Of zij of wij

De Baskische terreurbeweging ETA kondigde vorige maand een 'permanente' wapenstilstand af. Anti-ETA-activiste Cristina Cuesta vindt het nog te vroeg om te juichen. 'Waarom stellen ze geen eisen aan de terroristen?'

Zwarte pro-ETA graffiti op witte anti-ETA-handen op het huis van Salvador Ulayar, de burgemeester van het dorpje Etxarri Aranaz die in 1979 door ETA-terroristen werd vermoord. Foto AFP A graffiti supporting the pro independence armed Basque group ETA is seen on the front wall of Salvador Ulayar's home, 24 March 2006, former mayor of the northern Spanish village of Etxarri Aranaz, in Navarra, who was killed by ETA in 1979. The house was covered with white hands prints to protest against ETA. A 'permanent ceasefire' by separatist group ETA came into effect Friday as a poll found the vast majority of Spaniards want their government to engage in talks with the armed Basque movement. AFP PHOTO / RAFA RIVAS AFP

Cristina Cuesta weet het niet. Ze betwijfelt of de 'permanente wapenstilstand' die de Baskische terreurbeweging ETA eind maart afkondigde iets veranderen zal. De eerdere ervaring met de wapenstilstand die in 1998 werd afgekondigd en ruim een jaar later werd opgezegd, tempert het enthousiasme. 'Het is te vroeg, de wapens zijn nog niet ingeleverd', zegt ze. 'Het zwaard van Damocles van het terrorisme hangt nog steeds in de lucht. Eerst moet een politiek en ethisch herstel van de samenleving plaatsvinden. Dat kan één, vijf maar ook tien jaar gaan duren.'

De vader van Cristina Cuesta werd in 1982 door drie terroristen van de ETA vermoord. Enrique Cuesta was een van de meer dan 800 dodelijke slachtoffers van de ETA. Vier jaar na zijn dood, in 1986, nam de toen 24-jarige Cristina een initiatief dat haar in de frontlinies zou plaatsen in de strijd tegen het terrorisme. Ze organiseerde het eerste massale protest, op straat in San Sebastián, tegen de terreur in Baskenland.

In de twintig jaar die volgden groeide Cuesta (44) uit tot een van de leiders van de burgerbewegingen in Baskenland die openlijk protesteerden tegen het terreurgeweld. Ze werd zo zelf doelwit van de ETA en moest de Baskische regio verlaten. In Madrid zette ze haar werk voor de mensenrechten in Baskenland voort als directeur van de Stichting Miguel Ángel Blanco, genoemd naar het jonge raadslid van de conservatieve partij dat in 1997 werd ontvoerd en vermoord door de ETA. Als voorzitter van het Collectief van Terreurslachtoffers in Baskenland verdedigt ze daarnaast de directe belangen van de getroffenen.

Eind maart kondigde de Baskische terreurorganisatie ETA 'een permanente wapenstilstand' af. De hoop op het einde van de terreur in Spanje herleefde. Maar Cuesta heeft haar bedenkingen tegen de wapenstilstand, al laat ze haar goede humeur daardoor niet bederven. Haar harde lach vult het vegetarische restaurant in het centrum van Madrid, vlak achter het zwaar bewaakte Spaanse parlement. We praten over twintig jaar strijd tegen de ETA en tegen het nationalisme dat de Baskische regio in een ijzeren greep houdt.

'De eerste keer dat we op een plein naast het strand in San Sebastián bijeen kwamen voor een zwijgzaam protest tegen de ETA was voor mij een geweldige gebeurtenis. 'No al ETA': vergeleken met nu was de boodschap superlight. Maar ik was even trots als bij mijn eerste communie, haha.'

Voor haar actie was moed nodig. In de jaren tachtig waren verschillende terreurgroepen actief in Baskenland en het vredesgroepje rondom Cuesta had zich voorgenomen om na elke moord in zwijgend protest de straat op te gaan. Wie de slachtoffers waren, maakte niet uit. Ook na de veelbesproken moord van de ETA op 'Yoyes', zelf een ETA-lid dat als 'verraadster' voor de ogen van haar zoontje werd doodgeschoten, ging het groepje de straat op.

'Voor mij persoonlijk was dat moeilijk', zegt ze. 'Maar ook Yoyes was slachtoffer van terreur. Voor mij is het een strijd tegen het absolute onrecht. Mijn vader was niet bij een verkeersongeluk om het leven gekomen, maar door moordenaars die zeiden in mijn naam te handelen. Dat is het Kafkaiaanse: dat ze mijn vader vermoorden om mij te bevrijden als Baskische burger. Daartegen kwam ik in opstand.'

