Onze aandacht is veel te versnipperd - naar een beter gebruik van communicatiewapens

De vele technische mogelijkheden tot communicatie hebben ons leven verrijkt, maar ze hebben ook onze aandacht door de versnipperaar gehaald. Het belangrijkste is niet om verbonden te zijn, het belangrijkste is om goed te leven.

Wie zegt 'ja' op een van de onderstaande uitspraken? Of zelfs op meerdere ervan, ook als ze elkaar tegenspreken?

1. Als mensen tegen me praten, let ik echt op.

2. Als mensen tegen me praten, schenk ik ze een deel van mijn aandacht, zodat ik andere dingen die zich voordoen kan opmerken - mijn telefoon, mijn Blackberry, andere mensen enzovoort.

3. Ik gebruik computer- en communicatietechnologie op dit moment zo dat het mijn kwaliteit van leven verhoogt.

4. Mijn kwaliteit van leven wordt vaak aangetast door technologie.

5. Technologie bevrijdt me.

6. Technologie maakt me tot slaaf.

Maak u geen zorgen als u ja hebt gezegd op uitspraken die elkaar tegenspreken. Een principe van aikido is dat het tegenovergestelde van een diepe waarheid ook een diepe waarheid is. Het criterium voor een diepe waarheid is dat het een waarheid is voor iedereen. De wereld waarin wij leven is steeds lawaaiiger geworden, en ons streven was om het allemaal de baas te kunnen. Daarin begint zich nu een verschuiving voor te doen - de wereld mag dan lawaaiig blijven, ons verlangen en onze bevrediging zullen eerder liggen in het diep doordringen in dingen, in rust en in gelegenheden om zinvol contact te leggen.

Maar het menselijk verlangen en de technologische vooruitgang kunnen met elkaar in botsing komen. Bijvoorbeeld door het fenomeen van de continuous partial attention, continu verdeelde aandacht.

Ik heb deze formule in 1998 gemunt. Ik werkte toen nog bij Microsoft Research. Iemand in de zaal stond op en zei woedend: 'Eerst verwoest Microsoft ons leven met Windows, en nu verwoest Microsoft ons leven nog meer door met onze aandacht te rotzooien?'

Continuous partial attention was geen boosaardige opvolger van Windows. Het is gewoon iets wat gebeurt, iets wat de afgelopen twintig jaar gaande is geweest, is opgebouwd, zich heeft ontwikkeld en tot een hoge graad van verfijning is opgeklommen, of wij dat nu leuk vinden of niet.

Is het goed? Is het slecht? Het is alleen maar. Het helpt ons. Het kwetst ons. Het is een vorm van aanpassingsgedrag, en in feite zijn wij bezig ons aan te passen aan een volgende fase.

Continuous partial attention is voor velen al een manier van leven. Het is gekomen na multi-tasking. Het verschil tussen die twee ligt in de onderliggende drijfveren. Bij multi-tasking worden we gedreven door de wens om productiever en efficiënter te zijn. Bij multi-tasking geven we de dingen die we doen dezelfde prioriteit - we roeren in de soep, voeren een telefoongesprek, zien de berg huiswerk waarmee de kleine Rael thuiskomt, doen open als er gebeld wordt enzovoort. We doen zoveel mogelijk dingen tegelijkertijd.

Bij continuous partial attention worden wij gedreven door de wens een levend knooppunt in het netwerk te zijn. We willen aansluiten, we willen doelmatig naar kansen speuren en op ieder willekeurig moment de beste kansen - activiteiten of mensen - optimaal benaderen. Een voorbeeld van continuous partial attention: je zit te lunchen met een collega. Zijn baas belt hem. Jammer. Misschien is zijn baas voor je collega op dat moment nu net belangrijker. Daarna pikt hij jou wel weer op.

