Bedrijfskunde is een decadent vak

De oliebedrijven zoeken petroleumingenieurs, maar slimmeriken gaan liever management studeren, ontdekt Maarten Huygen.

Nu de olieprijs is gestegen tot boven de 70 euro per vat, zou je denken dat massa's studenten popelen om te worden toegelaten tot de masters-opleiding voor ingenieur in de olieproductie in Delft. Toekomst verzekerd. Oliemaatschappijen, inclusief Shell, zoeken de wereld af naar specialisten. Er is nog veel olie, maar het vereist veel vernuft om het uit de grond te halen. De salarissen van de ingenieurs stijgen snel en de opgedane technische vaardigheden zijn ook geschikt voor andere beroepen.

Vol verwachting ging ik naar een voorlichtingsmiddag voor studenten die van hbo of een universiteit elders wilden overstappen naar een masters toegepaste aardwetenschappen in Delft. Maar helaas, in een grote klas met drie enthousiaste voorlichters zag ik slechts vier kandidaten zitten die weinig vragen hadden. Twee waren eventueel geïnteresseerd in het vak van petroleumingenieur, een andere wilde mijnbouwkunde doen en een vierde overwoog een studie in Twente waar meer management werd geboden.

Dit is de tragiek van het Nederlandse hogere onderwijs. Er worden vakken aangeboden die belangrijk en nuttig zijn en op een hoog niveau staan, maar waarin studenten niet zijn geïnteresseerd. Vroeger waren exacte vakken een middel tot sociale stijging, nu vervullen managementstudies die rol. Zolang studenten geen belangstelling hebben voor innovatieve opleidingen, zijn alle innovatieplatforms tevergeefs.

Als het hbo wordt meegerekend, staat Nederland aan de top met het aantal hoogopgeleiden, maar die statistieken zeggen niets over de kwaliteit. De universiteiten volgen slechts de tijdelijke vraag van de markt.

Als de helft van de studenten de hogere computerchat-kunde wil volgen, zou de helft van de hogere opleidingen daaruit bestaan. Er zijn massa's afgestudeerden in de communicatie en de bedrijfskunde om anderen te bepraten of te administreren. De straten zijn geplaveid met Masters of Business Administration, maar gezien de matige prestaties van de Nederlandse bedrijven kun je niet zeggen dat het veel vruchten afwerpt.

Maar wat als er door gebrek aan specialismen geen professionals meer overblijven die gemanaged moeten worden? Die vraag is reëel, nu India en China technische specialisten bij tienduizenden opleiden aan gerenommeerde westerse universiteiten zoals Delft, maar ook steeds vaker aan instellingen in eigen land. Shell opent een bijkantoor in Bangalore om gebruik te maken van de vele afgestudeerde oliespecialisten daar. Ik kan me niet voorstellen dat zich ooit een Indiaas bedrijf in Nederland vestigt om gebruik te maken van het lokale administratietalent.

De Delftse afdeling geotechnologie is gevestigd in een bakstenen eretempel voor de techniek uit begin vorige eeuw met het opschrift 'Instituut voor Mijnbouwkunde'. Klokkentoren in het midden, zuilen, versierde ingang en uitgestrekte vleugels.

Het gebouw is veel te ruim geworden voor de 250 studenten, promovendi en stafleden die er werken, van wie 80 in de oliewinning. Het kleine geologische museum met bijzondere kristallen en gesteenten heeft als pronkstuk een schedel van een triceratops. De tentoonstellingsruimte wordt uitgebreid maar de afdeling geotechnologie gaat naar een nieuwe, kleinere vleugel van een gebouw elders op de campus.

Peter Currie en Jan-Dirk Jansen, twee hoogleraren in oliewinningstechniek die ik spreek in een kolossale lege werkkamer, klagen niet, want de studentenpopulatie blijft stabiel omdat de helft uit het buitenland komt.

De meesten keren daar weer terug. Vorig steeg het aantal nieuwe master-studenten zelfs van 20 tot 38 en voor volgend studiejaar wordt hetzelfde verwacht. Ook het promotie-onderzoek loopt goed. Jansen, die ook een halve baan bij de Shell heeft voor de ontwikkeling van ondergrondse kleppen en sensoren, heeft nog de tijd meegemaakt dat er 120 eerstejaars kwamen.

De Nederlanse studenten wie ik het vraag, zeggen dat het vak petroleumingenieur te onbekend is. 'Je zou betere natuur- of scheikundeleraren moeten hebben die je enthousiast maken', oppert Niels Hoogerheide die na een studie algemene aardwetenschappen een masters in oliewinning is gaan doen. Management wordt ook als veelzijdiger gezien. Studenten zien ook op tegen hard werken in de exacte vakken.

Volgens een rapport van het Centraal Planbureau vorig jaar is er geen vraag naar exacte wetenschappers, omdat de salarissen zijn gedaald, terwijl de economen en bedrijfskundigen steeds meer verdienden.

Het gevolg was te zien bij Shell waar de briljante bedrijfskundigen en financiële specialisten in de leiding te weinig nieuwe olievelden aankochten en massa's ingenieurs hebben ontslagen omdat de olieprijs zo laag was.

Nu hebben ze spijt van hun kortetermijnbeleid. De ingenieurs komen niet meer terug en oliemaatschappijen moeten veel meer betalen voor tijdelijke krachten.

'De loyaliteit is verdwenen', zegt J.W. Scholten, de directeur van rekruteringsbedrijf worldwideworker.com. De markt is internationaal en Indiase ingenieurs verdienen niet veel minder dan Nederlandse of Amerikaanse. Expertise wordt wel goed beloond.

Nu kunnen westerse bedrijven nog kantoren openen in India en China, om gebruik te maken van de technische kennis die in het Westen steeds meer ontbreekt. Maar in het voorbeeld van de olie-industrie wordt die kennis steeds duurder. De werkverdeling waarin Azië innoveert en het Westen het geld verdient, is niet vol te houden. Managers hebben status. Dat had de koning die half verbrandde, omdat er even niemand beschikbaar was om zijn stoel van het haardvuur weg te dragen, ook. Maar hoe moet het als boven elke hoogopgeleide technicus tien afgestudeerde managers staan?

Dat is decadent. Misschien moet de petroleumingenieur worden omgedoopt in petroleummanager.