Enrique Cuesta was de lokale directeur van Telefónica, de nationale telefoonmaatschappij. En dus was hij Spaans en de vijand. Zijn voorganger was een jaar eerder omgebracht. 'Thuis waren we ondanks alles nooit bang geweest', zegt Cuesta. 'We drukten de angst weg, we waren ons het gevaar niet bewust. Je zou het frivool kunnen noemen. Zelfs wij waren in die dagen nog onder de invloed van de mythe van de ETA: de leden waren vrijheidsstrijders tegen Franco geweest.'

Enrique Cuesta werd samen met zijn lijfwacht op de stoep van zijn huis in San Sebastián doodgeschoten. Het leven van Cristina Cuesta veranderde van de ene op de andere dag. Niet alleen verloor ze haar vader, haar Baskische omgeving toonde geen enkel begrip of medeleven. Die beschouwde slachtoffers als een vervelende bijkomstigheid, meer niet. 'De moord op mijn vader bracht een enorme verbittering met zich mee. Mijn leven veranderde ingrijpend. Ik ging niet meer naar cafés en meed bepaalde stadsdelen, zoals het oude centrum waar veel ETA-aanhangers zitten.'

Op de universiteit in San Sebastián waar ze filosofie studeerde, hing het vol met pro-ETA posters en waren er regelmatig demonstraties voor de ETA. Nooit voor de slachtoffers van het terreurgeweld. Die waren immers zelf schuldig, begreep Cuesta al snel. 'Dat soort perversies is een rechtvaardiging voor alle vormen van terreur. Daders worden slachtoffers, slachtoffers daders.'

Vanaf 1989, toen Cuesta en haar medestanders niet alleen tegen de moorden maar ook tegen de ontvoeringen de straat op gingen, werden de reacties op de stiltebetogingen feller. Hun spandoeken werden verscheurd, ze werden bekogeld met flessen en stenen. Met het lood in de schoenen ging Cuesta de straat op. De Ertzaintza, de regionale politie die onder de Baskisch-nationalistische regioregering ressorteerde, deed niets om hen te beschermen. 'Ze hadden van hogerhand opdracht gekregen niet in te grijpen', zegt Cuesta. 'De Baskische regioregering en de regiominister van binnenlandse zaken namen zo de vijanden van de vrijheid van meningsuiting in bescherming.'

Dubbelzinnig

Anders dan bijvoorbeeld Noord-Ierland is Baskenland al sinds het begin van de jaren tachtig een onafhankelijke regio met verregaande bevoegdheden. De Baskisch-nationalistische partij PNV, die er van begin af aan de scepter zwaaide, heeft altijd een dubbelzinnige rol gespeeld tegenover ETA, meent Cuesta. De partij veroordeelt geweld, maar praat het bestaan van de ETA goed. De PNV deelt met de beweging het nationalistisch ideaal van een mythische, Groot-Baskische natie, voor het Baskische volk. Niet-nationalisten, bijna de helft van het Baskische electoraat, zijn in deze staat minder welkom.

'Ze praatten je het gevoel aan dat je geen goede Bask bent als je niet nationalistisch stemt. Of als je geen Baskisch kent of omdat je vader van buitenaf komt, zoals de mijne. 'Hij is geen Bask', zeiden ze dan, hoewel hij meer dan de helft van zijn leven in Baskenland woonde. Of een ambtenaar aan een loket schrijft je naam als Xristina, omdat het Baskisch de C niet kent. Een opeenstapeling van dat soort onbenulligheden bepaalt je leven in Baskenland. Het kost tijd om uit zo'n nachtmerrie te ontwaken.'

Vanuit een marginale positie won het burgerprotest in Baskenland aan kracht naarmate de aanslagen van de ETA zich verhardden. Het keerpunt kwam in 1995 met de moord op Gregorio Ordoñez, toen hij met vrienden zat te eten in een restaurant in San Sebastián. Hij was als jong raadslid een rijzende ster binnen de conservatieve partij. Cuesta kende hem van felle discussies. 'Hij bekritiseerde ons omdat we zwijgend de straat opgingen. Het was niet genoeg, zei hij, zo bereikten we niks. De laatste keer dat ik hem zag, hadden we daar nog woorden over. Nu besef ik dat hij zijn tijd vooruit was, hij was de eerste met een juiste analyse: het was geen probleem van vrede, maar van vrijheid. Je kunt niet de straat op zonder lijfwacht, je kunt je mening niet geven, je wordt vermoord omdat je de grondwet verdedigt. Dat is geen vrijheid. Vrijheid kun je objectief definiëren in rechten. Vrede is alleen een mooi woord.'

