Puik pionierswerk

Ah! Een heruitgave volgens het boekje. Van een belangrijke plaat, die een kwart eeuw na dato opnieuw onder de mensen komt in een puik geremasterde editie. Met relevante bonustracks én uitgebreide hoesteksten, die het gebodene in het juiste kader zetten. Dat is uitgerekend in het geval van My Life In The Bush Of Ghosts geen overbodige luxe, want dit album werd destijds nogal gereserveerd ontvangen. Om daarna zijn plek in te nemen als een van de invloedrijkste platen van die kwart eeuw.

Brian Eno & David Byrne: My Life In The Bush Of Ghosts (EMI)*****

David Byrne was destijds voorman van Talking Heads, een van de belangrijkere groepen van die tijd, en Brian Eno was een kunstzinnig aangelegde 'non-muzikant' die als producer een steeds grotere greep op de muziek van de Heads kreeg. Byrne en Eno hielden zelf hun mond: de vocalen betrokken ze van obscure radio-uitzendingen van uitzinnige gebedsgenezers, gospelplaten, albums met etnische muziek. Dat was destijds geen alledaagse procedure, al schetst David Toop in het boekje keurig de voorgeschiedenis van zulke praktijken: van de experimenten met radio's en draaitafels van John Cage tot de evangelisten die ook al opdoken bij John Adams en Steve Reich.

Het bijzondere effect van die stemmen is nog altijd het meest verbluffende aan deze plaat. Als de duiveluitdrijver in The Jezebel Spirit teemt: 'Do you hear voices? You do, so you are possessed', lijkt hij ons, de verblufte luisteraars van decennia later, rechtstreeks aan te spreken. Even verderop, als Jezebel uiteindelijk zuchtend de bezeten vrouw verlaat of als de Libanese zangeres Dunya Yunis haar stem verheft over een betoverend duizend-en-één-nacht-ritme ('Regiment'), staan de nekharen weer recht overeind. Net als 25 jaar geleden.

Zo werd de wereld zich bewust van de kracht van de sample. Maar digitale apparatuur was nog niet ruim voorhanden, de fragmenten moesten met de hand ingestart worden en bleken steeds als bij toeval heel goed op de muziek bleken te passen. En die muziek is eigenlijk al net zo overrompelend, zij het ook al niet zonder precedent. Hoestekstschrijver Toop legt de verbanden bloot met de radicale ritmische vernieuwingen in de zwarte muziek (James Brown, Fela Kuti, Sly Stone, Miles Davis, dub, disco), die net zulke diepe sporen door My Life In The Bush Of Ghosts trokken als Afrikaanse ritmes en Arabische toonschalen.

Maar de manier waarop Byrne en Eno hun wil oplegden aan deze woest rondcirkelende ritmes, gehuld in vreemde, haast magische klankkleurbehandelingen, zorgt voor een volstrekt eigen signatuur. De verschillende vertakkingen van de elektronische muziek hadden er beslist anders bij gelegen zonder het pionierswerk op My Life In The Bush Of Ghosts.

Brian Eno & David Byrne: My Life In The Bush Of Ghosts (EMI)*****