Maar sinds wanneer is het eigenlijk acceptabel om, terwijl je met iemand luncht, de telefoon aan te nemen? Zeg maar sinds tien of twintig jaar. Trends beginnen langzaam en komen dan in een stroomversnelling. Continuous partial attention heeft zich ontwikkeld tot een strategie om doelmatig de mogelijkheden te scannen. Vroeger zeiden we toch: 'Van twaalf tot twee ben ik lunchen, zullen we daarna even bellen?'

Heb je nooit meegemaakt dat je een telefoontje aannam terwijl je met iemand zat te eten, en daarna de ander ook, en dat je de rest van de maaltijd niet meer behoorlijk met elkaar hebt kunnen spreken - dat je allebei je tijd verdeed met toekijken, terwijl de ander belde?

In de fulltime, ongeremde hoogtijdagen van de continuous partial attention was het niet ongewoon dat mensen die een vergadering bijwoonden de hele tijd zaten te e-mailen en te sms'en, en dat de aandacht overal was, behalve in de ruimte waar men fysiek aanwezig was.

Om alles gedaan te krijgen, om onze verantwoordelijkheden en relaties bij te benen, hebben wij de bandbreedte van onze aandacht tot het uiterste opgerekt. Wij dachten kennelijk dat onze persoonlijke bandbreedte gelijke tred zou kunnen houden met de steeds toenemende bandbreedte die de technologie ons bood. Veel mensen lezen meer dan 350 e-mails per dag. Continuous partial attention houdt in dat terwijl je je concentreert op een topniveau, je voortdurend de periferie aftast voor het geval zich iets belangrijkers - voor ons, op dat moment - aandient. Leven, dat is druk bezig zijn en verbonden zijn.

Bij iedere gelegenheid die zich voordoet, vroegen wij ons af: 'Wat valt hier te winnen?'

Continuous partial attention past in een breder verband, een groter geheel van patronen.

Mijn theorie is als volgt. Wij werken vanuit een soort collectief ideaalbeeld. Sommigen van u zullen zich de periode tussen 1965 en 1985 herinneren. Denk eens aan die tijd - Sally Fields was de Vliegende Non, de mode varieerde van minirokken tot soldatenlaarzen en overalls. Our bodies, our selves verscheen, Southwest Airlines, the Gap, Apple en Microsoft werden opgericht, en de mannen leken langer haar te hebben dan ooit tevoren.

Het was een tijdperk van zelfexpressie. Het zwaartepunt was ik, ik, ik. Wij hadden vertrouwen in onszelf. Wij richtten ons op persoonlijke productiviteit, en bedrijven als Apple en Microsoft gaven ons het 'vermogen om onszelf te overtreffen'. Het ondernemerschap bloeide. Het aantal echtscheidingen nam toe - want als dit niet goed voor mij is, waarom doe ik het dan? Moeder ging naar aerobics; ze zette melk en koekjes voor kleine Rael op de keukentafel en hing een sleutel aan een touwtje om zijn hals, zodat hij na school het huis in kon. Kinderen deden meer cursussen dan ooit om zich te ontplooien - karate, muziek, sport, bloemschikken, tapdansen - wij ontwikkelden allemaal al onze mogelijkheden, en schiepen kansen voor onszelf.

Wij gaven onze onverdeelde aandacht aan wat ons vermogen om kansen voor onszelf te scheppen, kon versterken. Met multi-tasking verhoogden wij onze productiviteit. De fullscreen-interfaces van de programma's voor de pc en de Mac waren het neusje van de zalm in een door productiviteit beheerste wereld.

Van 1965 tot 1985 was het collectieve ideaal dat zelfexpressie en creativiteit het hoogste goed waren. Met die leidraad hebben wij ons ontwikkeld. Omdat wij als soort er nu eenmaal goed in zijn om alles tot het uiterste door te voeren, deden wij dat ook met dit ideaal, met als gevolg dat wij ten slotte terugverlangden naar wat wij in de jacht op het ideaal hadden opgeofferd.

