De aal wordt duur betaald

De paling verdwijnt. Er arriveren te weinig palingen op de paaiplaatsen waardoor de groepsseks niet door kan gaan. Er moet snel iets gebeuren, concludeert palingonderzoeker W. Dekker.Sander Voormolen

Willem Dekker Foto Roger Cremers Nederland, IJmuiden, 03-04-2006 WILLEM DEKKER, VISSERIJBIOLOOG, Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek (RIVO). PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

De vangst van wilde paling moet met onmiddellijke ingang volledig worden stilgelegd. Dat is de beste maatregel om de paling van de ondergang te redden, zegt visserijbioloog Willem Dekker. Ook moeten zoveel mogelijk dammen en sluizen openen om de trekvis niet te belemmeren. Dekker doet al jaren onderzoek aan de Europese aal Anguilla anguilla. Hij werkt bij Imares, het voormalige Rijksinstituut voor Visserij Onderzoek in IJmuiden en promoveerde anderhalf jaar geleden op het proefschrift Slipping through our hands dat over de populatiedynamica van de Europese paling. Daarin concludeert Dekker dat de palingstand al sinds de Tweede Wereldoorlog hard achteruit gegaan is. Dekker: Sinds het jaar 2000 is het aantal jonge palingen, zogeheten glasalen, dat bij Den Oever het IJsselmeer inzwemt niet meer boven de vijf procent gekomen van het niveau dat het ooit geweest is.'

Om er bovenop te komen, moet de wilde paling geheel met rust gelaten worden. Dekker: Afgelopen januari heb ik samen met een Zweedse collega uitgerekend wat het effect zal zijn van het stilleggen van alle palingvisserij. Voor een volledig herstel moet de paling een paar keer door zijn volledige levenscyclus heen. Op dit moment is er zo weinig glasaal, dat ik vrees dat het wel tweehonderd jaar gaat duren.'

Maar de palingvisserij twintig jaar of langer totaal stilleggen, is politiek niet haalbaar, weet ook Dekker. Als we zo lang de vangst sluiten verliezen we alle kennis. En we zullen problemen met stroperij krijgen. Het politiek compromis is nu twee weken op en twee weken af. Maar het biologisch advies is om de vangst honderd procent te sluiten. Reduce to as close to zero as possible. Ik voel steeds meer de spanning tussen mijn rol als wetenschapper, die onbeantwoorde vragen graag open houdt, en die van beleidsadviseur, die met pragmatische keuzes moet komen. Ik merk dat ik eigenlijk meer een wetenschapper ben.'

Wat weten we eigenlijk van de historische palingstand?

Dekker: Ai, daar leg je de vinger meteen op de zere plek. De aalstand is goed gedocumenteerd vanaf 1950, van de periode daarvoor hebben we een onvolledig beeld. Er zijn wel aanwijzingen dat de stand toen nog hoger is geweest, en als dat waar is dan is de achteruitgang van de aal al een veel langer lopend proces.'

Wat is de belangrijkste oorzaak van de ineenstorting van de palingstand?

Dat is moeilijk te zeggen, maar mijn conclusie is dat de hoeveelheid volwassen alen door diverse oorzaken steeds kleiner is geworden. Daardoor is er te weinig nieuwe aanwas. Dat verklaart de achteruitgang. De visserij is het niet, want de paling was al overbevist voordat de klad erin kwam. Vervuiling? Die kwam eigenlijk te vroeg om de daling te verklaren. Een nieuwe parasiet die de zwemblaas sinds 1985 infecteert kwam juist te laat. En ook de effecten van inpoldering en aanleg van dammen past niet bij de waargenomen trend. Ik weet het dus eigenlijk niet. Hoe dan ook, feit is dat er door overbevissing, afdammingen en inpolderingen steeds minder paairijpe schieralen naar zee kunnen trekken om zich voort te planten.'

Maar wat is dan de reden waarom het de laatste jaren ineens zo snel gaat?

Waarschijnlijk door het zogeheten Allee-effect. Dat is het fenomeen waarbij individuen elkaar opzoeken om gezamenlijk aan de voortplanting deel te nemen; groepsseks dus. Maar het probleem is dat de groep een bepaalde omvang moet hebben, voordat het tot paaien komt. En dat is tegenwoordig kennelijk niet meer het geval.

Genetici beginnen nu met resultaten te komen die inderdaad in deze richting wijzen. De paling van het ene jaar lijkt niet op de paling van een ander jaar. Maar de palingen die in dezelfde tijd in Italië en Zweden aankomen zijn heel identiek. Er zitten ook grote verschillen in palingen die vroeg en laat in het seizoen verschijnen. Dat duidt sterk op tijdelijke groepsseksconcentraties.

Japanse onderzoekers die her en der het DNA van Japanse palingen analyseerden ontdekten in verschillende rivieren zes palingen met dezelfde moeder. Zo'n vondst betekent dat het aantal moeders zeer klein moet zijn. Een paling legt zo'n twee miljoen eitjes, waanzinnig veel vergeleken met andere vissen. Maar de voortplanting is dan ook een eenmalige gebeurtenis, daarna gaan de ouderdieren dood.'

Tachtig procent van alle glasaal wordt opgevist in de Golf van Biskaje. Volgens Nederlandse vissers is dat een belangrijke oorzaak van de achteruitgang.

