Leugendetector wel of niet bruikbaar in zaak-Lucia de B.

De aanhoudende kritiek van prof.dr. P.J. van Koppen op rechterlijke beslissingen begint potsierlijk te worden. Het deugt nu óók al niet als ze het met hem eens zijn! In NRC Handelsblad van 10 april hekelt hij de door de Hoge Raad gebillijkte beslissing van het gerechtshof in Den Haag om de hooggeleerde niet als deskundige te horen omtrent de vraag of Lucia de B. ”aan de leugendetector gelegd kon worden”. Van Koppen is mederedacteur van het boek Het Recht van Binnen, Psychologie van het Recht, dat bij menig rechter voor het grijpen ligt. Hoofdstuk 32 gaat over leugendetectie. De auteurs prof.dr. H.L.G.J. Merckelbach en dr. A.J.W. Boelhouwer komen tot de conclusie dat, als het gaat om minder triviale zaken, blijkt dat er maar één vorm van leugendetectie op een redelijk veilige manier werkt en dat is de SKT (schuldige kennistest). Echter, met een verwijzing naar een publicatie van nota bene Van Koppen zelf (voetnoot 32) voegen zij daaraan toe dat SKT alleen bruikbaar is in de vroege fase van de opsporing, wanneer een verdachte nog niet op de hoogte is van allerlei saillantedetails van het misdrijf. Die fase is ten tijde van de berechting in hoger beroep toch echt wel gepasseerd. Inderdaad, sommige deskundigen zijn erg lastig te begrijpen...