Na de aanslag op Ordoñez richtte het burgerprotest tegen de ETA zijn pijlen op het radicale nationalisme dat van oudsher de voedingsbodem vormt van de terreur. In San Sebastián, op de stoep voor het partijkantoor van de radicaal-nationalistische beweging Herri Batasuna, werd gedemonstreerd. Batasuna zei altijd los te staan van de ETA, maar werd enkele jaren geleden alsnog verboden als de politieke tak van de organisatie. 'Nu zeggen we rustig hardop dat Batasuna de ETA zelf is, maar dat was toen nog ondenkbaar. Dat zei je hooguit thuis tegen je vrienden. Maar het was zo duidelijk als maar kan. Voortdurend hebben ze de terreur gerechtvaardigd en ze waren daardoor op zijn minst medeplichtig.'

Voor de eerste keer werd bij die gelegenheid een spandoek met Basta Ya (Genoeg Nu) meegedragen. Toen twee jaar later het jonge Baskische raadslid Miguel Ángel Blanco uit het stadje Ermua was vermoord, groeide Basta Ya uit tot de spandoekkreet in Baskenland. De nationalistische regioregering werd hierdoor in het nauw gebracht. De protesten tegen de terreur dreigden de politieke macht van het nationalisme aan te tasten. De nationalisten van de PNV gooiden het daarom op een akkoordje met de ETA. De wapenstilstand van 1998 was hiervan het gevolg, maar na het mislukken van de vredesbesprekingen met de centrale regering in Madrid werden ruim een jaar later de wapens weer opgenomen. Iedere tegenstander van de nationalistische terreur werd nu doelwit. Ook Cristina Cuesta.

'Toen ik in 2000, net als vroeger mijn vader, een lijfwacht kreeg, knapte er iets. Ik had bovendien net een boek met getuigenissen van terreurslachtoffers afgemaakt en was uitgeput.' In Madrid, ver van Baskenland, kon Cuesta als directeur aan de slag bij de Stichting Miguel Ángel Blanco die zich door middel van educatieve programma's inzet voor terreurslachtoffers. Naar het voorbeeld van het Shoa project van de Amerikaanse regisseur Steven Spielberg zette ze een website op met alle namen en getuigenissen van slachtoffers van terreur in Spanje.

'Sinds ik in Madrid woon, zie ik de zaken een stuk helderder. Er is hier minder vervuiling, haha. Er zijn basisrechten waar niet mee te schipperen valt. Hier in Madrid kan men in de kroeg over politiek discussiëren en ook een biertje drinken als men het met elkaar oneens is. Dat is in Baskenland ondenkbaar.' Even verderop hebben ze voor een bar een als Guardia Civil aangeklede pop staan, zegt Cuesta. Gewoon voor de lol. Als kind in Baskenland maakte ze dorpsfeesten mee waar Guardia Civil-poppen werden meegedragen aan galgen.

De jaren van terreur en nationalisme hebben Baskenland verstikt. Het de andere kant opkijken is een tweede natuur geworden. Medeleven met de slachtoffers van de terreur ontbreekt. De buurvrouw van haar moeder is de woordvoerster van de Baskische regioregering. Ze heeft nog nooit gevraagd hoe het met haar gaat.

'Ik ben Baskisch, ga nog vaak naar Baskenland, je hebt geweldige mensen daar. Maar ik weet niet of ik er nog kan aarden. Er heerst een sociale ziekte.' Het probleem is, zegt Cuesta, dat de terroristen voor veel Basken een instituut zijn geworden. 'De opvoeding in Baskenland is een drama. Ze doen niets om de jeugd de spelregels bij te brengen die we allemaal moeten accepteren. De enkele keren dat ik op Baskische scholen voorlichting heb gegeven, hoorde ik jongeren zonder blikken of blozen terroristen met politieagenten vergelijken. Dat is het begin van fanatisme.'

Manager

Terreurslachtoffers in Spanje komen vaak voor onaangename verrassingen te staan. Zo ook Cuesta. Van de moordenaars van haar vader is er nu één na zeventien jaar cel op vrije voeten gesteld. De tweede is in de gevangenis vermoord om een drugskwestie. En Zurutuza Sarasola, verdacht maar nooit veroordeeld, vluchtte naar Frankrijk en vervolgens naar Zuid-Amerika.