Dat is ten onrechte. Die glasaalvisserij, hoe grootschalig ook, heeft geen directe gevolgen voor de Nederlandse palingstand. De glasaal die in de Golf van Biskaje zit, kan nooit hier terecht komen. In de Golf van Biskaje verzamelt zich weliswaar de meeste glasaal, maar de Nederlandse glasaal kan vanuit de Sargassozee vrijwel zonder te zwemmen via de Golfstroom in de Nederlandse wateren belanden. Via een omweg door de Golf van Biskaje zou dat niet lukken.

Actief zwemmen van glasalen past niet in het patroon. Middenin de winter zit de glasaal in de Golf van Biskaje en tegelijkertijd zit er glasaal voor de Nederlandse kust. De diertjes missen de energie en de tijd om vanuit het zuiden naar hier te komen. De visserij op glasalen in de Golf van Biskaje heeft dus alleen effect op de populatie in de Spaanse en Franse rivieren.'

Waarom wordt er eigenlijk zo veel glasaal gevangen?

Alle glasaal wordt gevangen door kleinschalige vissers, maar toch is het een wereldwijde handel. De glasalen worden voornamelijk geëxporteerd naar Hongkong, China en Japan. Er is veel geld mee te verdienen. Maar aan de basis staan nog altijd losse mannetjes.

Door de grote vraag en de verminderde vangsten is de glasaal waanzinnig duur geworden: duizend tot elfhonderd euro per kilo. Dat komt in de buurt van de waarde van drugs, met alle louche praktijken die daarbij horen. Een Italiaanse collega met wie ik op pad was, meldde achteloos toen er een auto bij ons stopte 'dat is de maffia, die komt even een kijkje nemen wat wij aan het doen zijn'.'

Wat moet er gebeuren?

De Europese Commissie is nu gekomen met één dwingende maatregel voor heel Europa. Het is als een strenge meester die eerst beperkingen oplegt en dan achteraf bekijkt wie er precies schuldig is. Alle landen van Europa moeten de aalvisserij gedurende de eerste 15 dagen van iedere maand sluiten, totdat ze zelf met een beter plan zijn gekomen. Dat is heel mooi gevonden, vind ik.

Door dit beheersplan moet veertig procent van de schieraal naar zee kunnen ontsnappen en zo de palingcyclus weer rond maken. Landen mogen op individuele basis andere maatregelen nemen, zolang zij daarmee maar hetzelfde resultaat bereiken. Dat is mooi, er wordt een harde klap uitgedeeld, maar tegelijkertijd krijgen landen volledig de ruimte. Het is een heel ongebruikelijke regeling, maar ongelooflijk netjes. '

In hoeverre is het mogelijk om palingen te kweken?

Voor palingkweek is nog altijd jonge glasaal uit het wild nodig. Ondanks alle juichverhalen die met enige regelmaat in de pers opduiken, is het opkweken van palingen uit eitjes nog steeds niet gelukt. De Russen slaagden er in de jaren zeventig in om met hormonen afkomstig van 'moeders voor moeders- projecten' eieren te verkrijgen, maar de larven gingen telkens dood. Sindsdien zijn we stapje voor stapje verder gekomen, maar het is nog altijd niet helemaal gelukt.

De Japanners zijn overigens het verst. Het is hen al een keer gelukt rode aal uit eitjes op te kweken, op een dieet van gedroogde haaieneieren en wat kruiden. Maar die dieren gedroegen zich volkomen idioot, dus perfect is het nog niet. Het gaat zeker nog tien tot 35 jaar kosten voordat het echt goed lukt.

Japan heeft uitgesproken dat zij niet meer afhankelijk wil zijn van het natuurlijke bestand. Niet om de wilde aal te sparen, maar om onafhankelijk te zijn. Het onderzoek in Japan is groots opgezet met wel twintig betrokken universiteiten. De Japanse aal schijnt trouwens iets beter te kweken te zijn dan de Europese. En volgens de Japanners smaakt hij beter. Dat gegeven heeft vreemd genoeg in kwekerijen in Europa nog niet geleid tot een pragmatische overstap op de Japanse aal.'

Kunnen we niet wilde glasaal uitzetten om de palingstand op te peppen?

Ja. Dat is een mogelijkheid. Mijn advies is tweeledig: zet ze uit in de lagunes van de Middellandse Zee, maar breng ze ook naar Noord-Scandinavië. In het zuiden groeien de alen snel op en dat levert dus een bijdrage op de korte termijn. De palingen in Scandinavië zijn pas over vijftig jaar paairijp en vormen dus een langetermijnverzekering. De grote vraag is of er nog iemand bereid is in glasaal te investeren als de visserij wordt stilgelegd.'

Als de oorzaken van de achteruitgang nog zo onzeker zijn, hoe zeker is het dan dat een vangstverbod effect zal hebben?

Je moet wel iets doen. Goed, ik geef toe dat als we geen maatregelen nemen, er een heel kleine kans is dat de crisis vanzelf overgaat. Maar het kan ook helemaal fout lopen, en dan is het wel voor altijd fout. Als je nu wel ingrijpt, dan geef je een aantal jaren vangst op, maar red je misschien de populatie.

Ik krijg soms te horen: waar maken we ons druk over, de palingvisserij is vergeleken met andere vis zo'n kleine visserij. Maar ons visserijbeleid is er op gericht om alle vis duurzaam te beheren. De geloofwaardigheid van dat beleid staat of valt met de zwakste schakel.'

    • Sander Voormolen