'God ontfermt zich ook over Reve'

Het graf is gedolven, het zand ligt er in een berg naast. De schrijver Gerard Reve komt te liggen op het ereveld van Machelen, naast een jongen van 22 die een kind uit het water redde en toen zelf verdronk.

Joop Schafthuizen, levenspartner van Gerard Reve. Het schilderij van Jan Goedhard verbeeldt Reve als jongen. Vandaag wordt Reve in Machelen (B.) begraven. (foto Merlin Daleman) Joop Schafthuizen, Machelen, Belgi‘. 14-04-06 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Jannetje Koelewijn

Johannes 14 moest het worden, daar hoefde Gabriel Desmaele niet lang over na te denken. In het huis van mijn vader zijn veel kamers. 'God is genadig, begrijpt ge. Hij ontfermt zich over iedereen.'

Dus ook over Reve, die voor veel mensen een zondaar was?

'Voilà. Ik zeg dat niet. Ik denk dat.'

Het is Goede Vrijdag, Gabriel Desmaele, pastoor van de Parochie HH. Michiel, Korneel en Ghisleen in het dorp Machelen, staat bij het altaar in de kerk en test de geluidsinstallatie. Morgen zal hij de gebedsdienst bij de begrafenis van Gerard Reve leiden. De mensen die binnen geen plaats kunnen vinden, zullen hem buiten toch kunnen horen. Bij de deur zijn enorme geluidsboxen neergezet.

Hiervandaan zal Gerard Reve naar zijn graf worden gebracht. De route voert langs het oude kerkhof naar de weg, met links een ingestorte fabriek en een molen zonder wieken, rechts het riviertje De Leie, slingerend door glooiend grasland. En dan langs het huis van de dokter en een boerderij naar het nieuwe kerkhof, buiten het dorp, waar achter het monument een veldje voor ereburgers is aangelegd.

Nu ligt daar alleen nog maar Luc Hollevoet, de jongen die in 1982 een kind van de verdrinkingsdood redde en zelf het leven verloor. Hij was 22. Gerard Reve komt vlak bij hem te liggen. De kuil is al gegraven. Een berg zand ligt ernaast. Er zijn geen Reve-liefhebbers die een nachtwake houden. Geen mensen die vast uit Nederland zijn gekomen om te kijken waar de Grote Schrijver zijn laatste rustplaats zal vinden. Er is helemaal niemand. Het regent.

Een paar honderd meter verderop, aan de andere kant van de Rijksstraatweg tussen Deinze en Zulte, staat het huis waar Reve woonde voordat hij naar rusthuis St.Vincentius werd gebracht. De luiken zijn gesloten. Op het pad naar de voordeur groeit onkruid. Bij de voordeur hangt een briefje met de boodschap dat alleen mensen die van tevoren telefonisch of schriftelijk een afspraak hebben gemaakt, mogen aanbellen.

Joop Schafthuizen, dertig jaar lang de levensgezel van Gerard Reve, doet open en verontschuldigt zich. Hij was op de bank in slaap gevallen, zo moe was hij na een week condoléance-bezoek ontvangen, begrafenis voorbereiden, praten, praten, praten. Zo anders dan het leven waar hij de afgelopen jaren aan gewend was geraakt.

GERARD REVE Een bed vol truien en rozen

Elke middag nam hij de bus naar Zulte om zijn 'goede vriend Reve' te helpen en bij te staan bij 'zijn avondmaal'. Elke dag dezelfde brede asfaltweg, langs Club Morfeo en Café de Climax, langs de Porsche-garage en het Meubelpaleis. 'Die bus zat altijd helemaal stampvol met enthousiaste, onschuldige jongens en meisjes die net uit school kwamen en naar huis gingen', zegt hij. 'En ik ging naar mijn dierbare vriend die zijn geheugen volkomen kwijt was.'

'Reve herkende me niet meer, kon niet meer praten en verkeerde in een hopeloze toestand. En dan de aanblik van die kinderen, dat emotioneerde mij elke dag weer.'

