'De Nederlandse BBC bestaat al'

In een 'Europa van de regio's' verdienen regionale publieke omroepen een ruimer budget, vindt hoogleraar Paul Rutten. 'Mits de programmering kan worden uitgebreid.'

Als het aan PvdA-partijleider Wouter Bos ligt, zullen de plannen met de publieke omroep van staatssecretaris Van der Laan (D66) nooit worden uitgevoerd. Dat zei hij afgelopen woensdag op een bijeenkomst in Amsterdam, vooruitlopend op een eventuele verkiezingszege van de partij in 2007.

De opmerkingen van Bos zijn een volgende stap in een zich nu al jarenlang voortslepend drama rond de landelijke publieke omroepen. Sinds de eeuwwisseling denkt de politiek na over hoe de publieke zaak in de media het best gediend kan worden.

Daarbij blijft de rol die regionale publieke omroepen kunnen spelen ten onrechte onderbelicht, stelt de Leidse hoogleraar digitale mediastudies Paul Rutten (1958). Op verzoek van de Stichting Regionale Omroep Overleg en Samenwerking (ROOS) onderzocht hij de maatschappelijke, culturele en journalistieke betekenis van de regionale publieke omroepen. Zijn rapport De toekomst van de regionale publieke omroep werd vorige week gepresenteerd. Aanleiding voor het onderzoek was het nieuwe financieringsstelsel voor de regionale omroepen. Vanaf begin 2006 worden ze geheel bekostigd door de provincie. Tot 2005 financierde het Rijk nog ruim 40 procent.

Rutten signaleert in zijn rapport twee belangrijke problemen bij de regionale omroepen: de marktontwikkeling van de televisiesector stagneert en het publiek dat kijkt en luistert is relatief oud. Ruim 60 procent van de regionale tv-kijkers is ouder dan vijftig jaar; bij de radio ligt dat percentage zelfs op meer dan 80.

Hoe komt het dat de regionale publieke omroep vooral ouderen aanspreekt?

'Het lijkt erop dat ouderen een sterker ontwikkeld 'regiogevoel' hebben. Verder is het natuurlijk zo dat veel andere media, publiek en commercieel, zich specifiek richten op jongeren of 'jonge boodschappers'. Dat zijn groepen die er bij de regionale publieke omroepen nu bekaaid afkomen.'

Hangt dat samen met het eerste probleem dat u aanstipt?

'Ja. De meeste regionale tv-zenders hebben nu genoeg geld om twee uur 'verse' programma's per dag te maken. Die worden in een loop herhaald. Vaak wordt die uitzendtijd besteed aan het maken van magazine-achtige nieuwsprogramma's. Voor het maken van andere televisie blijven geen middelen meer over.'

Om deze problemen aan te pakken pleit u voor een verhoging van het budget van de regionale publieke omroep. Is dat pleidooi niet kansloos in het huidige klimaat?

'Dat weet ik zo net nog niet. Ik denk dat de landelijke publieke omroepen zouden kunnen leren van hun regionale collega's. Op provinciaal niveau bestaat namelijk al de in Nederland zo vaak verheerlijkte structuur waarmee de Britse BBC wordt bestuurd: één publieke omroep, en niet een heleboel elkaar beconcurrerende organisaties, met daarboven een raad van bestuur.

'De regionale omroepen sluiten ook beter aan op een trend die niet alleen in Nederland waarneembaar is: de opkomst van het belang dat gehecht wordt aan de regio. Er wordt steeds vaker gesproken over 'het Europa van de regio's'. In een wereld die steeds globaler wordt, hebben mensen sterker de neiging zich te oriënteren op hun directe omgeving. De nabijheid van de regionale publieke omroep zou voor mensen daarom een reden kunnen zijn om er vaker op af te stemmen. Mits de programmering kan worden uitgebreid, want de wet zadelt de regionale omroep nu op met onmogelijk eisen. Je kan met het huidige beperkte budget niet verwachten dat er én nieuws én cultuur én verstrooiing wordt gebracht voor alle denkbare doelgroepen, zoals de wet voorschrijft.

'De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid signaleerde onlangs in een rapport dat het regionale medialandschap steeds schraler wordt. Dat is voor de pluriformiteit van de pers die we in Nederland nastreven geen goede zaak. Als we daar iets aan willen doen, zou het goed zijn om bij de regionale publieke omroepen te beginnen.'

Als Den Haag wil dat de publieke taken van de omroep goed worden uitgevoerd volstaat het dus om een zak geld de provincie in te sturen?

'Uiteraard niet. De regionale publieke omroepen zouden in ruil voor een verhoging van hun budget waarneembaar beter moeten gaan presteren en daarop gecontroleerd worden. De directies kunnen rechtstreeks verantwoording afleggen aan de provinciale gemeenschap. Daar zitten niet allerlei bestuurslagen tussen. Een omroep doet een 'belofte aan de regio', en wordt daar later op afgerekend.'

Speelt de landelijke overheid in dit model nog een rol?

'Zeker. De financiering wordt nu door de provincie beheerd, maar dat wil niet zeggen dat de landelijke politiek zich niet meer met de regionale omroep moet bemoeien. Het geld ervoor komt gewoon uit de staatskas, en de taken die vervuld moeten worden zijn door de landelijke politiek omschreven.'

Hoe zouden de regionale publieke omroepen vast een begin kunnen maken met een veranderingsproces?

'Ik denk dat internet daarin een belangrijke rol kan spelen. Een website kan zich makkelijker richten op een specifieke, jongere doelgroep. Ook andere technische vernieuwingen bieden de kans om inhoudelijk te innoveren. Zo kan de camjo (camera-journalist, red.) die met zijn digitale camera op pad gaat in zijn eentje snel en goedkoop nieuws brengen van plekken waar je met een reguliere cameraploeg zo snel niet kan komen.'