Wij zijn allemaal Berlusconi's

Maak om te beginnen de prullenbak van je computer leeg. Maak een nieuw bestand en noem het “Berlusconi'. Gooi het in de prullenbak. Klik dan op “Prullenbak leegmaken'. Op het beeldscherm verschijnt “Weet u zeker dat u Berlusconi wilt verwijderen?' En eindelijk kan je dan zeggen: Ja!

Het is een van de duizenden grapjes die de ronde doen over Silvio Berlusconi - die overigens ook zelf graag de ministerraad begon met een mopje. In de periode tussen de verkiezingen was dit een van de wapens tegen Berlusconi. En al is hij nu, naar het zich laat aanzien, ook deleted uit Palazzo Chigi, het Italiaanse Catshuis, vermoedelijk is hiermee het boek Berlusconi nog niet uit.

Het is wel een goed moment om een balans op te maken. Zijn politieke erfenis tot nu toe bestaat vooral uit wetten die vervolging wegens financiële corruptie moeilijker maken - van de beloofde belastingverlaging en liberalisering is niet zo veel terechtgekomen, en het land groeit economisch minder snel dan zijn Europese partners. Maar de meeste discussie gaat over zijn culturele betekenis. Heeft deze mediamagnaat-ondernemer-politicus de rest van de wereld een blik in de toekomst gegund, een toekomst waarin de media-macht en het geld de politiek helemaal bepalen? Of kun je de “mix van koning en hofnar' (de omschrijving is van Curzio Maltese, columnist van La Repubblica), afdoen met de gevleugelde woorden van Obélix: “Rare jongens, die Italianen'?.

Wie op zoek gaat naar het antwoord op deze vraag, kan niet om de uitstekende biografie van Berlusconi heen die is geschreven door Alexander Stille, de in de Verenigde Staten opgegroeide zoon van een voormalige hoofdredacteur van de Italiaanse krant Corriere della Sera. Stille geeft een gedetailleerd beeld van de opkomst van Berlusconi, eerst als ondernemer, mediamagnaat sinds eind jaren zeventig, en politicus sinds 1994. Het is een verhaal van een man met lef, visie, charme en een tomeloze energie. Maar ook een verhaal van duistere akkoorden, corruptie, achteloze contacten met maffiosi, vriendjespolitiek, bedrog, lastercampagnes en manipulatie van het nieuws.

Veel daarvan is al eerder verteld, al is Stille een meester in het schetsen van de details. De meerwaarde van het boek ligt in wat je de cultuurkritiek op Berlusconi zou kunnen worden. “Berlusconi' is in deze visie synoniem met politieke, morele en culturele verloedering. Zijn opkomst symboliseert de transformatie van de rationeel afwegende burger tot de emotioneel reagerende consument, de vermaakscultuur waarin alles om succes, rijkdom en geld draait; in één woord, de antipolitiek. Niet voor niets praat Berlusconi voortdurend negatief over “het theater van de politiek' en “het riool van Rome'.

Natuurlijk moet Berlusconi allereerst worden gezien in de Italiaanse context. Stille omschrijft de Italiaanse samenleving zo: “Een maatschappij zonder enige traditie van wetten inzake anti-trust of belangenconflicten, met een lange geschiedenis van politieke corruptie en een cynische tolerantie voor het breken van regels.'

Maar het fenomeen-Berlusconi overstijgt Italië, aldus Stile. “Het zou een grote vergissing zijn om hem te beschouwen als een Italiaanse anomalie, een voorbeeld van de typisch Italiaanse gekte zoals het verkeer in Napels.' Hij trekt een suggestieve parallel met ontwikkelingen in de Verenigde Staten, en beweert zelfs dat Fox News, de uiterst rechtse Amerikaanse tv-zender, een voorbeeld heeft genomen aan de programmering van Berlusconi.

Wat die twee gemeen hebben, is dat er geen plaats meer is voor journalistieke kernwaarden als onpartijdigheid of op zijn minst evenwicht in de berichtgeving, of het onderscheid tussen feiten en meningen. Zowel Fox als de zenders van Berlusconi zijn “echte postmodernisten [...] die niet in een stabiele waarheid geloven.'

Je hoeft de journaals op Berlusconi's commerciële zenders Rete Quattro en Italia 1 maar te volgen om te zien hoe dit er in de praktijk eruit ziet. Het zijn listig gemaakt propagandamachines voor Berlusconi, en ook veel discussie- en zelfs showprogramma's worden daarvoor ingezet. Kritiek wordt afgedaan als politiek moddergooien. “Harde feiten' of “naakte waarheden' bestaan niet. Onwelkome informatie wordt genegeerd. Wie niet met ons is, is tegen ons.

Linkse critici verwijten Berlusconi vaak dat hij het authentieke Italië kapot heeft gemaakt, dat hij de ziel van het land heeft beschadigd. Hij is de profeet van de individualistische samenleving. Daarin gaat het om consumentisme dat haaks staat op de onderlinge solidariteit die werd beleden door de twee grote traditionele krachten in Italië, de katholieke kerk en de communisten.

Het probleem van veel analyses van Berlusconi is dat hem te veel kwaadaardige macht en invloed worden toegeschreven - dan wordt bijvoorbeeld de onverschillige houding bij veel linkse leiders tegenover Berlusconi's belangenconflicten vergeten. De opkomst van de beeldcultuur; de simplificerende medialogica die zwart-wit denken en emotionele reacties stimuleert; de op commerciële marketingbeginselen gebaseerde politieke manipulatie - het is allemaal niet typisch Italiaans. In veel opzichten was Berlusconi op dit gebied de voorhoede van een veranderende wereld, die Italië toch wel zou hebben bereikt.

Impliciet erkent ook Stille dat, als hij schrijft dat Berlusconi “een weerspiegeling is van onszelf in een lachspiegel'. We zijn allemaal Berlusconi's, schrijft hij. Wie kritiek heeft op Berlusconi als cultureel fenomeen zal dus ook in de spiegel moeten kijken. Door de premier te deleten, zijn de ontwikkelingen waarvoor Berlusconi symbool staat, niet meteen ongedaan gemaakt. De linkse columnist Curzio Maltese heeft dan ook een waarschuwing voor zijn politieke vrienden: ,,Het was een blunder om te geloven dat één man de oplossing kon brengen, maar het zou ook een blunder zijn te denken dat één man het probleem is.''

Alexander Stille: Silvio Berlusconi. De inname van Rome. Vertaald uit het Engels door Hans van Riemsdijk en Hilde Heppe. Atlas, 445 blz. euro 24,90