Beleid universiteiten is een kwestie van geld

Het hoofdartikel van 28 maart uit bezorgdheid over het feit dat het toezicht op universiteiten steeds meer wordt uitgeoefend door mensen uit het bedrijfsleven. Maar uit het commentaar en het bericht terzake van de vorige dag valt niet op te maken waardoor deze ontwikkeling wordt veroorzaakt. Sinds jaar en dag beknibbelt de overheid op universiteiten. Bovendien wordt voor financiering van onderzoek door de overheid vaak medefinanciering door anderen (lees: het bedrijfsleven) vereist, en is het gewenst dat onderzoek `maatschappelijk relevant` (vaak: goed voor de economie) is.

Een goed voorbeeld is de bijdrage van 130 miljoen euro van het kabinet aan een farmaceutisch instituut waaraan industrie en universiteiten eenzelfde bedrag bijdragen. Het beleid stuurt erop aan dat het bedrijfsleven meebetaalt aan universiteiten, en dat onderwijs en onderzoek aansluiten bij de wensen van het bedrijfsleven.

Tegen die achtergrond is het niet meer dan logisch dat universiteiten mensen uit het bedrijfsleven bij hun besturen betrekken. Want ofwel je vindt het een goede zaak dat universiteiten zich, financieel én inhoudelijk, meer op het bedrijfsleven moeten richten, en dan moet je niet mekkeren als dat ook op het personele vlak blijkt. Ofwel je vindt dat niet, maar dan moet je de kritiek niet richten op een bijverschijnsel zoals de samenstelling van de raden van toezicht, maar op de kern: de financiering van de universiteiten.