Politieke charlatanerie

Het veelbesproken rapport van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over de islam bevat een visie die op veel punten radicaal anders is dan die van columnist Ellian. Als reactie een langere column dan normaal.

De titel van het WRR-rapport is problematisch: Dynamiek in islamitisch activisme. Aanknopingspunten voor democratisering en mensenrechten. Wat is 'islamitisch activisme'? De opleving van 'de' islam als politieke factor in de moslimwereld benoemt de raad met de term islamitisch activisme. 'Dit verwijst naar het streven van mensen voor wie de islam een belangrijke inspiratiebron is voor het inrichten van de hedendaagse politiek en samenleving. Islamitisch activisme is hier een koepelbegrip voor allerlei mogelijke doelstellingen en eisen, van het streven naar een (wereldomvattende) islamitische staat tot het tegendeel, namelijk het op islamitische gronden bepleiten van de scheiding van moskee en staat.'

Mensen als Mohammed B. die een wereldomvattende islamitische staat nastreeft en Abu Zayd die de islam wenst te hervormen, passen in het begrip islamitisch activisme. Net als Ayaan Hirsi Ali. Iedereen die redelijk kan nadenken, weet dat als de wetenschap met dergelijke definities gaat werken, zij ten dode is opgeschreven.

Maar deze tekst moet politiek en niet wetenschappelijk geïnterpreteerd worden. De definitie dekt het hele rapport: er zijn geen grenzen, ondanks hun verschillen dienen degenen die binnen de definitie vallen hetzelfde doel, namelijk het hervormen van de islam. Dus onderhandel met hen, vooral met degenen die de meeste vuurkracht hebben, te weten Hamas en Hezbollah.

U gelooft het niet? Lees dan dit citaat: 'De bevinding van het rapport is dat het islamitisch activisme wel degelijk aanknopingspunten biedt voor democratisering en mensenrechten.'

Ik ben zeer geïntrigeerd door het woord activisme, want dan denk je meteen aan dierenactivisten, milieuactivisten of vredesactivisten. Ze bestaan allemaal uit lieve en min of meer onschuldige mensen. Echter, Václav Havel waarschuwde al: 'Vandaag danst de EU naar Fidels pijpen. []En overmorgen kan ze haar besluiten over Tsjetsjenië laten bepalen door de adviseurs van Vladimir Poetin. [] Waar moet dit eindigen. [] Met een excuus aan Saddam Hussein? Met het aangaan van vredesbesprekingen met Al-Qaeda?' Dit hele rapport is doordrenkt van politieke charlatanerie.

De WRR voert niet in algemene zin een discussie over de (on)verenigbaarheid van de islam met democratie en mensenrechten. Dat zou ook weinig vruchtbaarzijn. Uiteindelijk zijn het niet de feitelijke teksten maar de interpretaties en de gedragingen van de aanhangers van een religie die bepalen of deze verenigbaar is met democratie. Maar er moet ten minste sprake zijn van een minimale tekst (koran, verhalen over de profeet) op grond waarvan men kan interpreteren. Nu begrijp ik het: de katholieken of de communisten zaten fout, met het katholicisme of het communisme als zodanig is niets mis. Zelfs de paus zal deze redenering niet kunnen volgen.

Het gaat hier om politiek; van wetenschappelijke nieuwsgierigheid kunnen we de opstellers niet beschuldigen. Want die nieuwsgierigheid zou het klimaat verpesten. Ergo, wanneer zij het over de politieke islam hebben, waar het uiteindelijk om gaat, schrijven ze over de ideeën van fundamentalisten zoals Muhammid Rashid Rida (1865-1935), en al-Banna (1906-1948). Waarom zouden we ons niet bezighouden met de teksten waarop deze aartsfundamentalisten zich baseren: de koran, verhalen van en over profeet Mohammed (Hadid), de eerste vier kaliefen, imam Shafi, Ibn Tyamiyya, al-Ghazali, Ibn Ishaq (de biograaf van Mohammed) enzovoort.

Wie heeft de politieke islam opgericht? Dat was niet bijvoorbeeld al-Banna, maar de profeet Mohammed: híj was een politicus, een leider, een koning, een rechter en een krijgsheer.