Kortom, als zelfexpressie het hoogste is, dan word je vanzelf narcistisch en eenzaam. Ook zul je waarschijnlijk smachten naar wat er ontbreekt - in dit geval: verbondenheid met anderen, het gevoel deel uit te maken van een groter geheel.

Welkom in de jaren 1985 tot 2005, het tijdperk van de verbondenheid. Het netwerk is het zwaartepunt. Wij vertrouwen op netwerk- en collectieve intelligentie. Onze aandacht verschuift van productiviteit naar communicatie, en de communicatietechnologie bloeit.

Wij ontwikkelen ons van ondernemerschap naar ondernemerschap met sterke allianties en onderlinge banden - eBay, Amazon. In de jaren '70 speelden we Zeeslag, in de jaren '90 Diplomacy. Spelletjesafspraken namen voor een groot deel de plaats in van de viool- en danslessen uit het voorafgaande tijdperk. In contact blijven en deel uitmaken van een netwerk, daar draaide alles om.

Het nieuwste nieuwtje was loeren op kansen. Succes hebben, dat betekende dat je uit iedere band, activiteit en kans het uiterste haalde. Het was heel gewoon dat op een feestje een massa mensen stond te bellen. Wij waren overal, behalve waar we in levenden lijve waren.

Voor wie nu denkt dat ik typisch praat als iemand van vijftig wie het allemaal te veel is geworden: iemand van in de twintig zei laatst tegen me: 'Linda, ik ben uit al mijn sociale netwerken gestapt om weer eens echt met mensen uit eten te kunnen gaan.'

Wanneer ik het tegen jonge mensen heb over continuous partial attention, krijg ik een sterke respons; ze smeken me om strategieën, want ze willen een betere kwaliteit van leven. Dat 24 uur per dag, 7 dagen per week-gedoe voelt niet zo geweldig meer, en steeds meer mensen willen zich beter voelen.

Een slimme president-directeur eiste dat zijn medewerkers bij de ingang van de vergaderzaal al hun wapens afgaven - hun communicatiewapens: computers, gsm's, Blackberry's, noem maar op. Een andere president-directeur zei: 'Goed, we hebben verschillende soorten vergaderingen. Op een grote vergadering waar informatie wordt gepresenteerd, kun je, als je achteraan zit, e-mailen of opletten. Op kleinere vergaderingen, waar wij besluiten proberen te nemen, gaan de laptops dicht.'

Het tijdperk van altijd en overal alert zijn heeft geleid tot een opgeklopt, permanent crisisgevoel. En wat gebeurt er met zoogdieren in een staat van permanente crisis? Dan treedt het door adrenaline gedreven Vecht of Vlucht-mechanisme in werking. Dat is uitstekend als er een tijger achter je aan zit, maar hoeveel van die 500 e-mails op een dag zijn tijgers? Zijn het niet bijna allemaal muizen? Wij halen nooit meer eens diep adem. We slapen slecht. De technologie van de continuous partial attention, van het altijd en overal, het tijdperk van contact, contact, contact, het draagt er allemaal toe bij dat wij overstelpt en overgestimuleerd raken, en dat we het gevoel hebben dat we tekortschieten.

Onvermijdelijk zal de slinger nu naar de andere kant doorslaan. Als gevolg van de 24 uur per dag, 7 dagen per week, druk druk druk-levenswijze steken nieuwe verlangens de kop op.

In de natuur lijkt alles een cyclus door te maken - de levenscyclus van een plant, de seizoenen - zomer, herfst, winter, lente. Atleten houden bij hun trainen cycli in gedachten - prestatiecycli, verschillende soorten trainingscycli en rustperioden. Altijd voluit gaan houdt daar geen rekening mee, en zonder winter komt er ook geen lente.