'Jarenlang hoorden we niets, tot hij vier jaar geleden plotseling werd gearresteerd door de Franse politie in verband met een onderzoek naar financiering van terreur', zegt Cuesta. Het bleek dat hij als manager werkte in een bedrijf vlak over de grens in het Franse Hendaya, op nog geen driehonderd meter afstand van het huis van een zuster van Cuesta. 'Jarenlang waren we hem voorbij gelopen op weg naar het strand.'

De katholieke kerk in Baskenland en de nationalistische partijen hebben zich altijd meer voor de gevangen ETA-terroristen ingespannen dan voor hun slachtoffers, zegt Cuesta. Nu de ETA de wapens heeft neergelegd heeft de kerk de slachtoffers opgeroepen tot een genereuze verzoening. Van de terroristen, die meestal geen spoor van spijt over hun daden toonden, wordt geen enkel gebaar gevraagd. Cuesta is er kwaad over. 'Waarom gaat meneer pastoor niet naar de gevangenis om daar wat cursussen schuldbelijdenis te organiseren? Alsof moord geen overtreding is van het zesde gebod. Waarom stellen ze geen eisen aan de terroristen?' Als agnost heeft ze er niet zo'n last van, maar Cuesta ziet dat veel mensen lijden onder de houding van de kerk en het gebrek aan medeleven.

De Baskische nationalisten, vanouds gesteund door de lokale katholieke kerk, willen volgens haar het liefst het onderscheid tussen slachtoffer en dader uitvlakken. 'Geen winnaars, geen verliezers is nu de leus van de regioregering. Bijzonder grievend. Het is triest dat zoiets door het Baskische regioparlement wordt aangenomen met stemonthouding van de socialisten.' Twee dagen na die motie sprak een Baskische nationalist haar aan met de vraag of ze niet ook vond dat de belangen van de slachtoffers nu beter werden behartigd. Cuesta barst in lachen uit. 'Wat moet je daar nu op antwoorden?'

Als het onderscheid wegvalt tussen haar vader en zijn moordenaars, is de strijd voor niets geweest. Cuesta onderschrijft van harte het standpunt uit een artikel van Francisco Tomás y Valiente, de rechtsgeleerde en president van het Constitutionele Hof die door de ETA vermoord werd: óf zij óf wij. 'Hij wilde daarmee een systeem van waarden verdedigen: er is geen midden tussen een democratie en een totalitair systeem.'

'Daarom moet op dit moment geen enkele politieke eis worden ingewilligd omwille van het einde van de ETA', zegt Cuesta fel. Eerst moet duidelijk zijn dat de ETA definitief ophoudt met moorden, afpersen en bedreigen. Later, als alle partijen in Baskenland over dezelfde vrijheden beschikken, is in het parlement alles bespreekbaar. 'Pas dan kan iedereen zijn zegje doen over zelfbeschikkingsrecht van Baskenland of de positie van het Baskisch of over het samengaan met de regio Navarra en wat al niet.' Voor haar is dat moment bereikt als de rechtse Partido Popular ongestoord een campagne kan voeren in Hernani of Oiartzun, bolwerken van radicaal nationalisme waar niemand het nu in zijn hoofd haalt om openlijk een tegengeluid te laten horen.

Niet alleen de ETA wordt door Cuesta gewantrouwd. Ook de socialistische regering van premier José Luis Rodrígues Zapatero kan rekenen op haar achterdocht. Volgens de conservatieve oppositie is handjeklap achter de schermen tussen de centrale regering en de ETA voorafgegaan aan de wapenstilstand. De slachtoffers zijn daardoor op hun hoede. Toch ziet Cuesta ook een gunstige ontwikkeling. 'Het is goed dat de regering en de conservatieve oppositie na maanden van slaande ruzie weer op één lijn zitten tegenover de ETA. Maar de dubbelzinnigheid blijft. Het is niet duidelijk waar de grenzen van de dialoog met de ETA liggen.'

Ze zal niet terugkeren naar Baskenland. De gedachte aan een nationalistische omgeving waar ze voortdurend haar vaderlandsliefde moet bewijzen maakt haar op voorhand 'doodmoe'. Ze kent concretere zaken om zich voor in te zetten, zoals de opvoeding van haar zoontje van drie. 'Ik ben een alleenstaande moeder, dat was mijn eigen keuze. Hij heet Enrique, naar mijn vader en heeft dezelfde familienaam. Ik beschouw hem als een geschenk dat mij verbindt met mijn vader. Maar ik hecht er geen mystieke betekenis aan. Ik ben bezig met het leven, niet met de dood.' De programma's van de organisaties waarvoor Cristina Cuesta werkt zijn te raadplegen op www.fmiguelangelblanco.es , www.testimoniosvictimasterrorismo.com, www.covite.org

    • Steven Adolf