De ogen van Schafthuizen zijn rood en gezwollen. Gelukkig, zegt hij, is zijn goede vriend Robert meteen na de dood van Reve, vorige week zaterdag, bij hem komen logeren. Die regelt nu alles voor hem, want zelf kan hij niet veel meer. Robert is nu met de burgemeester aan het overleggen hoe dat zal gaan - 1.500, 2.000 belangstellenden die zeker allemaal met de auto zullen komen, in een dorpje met vier, vijf straten en een paar honderd huizen.

Straks zullen Robert en hij naar het uitvaartcentrum gaan waar Gerard Reve ligt opgebaard. Ze zullen hem in zijn kist leggen en voor de laatste keer afscheid van hem nemen. En dan gaat de kist naar de kerk.

Joop Schafthuizen loopt de trap op naar boven, naar de logeerkamer waar een schilderij hangt dat hij graag wil laten zien. Een schilderij van Reve als kleine jongen, naakt, alleen zijn benen zijn bedekt. Het is geschilderd door Jan Goedhart, in 1982. Hij nam kinderfoto's van Reve als voorbeeld. 'Kijk toch hoe mooi', zegt Joop Schafthuizen. Hij haalt het van de muur af. Hij wil er graag mee gefotografeerd worden. 'Zo lief.' Hij gaat ernaast zitten, de poes komt erbij.

In de logeerkamer liggen de spullen van Gerard Reve die deze week zijn teruggekomen uit het verpleeghuis. Stapels truien en overhemden, dozen met plastic rozen, bloemenkransen en Maria-beeldjes. 'Het echte afscheid', zegt Joop Schafthuizen, 'was toen hij hier wegging, in mei 2004. Ik heb hem zo lang mogelijk zelf verzorgd. Maar toen heb ik hem moeten overdragen aan de lieve verpleegsters van St. Vincentius.'

Hij zet een hoge stem op. 'Niet zo boos op ons zijn, hè, lieve Gerard, wij zijn toch lief voor je?' Dat zeiden de verpleegsters als ze Reve aan het eind van de dag moesten uitkleden en hij daar geen zin in had. Vier jaar voor zijn dood leefde Reve al in een andere wereld, zegt hij. 'Hij kon niet meer alleen naar het toilet en niet meer alleen in bad, en op het laatst kon hij ook niet meer zelf zijn avondeten nuttigen, hij wist niet meer hoe hij zijn vork moest gebruiken.'

Een vreselijke ziekte, zegt hij, Zelf is hij ook ziek, al heel lang - manisch depressief. Daar slikt hij medicijnen tegen. Maar die kunnen het verdriet om het verlies van zijn vriend nu niet wegnemen. Hij weet dat Reve wilde dat hij gewoon zou doorleven en geen gekke dingen zou doen. Maar hoe het nu met hem verder moet? Verhuizen? Kleiner gaan wonen? Of gewoon hier blijven en rustig alle spullen eens goed gaan opruimen en schoonmaken en opnieuw gaan ordenen?

Om half tien is pastoor Gabriël Desmaele klaar met de voorbereidingen van de gebedsdienst. Hij loopt naar de pastorie en zet koffie. Hij maakt ook een pak biscuitjes open en neemt er een. Dan gaat hij in zijn werkkamer zitten en vertelt over de keer dat hij in de pastorie een voorleesavond organiseerde voor geïnteresseerden in het werk van Reve. Dat was nog voordat Reve ziek werd. Reve durfde eigenlijk niet te komen, hij was verlegen. 'Hij dacht dat hij de verwachtingen niet kon waarmaken.' Hij kwam toch en de iedereen, zegt de pastoor, genoot van zijn prachtige stem. 'Hij was een vriendelijke man hè. Ik mocht hem graag. Maar ik zeg erbij dat ik de wilde Reve niet heb gekend. De Reve van de Sturm und Drang.'

    • Jannetje Koelewijn