Bouwen met ideologische vergezichten

Na twaalf jaar in de Tweede Kamer, wordt Adri Duivesteijn wethouder in Almere. In Den Haag miste hij de vergezichten in de politiek. 'De politiek is continu aan het peilen.'

Adri Duivesteijn wordt wethouder in Almere. (Foto Roel Rozenburg) Den Haag:12.10.5 Koole en Duivesteijn foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Adri Duivesteijn heeft naar eigen zeggen 'een diep verlangen om te laten zien dat het anders kan in Nederland'. Daarom gaat hij de komende jaren een stad bouwen, zoals zijn fractievoorzitter in de Tweede Kamer het noemde. Op 20 april wordt Duivesteijn geïnstalleerd als wethouder ruimtelijke ordening en volkshuisvesting in de snelst groeiende stad van Nederland: Almere. De komende jaren moet Almere meer dan 50.000 huizen bouwen.

Twaalf jaar zat Duivesteijn voor de PvdA in de Tweede Kamer, sinds 1994. Zijn afscheid nu noemt hij 'een buitengewoon emotioneel moment'. Hij vindt zichzelf meer een bestuurder dan een commentator en controleur. 'Ik hou wel van het scherpe debat, van het analyseren en problematiseren. Ik heb een enorme terugslag gehad na 2002, voelde me niet meer thuis in de politiek. Toen ik de tijdelijke commissie infrastructuur (over de Betuweroute en de HSL, red.) mocht doen kwam dat vuur weer terug. Dat is het echte ambacht, de waarheidsvinding, het blootleggen van politieke processen. Maar als je jezelf als recensent ziet van een toneel stuk waar je zelf in meespeelt, dan moet je weg, dan is het genoeg,' Duivesteijn wil weer 'de norm zijn, de referentiekaders stellen, in plaats van de man waarvan ze zeggen: daar heb je Adri Duivesteijn weer.'

Heeft uw afkeer van het huidige politieke klimaat nog meegespeeld in uw afweging te vertrekken?

'Feit is dat Wouter Bos meer dan Ad Melkert de PvdA naar het midden van het politieke spectrum heeft verplaatst. Ik ben links, gematigd links, maar toch. Die linkervleugel waar ik me toe aangetrokken voel, is niet sterk vertegenwoordigd in onze fractie. In ons politieke bestel kunnen mensen die wat linkser zijn ontsnappen naar GroenLinks of de SP, dat is jammer voor de PvdA. Politiek wordt daardoor steeds minder ideologie en steeds meer de dingen van de dag.'

Stoort u zich daaraan?

'Het verbaast me wanneer Paul en Staf Depla (de PvdA-broertjes, respectievelijk wethouder in Nijmegen en Kamerlid, red.) in een interview zeggen dat zij wars zijn van vergezichten maar wel de wereld beter willen maken. In mijn opvatting over politiek kunnen die twee niet zonder elkaar. Dat is een generatieverschil, de nieuwe generatie van pragmatici is in de huidige PvdA dominanter geworden. Ik erken dat politiek het managen van de daily business is, maar ik kan niet zonder vergezichten, ook al weet ik dat ik mijn einddoel nooit zal kunnen halen.'

Is Wouter Bos ook meer een pragmaticus dan een ideoloog?

'Ik zit er in elk geval ideologischer in dan hij, explicieter. Ik mis mensen als Rick van der Ploeg (oud-staatssecretaris van Cultuur, red.). Vrije geesten die het debat trekken, dat is bijna spiritueel. Je hoeft het niet altijd met ze eens te zijn, maar je kunt er vrij over debatteren. Een debat is nooit zwart of wit, het gaat niet om het winnen of verliezen. Wat dat betreft ben ik ook een pragmaticus. Ik wil ook wetten maken die de wereld op korte termijn kunnen verbeteren, zoals mijn initiatief om het eigenwoningbezit te bevorderen, maar ik kan het niet zonder ze te plaatsen in grotere vergezichten.'

U heeft wel eens gezegd dat politici te weinig risico's durven te nemen. Geldt dat ook voor de PvdA?

