'Kijk of Brusselse wet gewenst is'

Er moet meer politiek debat komen over de wenselijkheid van wetgeving van de Europese Commissie. Dat schrijft staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken, VVD) in een brief aan de Tweede Kamer.

Het debat in het Nederlandse parlement moet gaan over de vraag of een bepaald plan van de Europese Commissie wel een zinvolle aanvulling vormt op nationale of andere regelgeving, of dat Europese regelgeving misschien beter achterwege kan blijven. Dat is de toets van subsidiariteit en proportionaliteit.

Nicolaï wil ook dat ministers tijdens Europese Raden dit toetsen in de vorm van een 'ontvankelijkheidsdebat'. Tijdens zulke debatten zouden vakministers van de lidstaten moeten bezien of commissievoorstellen gewenst zijn.

De regering steunt de proef van een aantal nationale parlementen van de lidstaten om jaarlijks een aantal Europese plannen te toetsen die op nationaal niveau omstreden zijn. Later dit parlementaire jaar zal dit onder andere gebeuren met de Europese voorstellen 'rechtsbevoegdheid in echtscheidingszaken' en 'interne markt van postdiensten'.

Nicolaï wijst erop dat de Europese Commissie voorstellen nog altijd niet hoeft in te trekken waartegen in de parlementen van lidstaten bezwaren bestaan. Dit, terwijl al sinds 1997 subsidiariteit als criterium in de Europese politiek is verankerd - sinds het Verdrag van Amsterdam.

Het houden van ontvankelijkheidsdebatten zou dit kunnen verhelpen. De Europese Raad zou dan in een vroeg stadium uitspraken kunnen doen over de wenselijkheid van bepaalde regelgeving, of de commissie kunnen vragen de noodzaak van voorstellen nader te onderbouwen.

Op het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken komt een nieuwe functie: de Coördinator Subsidiariteit en Proportionaliteit. Deze functionaris houdt de stroom voorstellen van de commissie in de gaten en gaat na, of deze zich voor discussie in de Tweede Kamer lenen. Nicolaï wil ook de zogeheten groenboeken en andere documenten van de commissie in de gaten houden, daar deze in veel gevallen de eerste stap tot regelgeving vormen.

De bedoeling van de kabinetsvoorstellen, schrijft de staatssecretaris, is niet 'synoniem met minder Europa'. Wel wil de regering, door het bevorderen van nationaal debat over Europese regelgeving in wording, tegemoetkomen aan het bij het referendum over de Europese grondwet vorig jaar aan het licht getreden gevoel bij veel burgers, dat Europa zich veelal ongewenst of onzinnig mengt in zaken die beter op nationaal niveau geregeld kunnen worden.