Op dit moment gebruiken wij alle beschikbare technologie om op alle mogelijke manieren te communiceren. Bedenk eens hoe zinvol e-mail is voor het nemen van beslissingen of voor crisismanagement. NIET. En toch wordt het na al die jaren nog altijd voor dat soort communicatie gebruikt. Waarom? We hebben de kans om nieuwe technologie te ontwikkelen die daarvoor beter geschikt is, of ten minste om e-mail niet langer te gebruiken in situaties waarin het zo slecht voldoet.

De communicatiemogelijkheden variëren van synchroon tot asynchroon en van grote bandbreedte en resolutie tot kleine bandbreedte en resolutie. Alle soorten communicatie, van het oplossen van crises, via crisismanagement, tot het uitwisselen van informatie heeft een heel natuurlijke plaats ergens in dat schema. Het oplossen van conflicten gaat het best synchroon en met grote bandbreedte, d.w.z. in een persoonlijk gesprek. Crisismanagement gaat het best synchroon op grote of kleine bandbreedte. Het uitwisselen van informatie kan gemakkelijk asynchroon gebeuren, en veelal op kleine bandbreedte.

Bij gevaarlijk gereedschap, zoals motorzagen en houtversnipperaars, krijgen we instructies hoe we ze moeten gebruiken zonder onszelf of anderen in gevaar te brengen. Wordt het niet tijd voor richtlijnen hoe en wanneer en waar wij de diverse communicatietechnieken het best kunnen gebruiken? E-mail is een aandachtsversnipperaar.

We hebben zoveel krachtige technologieën. En terwijl we jubelen over die krachtige technologieën, voelen wij ons steeds machtelozer.

Wij willen beschermen en beschermd worden. Wij willen ruis doelmatig doorzoeken naar een signaal. Wij dragen de iPod net zo goed om onze eigen playlists te beluisteren als om de rest van de wereld buiten te sluiten en ons tegen al dat lawaai, die ruis, af te sluiten.

We willen erop kunnen vertrouwen dat Google ons de meest relevante informatie geeft die we nodig hebben. We willen de bedrijven waar we bij kopen vertrouwen. De marketingboodschappen en de ondernemingen die voor ons werken, wekken gevoelens van vertrouwen, van bescherming.

Er beginnen nu mensen te praten over netwerken van onderling verbonden gemeenschappen - een beetje hanteerbaarder dan het ik-en-de-rest-van-de-wereld-netwerk waarmee wij tot nu toe hebben gewerkt.

Of het nu gaat om producten of diensten, personeelswervingsstrategieën, leiderschap, marketing of bedrijfscultuur, wij zullen meer en meer geneigd zijn in te gaan op boodschappen in de sfeer van zingeving, ergens bij horen, bescherming en vertrouwen.

De nieuwe mantra, de nieuwe onderscheidmaker, de nieuwe kans voor ons allemaal is: verbeter de kwaliteit van je leven. Dit product, deze dienst, deze eigenschap, deze boodschap - versterkt en verbetert hij de kwaliteit van ons leven? Helpt hij ons een betekenisvolle connectie te beschermen, uit te filteren of te creëren? Kritisch te onderscheiden? Onze aandacht zo goed en zo wijs te gebruiken als maar enigszins mogelijk is?

Begrip wordt wijsheid wanneer het bezield wordt door doelgerichtheid, ethiek, beginselen, herinnering en projectie.

Mijn indruk is dat wij nu de kans hebben om van kenniswerkers begrijpende en wijze werkers te worden. Kwaliteit van leven: dat is de nieuwe maatstaf.

Ging in 1986 bij Apple Computer werken. In 1993 stapte ze over naar Microsoft Research. Sinds 2002 werkt ze aan diverse publicitaire en creatieve projecten. Zij heeft in 1998 de term 'continuous partial attention' bedacht, continu verdeelde aandacht.

(Dit is een bewerking van een toespraak die Stone vorige maand heeft gehouden op het Etech-congres over nieuwe technologieën, georganiseerd door computerboekenuitgeverij O'Reilly. )