'Ach, de hele politiek is continu aan het peilen om te weten wat ze ergens van moet vinden, dat is niet exclusief aan de PvdA voorbehouden. Ik ben wat dat betreft een anti-politicus in het huidige tijdsgewricht. Ik zeg niet dat mijn weg 60 zetels oplevert, maar ik voel me thuis bij een debat waarin de opvattingen uitgesproken zijn. Ik wil mijn mening zo nodig best herzien, maar in eerste instantie wil ik anderen overtuigen. Jij moet je kunnen afzetten tegen mij, dat is de kern. Wat dat betreft is Ayaan Hirsi Ali interessant. Ik ben het in de kern niet met haar eens, maar ze geeft me wel een referentiekader waar ik wat mee kan.'

Bent u zelf bereid risico's te nemen?

'Ik wil besturen, creëren. Ik had in 2002 graag een post in het kabinet gehad. Ik had al jaren kritiek op woningcorporaties, op het stelsel van de ruimtelijke ordening, en ik wilde laten zien dat het ook echt anders kan. Dat het mogelijk is om mensen zelf hun woningen te laten ontwerpen, om te moderniseren met behoud van solidariteit. Nu hoor ik mezelf in de Kamer dit verhaal opnieuw vertellen. Het is een goed moment om dan wat anders te gaan doen.'

U bent in de jaren tachtig al wethouder geweest in Den Haag. Wat heeft u in de Kamer geleerd waardoor u niet dezelfde fouten maakt als toen?

'Fouten? Er is toen in Den Haag maar één ding verkeerd gegaan, en dat is dat we in een progressief college zaten dat maar één stem meerderheid had. Toen er een beslissing moest komen over het nieuwe stadhuis stuitte dat bij een collega-wethouder op grote bezwaren. Omdat de oppositie tegen het stadhuis dreigde te stemmen kon hij dat plan tegenhouden. Ik heb toen voor het idee gekozen en niet voor het behoud van de macht. En ik ben daar achteraf nog steeds tevreden over: het stadhuis wordt door velen gewaardeerd.'

Wat trekt u zo aan een wethouderschap volkshuisvesting in Almere, u bent in alles een Hagenees.

'Ja, en dat zal ik ook altijd blijven. Maar Almere is een introverte stad die zich niet presenteert naar het water toe. Wat is er nou mooier dan een kustlijn, die aan het IJsselmeer, om die te gaan ontwikkelen.'

U wilt mensen de ruimte geven om zelf te bouwen en noemt daarbij de Amsterdamse grachtengordel als voorbeeld. Maar kent u Vinkeveen?

'Ja, dat weet ik, dat dat ook kan gebeuren, maar het gaat me niet zozeer om de individuele bouwwerken. Je moet vrij kunnen bouwen in een goed doordacht stedebouwkundig plan. Ik ben ook niet van de 'domme' manier met vrije kaveltjes of 'boerderettes'. Maar in de jaren vijftig hebben we de grote naoorlogse wijken neergezet. De massaliteit en onvervangbaarheid daarvan zijn nu een groot probleem. Het kost miljarden om dat stempel op de woningbouw te veranderen. Individuele fouten kunnen makkelijker veranderd worden, zoals in de grachtengordel. Daar kun je slechte panden tussenuit halen en het ensemble overeind houden. Idealiter moet je een systeem creëren waarbinnen mensen fouten kunnen maken.'

Vraag een gemiddelde Nederlander om zijn droomhuis te tekenen en hij komt waarschijnlijk wel met een boerderette aanzetten.

'Dat weet ik niet, ik geloof dat als je tien mensen vraagt een huis te ontwerpen dat je dan tien verschillende woningen krijgt. Het is net als in de politiek: als je je richt op het gemiddelde, dan wordt alles vlak. Mijn eigen huis in Den Haag is gebouwd in 1870 en is nog steeds aan de eisen van de moderne tijd aan te passen. Dat is dus niet mogelijk met die naoorlogse wijken. Toen ik in de jaren tachtig wethouder was, zaten we midden in de architectuurstroming. Dat was de periode dat lokale bestuuders cultureel opgevoed werden. Nu is de tijd gekomen dat individuele opdrachtgevers datzelfde moeten doen. Politici moeten in staat zijn mensen op te tillen en ze op een hoger niveau te brengen. En als er een plek is waar dat kan, dan is het in Almere. Daar begint de revolutie.'

    • Egbert Kalse