Het woord activisme versluiert de waarheid. In werkelijkheid moet een onderscheid gemaakt worden tussen de islam, politieke islam en moslims. De laatsten zijn, net als de katholieken, verenigbaar met alles, dus ook met de democratie. Maar de vraag is of de islam in zijn politieke, juridische verschijning - dus niet als een individuele geloofsovertuiging - verenigbaar is met democratie en mensenrechten.

Hiervoor citeren ze een aantal moslimdenkers onder wie Sorouch (Iran) en Abu Zayd (Egypte/Utrecht). Volgens het rapport gaat Abu Zayd ervan uit dat de koran als tekst moet worden behandeld. Hij wil de menselijke dimensie ervan zichtbaar maken. Belangrijke aspecten van de islam, inclusief sharia-scholen (rechtsscholen) zijn mensenwerk. 'Er is niets heiligs aan', dicht het rapport Abu Zayd toe.

Wel, dan zijn we klaar. Deze blijde boodschap moeten we aan 1,4 miljard moslims overbrengen. Eén probleempje: dit kan Abu Zayd niet in Egypte vertellen, vandaar dat hij als politiek vluchteling in Nederland verblijft, waar noch de islamitische cultuur noch de politieke islam overheerst.

Abdol Karim Sorouch (Iran) wordt ook als een hervormer genoemd. Sorouchs intellectuele ontwikkeling is vooral te danken aan zijn polemieken met seculiere intellectuelen als Akbar Gandji, die tot voor kort in de gevangenis van Teheran zat. Een van die polemieken wordt door de WRR, zonder de naam van Gandji te noemen, samengevat door te zeggen dat Sorouch onderscheid maakt tussen waarden van de eerste en de tweede orde.

Hoe ging dat debat? Gandji had de stelling van Sorouch bekritiseerd dat de islam, democratie en mensenrechten verenigbaar zijn. Daarop ontvouwde Sorouch zijn theorie: de islam bestaat uit essentialia en bijkomstigheden. De essentialia vormen datgene waarzonder een religie niet meer bestaat, en veranderen van essentialia leidt tot de ontkenning van de religie. Bijkomstig is datgene wat ook anders kan. De bijkomstigheden van de religie vloeien niet voort uit de essentie, ze zijn inwisselbaar zonder dat de essentialia van de religie hoeven te veranderen. Volgens Sorouch nemen de essentialia verschillende gedaanten aan. De sharia, het juridische systeem, behoort tot de bijkomstigheden. En dus kunnen ze anders worden gedefinieerd.

Het antwoord van Gandji op deze theorie luidt: 'We kunnen niet oordelen over datgene wat nog niet bestaat en nog moet worden opgericht.' Vrij vertaald zegt Gandji: u praat over een islam die er nog niet is, maar ik heb te maken met de islam zoals die er is. Dus, het ging niet om bijkomstige waarden, maar om de essentie.

Heeft de WRR, die beweert dat niemand de islam begrijpt, deze polemiek begrepen? Nee, want anders hadden de opstellers van het rapport deze niet in termen van waarden samengevat.

Bovendien komt Gandji tot de conclusie dat de islam zoals die politiek-maatschappelijk aan ons verschijnt, onverenigbaar is met mensenrechten en democratie. Moeten alle moslims de islam dus de rug toekeren om democraat te kunnen worden? Terecht schrijft Gandji 'nee'. Wat wel moet gebeuren, is dat de islam moet worden losgekoppeld van de staat. Sorouch mag in Iran al een aantal jaren niet meer doceren. Daarom werkt hij in Europa en Noord-Amerika. In het rapport wordt Gandji helemaal niet genoemd - dat kwam de onderzoekers waarschijnlijk beter uit.

