, noem ik nu mediërend leren. De middenkaderfunctionaris organiseert geen excursie, nee de leerlingen gaan op maatschappelijke stage en ik praat nu over competenties.

Ik heb last van bureaucratische aangelegenheden die worden gegenereerd door het management. Er wordt voortdurend gedacht over mijn functioneren en te pas en te onpas komt men met beleidsaangelegenheden die mijn dagelijks werk in de klas moeten optimaliseren.

Maar als hbo-plusser met 20 jaar ervaring ben ik heel goed in staat mijn onderwijs vorm en inhoud te geven. Van mij mag verwacht worden dat ik plan, uitvoer en evalueer. Als ik het nodig vind, dan verander ik mijn werkvorm en anders niet.

Karlijn en Kamal krijgen van mij te weinig aandacht en de 27 andere leerlingen ook. Een groep van 29 vmbo-leerlingen van 13 jaar is namelijk te groot. De ondersteuning en de aansturing die men mij biedt, verandert daar niet zo veel aan. In de interactie tussen mij en mijn leerlingen, daar ontstaat immers onderwijs en niet op de vergadertafels van de managementlagen. Mijn leerlingen hebben behoefte aan een leraar die aandacht kan geven, die rust uitstraalt en die werkt aan affectieve en vakinhoudelijke leerdoelen. Ik ben bang dat het optuigen van het management en de onderwijsondersteuning ten koste is gegaan van het primaire proces in mijn klas.

    • Pierre Diederen