Even bootje van een ton financieren

Hoe koop je een zeewaardige Snowgoose-catamaran of een chique kapiteinssloep van meer dan 100.000 euro? Met een scheepshypotheek: een onderschat financieringsinstrument met ongekende voordelen.

Een van de vele sloepen op de Hiswa 2002 Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Hiswa 2002 in de RAI Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 020226 Boyer, Maurice

Je bent het aan de stand van een kapiteinssloep verplicht die met een scheepshypotheek te financieren, zo meent Robin Mattey. Als investmentbanker en grachtengordelbewoner doet hij niet aan een platvloerse persoonlijke lening.

Een paar wijken verder was het voor Frits Verdegaal een openbaring dat naast de vertrouwde persoonlijke lening nog andere manieren bestaan om zijn droom, een zeewaardige Snowgoose-catamaran, binnen handbereik te brengen. De scheepshypotheek is een veelzijdig en onderschat financieringsinstrument.

Slechts enkele procenten van de Nederlandse pleziervloot is op deze manier gefinancierd.

Geldverstrekkers houden van huizen, maar een boot als zekerheid vinden ze wat wankel. Ze drijven de kopers van plezierjachten in de richting van persoonlijke kredietvormen als een dure persoonlijke lening. Overigens speelt bij de meeste scheepshypotheken de kredietwaardigheid van de lener nog steeds een heel belangrijke rol. Maar de extra zekerheid in de vorm van het schip is voor gespecialiseerde banken voldoende reden een veel lagere rente te rekenen.

Scheepshypotheken worden al afgesloten bij aankopen vanaf 25.000 euro, al gaat het bijna altijd om bedragen van meer dan 50.000 euro. Boven de 100.000 euro tikken de voordelen echt aan. Dat is precies de categorie van Mattey's afgelopen maand opgeleverde kapiteinssloep met vloerverwarming en vergulde vlaggenmast.

Robin Mattey kon het tamelijk courante, nieuwe schip voor 100 procent financieren. Dat is overigens een zeldzaamheid waar zijn riante salaris en veelbelovende positie bij de bank een belangrijke rol bij spelen.

Frits Verdegaal had het lastiger. De bank hikt al enkele weken aan tegen zijn wens 75 procent van de nieuwwaarde van zijn catamaran, een nogal incourante boot, te financieren. Overigens heeft Frits voor zichzelf al besloten dat hij zo nodig water bij de wijn doet omdat hij de voordelen van de hypothecaire financiering beslist wil binnenhalen.

In de eerste plaats gaat het hem om de lage rente. Hij heeft al een offerte voor een persoonlijke lening die hem op jaarbasis meer dan 10 procent kost.

Straks kan hij voor 4 procent klaar zijn. Net als bij zijn huis kan hij de hypotheekrente vastzetten. Dat geeft zekerheid over de te verwachten vaste lasten, zeker bij de lange looptijd waar hij erg aan hecht.

Waar de aangeboden persoonlijke lening een horizon heeft van acht jaar, kan hij bij de hypotheek een twintigjarige looptijd afspreken. Een vaste rente over deze hele looptijd kost hem 1 procent extra. Hij komt dan op 5 procent.

Terwijl Mattey de rompslomp van de scheepshypotheek aan een gespecialiseerde tussenpersoon overlaat, duikt Verdegaal zelf de bureaucratie in. Net als zijn huis moet de catamaran bij het Kadaster worden ingeschreven. Het vaartuig krijgt verder een niet te verwijderen identiteitskenmerk. 'We noemen dat brandmerken', zegt René Julicher van het Kadaster met een grijns. De term dateert nog uit de tijd dat in de gangbare zeilschepen inderdaad een merk aan de voet van de houten mast werd gebrand.

Tegenwoordig gaat het om twee niet te verwijderen plaatjes met een cijfer- en lettercode. Eentje op het achterschip, het andere in het interieur. Het Kadaster reist naar de ligplaats van het schip om ze aan te brengen. Dat alles kost voor een jacht dat op de binnenwateren vaart, iets meer dan 175 euro.

Verdegaals catamaran gaat het ruime sop kiezen waardoor de eenmalige registratie op 375 euro komt. Dat is dan inclusief het in het buitenland benodigde nationaliteitsbewijs (zeebrief). Door brandmerk en registratie staat vast dat de geregistreerde persoon de eigenaar is. Diefstal, echtscheiding of zelfs een eerlijke verkoop veranderen dat niet.

Het is dus bij de aankoop van een boot zaak op te letten of er geen 'brandmerk' op zit. Scheepsmakelaars gaan dat routinematig na; particuliere kopers kunnen een flinke strop hebben als ze zonder het te weten een geregistreerde boot kopen.

Afgezien van de kadastrale registratie, draait men bij het vestigen van een scheepshypotheek ook op 500 tot 1.000 euro notariskosten, taxatiekosten tot een van de waarde alsook de afsluitprovisie van de hypotheekbank.

Die provisie van 1 procent van het bedrag van de lening bent u kwijt als u zelf met de bank handelt en ook als u een gespecialiseerde tussenpersoon inschakelt. Omdat die van de bank een deel van de provisie krijgt doorgeschoven, regelen verschillende tussenpersonen met plezier de hele papierwinkel zonder daar iets voor te rekenen.

Tot slot verlangt de hypotheekmaatschappij een optimale verzekering van het schip en daarnaast vaak een levensverzekering van de eigenaar. Beide dienen als garantie voor de aflossing.

Al deze kosten moeten opwegen tegen het rentevoordeel en de gunstige voorwaarden van de scheepshypotheek. Overigens bestaat in sommige gevallen een nog iets voordeliger manier van financieren. Dat is het verhogen van de hypotheek op een eigen huis met flinke overwaarde. Hoewel de rente dan vaak een fractie lager is, beschouwt Mattey de koppeling van het huis aan de boot als een oneigenlijke vorm van financiering.

Hij wil dat beide 'zichzelf betalen'. Bij goed voorstelbare prijsstijgingen kan het overigens letterlijk zo zijn dat hij gratis woont en vaart. Bedenk wel dat bij verhogen van de woonhuishypotheek voor de aanschaf van een boot geen recht op de fiscale hypotheekrenteaftrek ontstaat. Bij een scheepshypotheek is dat evenmin het geval.