Schipluiden - Overschie

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Zuid-Holland

Die trambrug moet gezien worden, dus gaan we middeleeuws Schipluiden uit, hedendaags Schipluiden in, op weg naar een ding uit 1900. We stappen langs de preutse gezelligheid van eengezinswoningen uit de jaren vijftig. Het is een buurt waar de benenwagen op zijn plaats is. Een buurt met ruimte, met licht en plantsoengroen, met een zowel vierkant als roestroze gemeentehuis en met als hart een heel oude school van heel oude baksteen. Rust, reinheid, regelmaat, regen. Heerlijk Holland. Schipluiden wil geen misverstanden, het houdt op waar het ophoudt. Weg huizen, hallo vlakland.

En de trambrug? Dat is een droom met klinknagels. Zakelijk en zilvergrijs koestert de boog zijn vakjes, vlak boven de Vlaardingervaart waar de golfjes mokkend hun ruggen krommen.

De regen krijgt steun van de stormwind. Alleen onze achterkanten worden nat, het wandelen is een eitje. Nu en dan is het droog en licht een wilde zon de boel op. Hij geeft het riet een spoeling van waterstofperoxide, veegt het gras met zuur en snijdt met een scheermesje de contouren van de wilgenrijen uit. Dat is mooi en hier komt het extra van pas, want de route verliest zich in een vlaag van wandelcorvee langs een golfterrein, smakeloos zoals alleen golfterreinen het voor elkaar krijgen - een en al steriel geheuvel en kale-takstruiken.

Daar is het weiland weer. Plat, vol leven en op spanning onder een verre skyline van hoogbouw. Mijn hoed waait in een sloot. Binnen een seconde kapseist hij, onderaan de overkant. Met een bliksemexercitie inclusief het overklimmen van twee hekken, lukt het man, mijn Clark Kent (It's a bird! It's a plane! No! It's Superman!), om hem op tijd op te vissen.

Spreeuwenwolken verwaaien, een minuscuul eendje zoekt zijn moeder. Een lepelaar overziet stram de sloten. Zijn lange nekveren waaien op. Hij heeft geduld, want hij verwacht iets van belang. In een moddersloot rust een fiets, één trapper steekt boven het wateroppervlak uit. 'Not waving but drowning', dichtte Stevie Smith.

Vier aangevreten zwanenlijken vragen om een treurzang. De vleugels zijn afgescheurd, die liggen verderop. Vossen? Een verkleumde vogelbeschermer wil het niet met zekerheid vaststellen. Hij is op inspectie: drie kievitsnesten trof hij leeg, maar 'er zijn andere over'. Hij moet zo denken, anders verliest hij de moed, denk ik.

Een lage horizontale wolkenslurf, hemelse buizenpost, belooft grof weer. Komt niet. De stormwind blaast hem weg. De wolken blanketten hun konten en laten blauw in hun midden toe. 13 km. Kaarten 6, 7, 8 uit: Oeverloperpad 1. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort, 2001. Vanuit Delft (halte CS) zijn begin- en eindpunt elk uur verbonden: bus 132 komt in Schipluiden (halte centrum), bus 129 in Overschie (halte De Lugt). Inl. tel. 0900 9292 of www.ov9292.nl

    • Joyce Roodnat