Gabriël van den Brink

Aansluiting bij de moderniteit lukt alleen als de mensen er zelf moeite voor doen.” Met deze uitsmijter eindigt het interview van Dirk Vlasblom met sociaal-filosoof Gabriël van den Brink (onze cursivering). Op aantrekkelijke wijze schetst deze de oorzaak van wat hij ziet als het overlevingsprobleem van migranten: het niet aangesloten zijn bij de moderniteit.

Van den Brink`s technocratische gedachtengang is gestoeld op drie versimpelingen van de sociale werkelijkheid, die hij op onhoudbare manier met elkaar in verband brengt. Ten eerste stelt Van den Brink dat er een universele moderniteit bestaat, die de mechanische uitkomst is van `modernisering`. Deze moderniteit, zo wordt in het interview beweerd, gaat gepaard met een hoge moraliteit. Wij vinden dit een kwalijke stap. Het betekent immers, zoals hij constateert voor Italië met betrekking tot euthanasie, dat iedereen die onze” moraliteit niet deelt, niet modern” kan zijn. Ipso facto, Italianen zijn nog niet zover. Ten tweede impliceert van den Brink, als hij het over de mensen heeft, dat aansluiting niet voor iedereen een vanzelfsprekende zaak is. De mensen om wie het hier gaat zijn migranten; de premodernen” in onze samenleving, die relatief laag scoren op de maten van moderniteit”.

Na hen met deze redenering te hebben buitengesloten van onze” moderniteit, zet Van den Brink toch een poortje open, de derde versimpeling: zij kunnen, mits zij daar zelf moeite voor doen, aansluiting vinden bij het Nederlandse moderniteitsproject zoals dat hem voor ogen staat. De redenering impliceert dat zij die te laag scoren op de maten van moderniteit” deze keuze niet gemaakt hebben en zich daarmee buiten onze morele orde plaatsen. In zijn visie is modern zijn dus een morele keuze.

Moderniteit is mijn centrale thema”, stelt de sociaal-filosoof. Wij vragen ons daarom af waarom hij over `moderniteit` in het enkelvoud spreekt. Is hij niet bekend met de inmiddels enorme vracht aan sociaal-wetenschappelijke literatuur, die het bestaan van meerdere moderniteiten naast elkaar laat zien? Deze literatuur toont aan dat het denken over moderniteit als een eenduidige, zaligmakende uitkomst van modernisering geen stand kan houden.

Daarnaast laat dergelijk onderzoek zien dat denkbeelden over goed en kwaad niet op een sociaal-wetenschappelijke manier aan het beleven van moderniteit kunnen worden gekoppeld. Bij Van den Brink lopen het empirische en het normatieve discours probleemloos door elkaar, hetgeen leidt tot gevaarlijke cirkelredeneringen. Het meten van moderniteit doet ons denken aan het negentiende-eeuwse schedelmeten bij `primitieve volkeren`. Onder het mom van het bieden van een helpende hand en met een quasi-wetenschappelijke fundering wordt `de ander`, in dit geval `de migrant`, uitgesloten van de samenleving.

    • Cultureel Antropoloog
    • Meertens Instituut
    • Dr. Irene Stengs
    • Onderzoeksgroep Etnologie
    • Dr. Lizzy van Leeuwen