Het onthutsende is dat de WRR op basis van deze debatten tot een wereldschokkende uitspraak komt: 'Uit voorgaande bevindingen blijkt tevens dat de opvatting niet houdbaar is als zou 'de' islam principieel onverenigbaar zijn met democratie en mensenrechten.' Deze conclusie kon ook in de Middeleeuwen worden getrokken, immers toen werden ook verschillende hervormingsgezinde debatten gevoerd - met alle gevolgen van dien. Een paar voorbeelden: de filosoof Ibn Rushd werd verbannen uit Andalusië, Hoessein ibn Mansoer Halladj werd in Bagdad onthoofd, omdat hij als mysticus had beweerd: 'Ena el-Haq (ik ben de waarheid).' Al bijna 1.400 jaar is een hervormingsbeweging in de islamitische wereld werkzaam. Misschien is de beslissende fase in de strijd aangebroken. Maar dit kunnen we niet afleiden uit het WRR-rapport, omdat het rapport de strijd heeft beslecht ten gunste van de politieke islam. Anders gezegd: het zijn de Egyptische moslimbroeders die de opvattingen van Abu Zayd zullen omhelzen om vervolgens een democratische, de mensenrechten respecterende orde op te richten. Omdat de WRR-onderzoekers ergens gelezen hebben dat ze het woord mensenrechten weleens gebruikt hebben.

In 1979, tijdens de Iraanse revolutie, dachten ook veel Europese intellectuelen hetzelfde over Khomeini, omdat hij veelvoudig dit soort uitspraken deed: 'Wij willen dat er overeenkomstig de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wordt gehandeld. De kern van de Verklaring van de Rechten van de Mens is de individuele vrijheid. Iedereen moet vrij zijn. [...] De vrijheid van meningsuiting, vrije verkiezingen, vrije pers, vrije tv en radio behoren tot de rechten van de mens, en behoren tot de eenvoudigste basisrechten.'

Het ware gezicht van de politieke islam wordt zichtbaar op het moment dat ze de absolute heerschappij in handen heeft. Het Westen heeft ooit de politieke islam, gedurende een jihad tegen de Sovjet-Unie, bijgestaan met dezelfde lichtzinnige argumenten als nu in het WRR-rapport worden gedebiteerd. Dat mag nooit meer gebeuren. De Palestijnen hebben het recht voor Hamas te zijn, en Europa heeft het recht om met dit soort criminelen niet om te gaan totdat ze de terreur en de vernietiging van de staat Israël hebben afgezworen. Zo streng ging Europa destijds ook om met het Oostenrijk van Haider. Als een volk voor een Hitler kiest, dan kiest het voor oorlog.

Ten slotte schrijft het rapport over de strafbaarstelling in Iran van hen die van hun geloof vallen. De laatste jaren zou geloofsafval niet meer worden bestraft, aldus het rapport. Hoe komt de WRR aan deze informatie? Volgens Amnesty International is Iran een gevaarlijk land, waar bijvoorbeeld de Bahai-religie nog steeds verboden is. De zeer betrouwbare bron voor deze bevinding is, jawel, het ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook vermeldt het rapport niets over het lot van de Afghaanse journalist Ali Mohaqeq, die vorig jaar wegens afvalligheid werd berecht. Omdat hij, als hoofdredacteur van een tijdschrift, had geschreven dat in geloofszaken geen sprake mag zijn van dwang. Wie wil mag toetreden tot de islam, en omgekeerd mag men ook de islam de rug toekeren. Volgens deze Afghaanse journalist zou geloofsvrijheid in overeenstemming zijn met sharia. Onder druk van de Amerikanen kreeg hij in de eerste instantie 2 jaar cel en niet de doodstraf en daarna, doordat hij tijdens de zitting zijn verontschuldiging wegens onbedoelde belediging van de islam had aangeboden, werd hij vrijgesproken. Ook dit voorbeeld kwam de WRR blijkbaar niet goed uit. Het moge duidelijk zijn waarom ik van charlatanerie heb gesproken, temeer daar ook een degelijk empirisch onderzoek in dit rapport ontbreekt. In wetenschappelijke kring is het gebruikelijk tegenstrijdige opvattingen naast elkaar te zetten. Het is een raadsel waarom de WRR geen rapport heeft geschreven dat verschillende analyses bevat op grond waarvan verschillende scenario's kunnen worden geschetst. Ook is het een raadsel dat geen empirisch onderzoek ter plaatse is verricht.

Toen ik het rapport uit had, was mij duidelijk welke politieke ideologie er achter schuilgaat: het neokolonialisme dat ervan uitgaat dat de evolutie van de diersoort die moslim heet, nog heel lang kan duren. Daarom adviseert de WRR het kabinet om het met de politieke islam op een akkoordje te gooien.