't Perpetuum mobile van de oorlog

Twee nieuwe Nederlandse romans hebben de oorlog als thema. Oorlog, altijd maar weer die oorlog. Welke? Dat maakt niet zoveel uit. Waar het om gaat is dat een oorlog nooit ophoudt.

Willem van Zadelhoff Foto Koen Broos 050537_01 Broos, Koen

Voor Graa Boomsma, auteur van inmiddels acht romans, is voortdurende oorlog geen nieuw thema. Al in de aanvang van De laatste tyfoon uit 1992 kondigt de verteller het aan: “De oorlog is voorbij, er kan weer een volgende beginnen'. Dat was in de herfst van 1946 toen een schip met Nederlandse militairen naar Indië vertrok. Inmiddels is Boomsma aangeland bij de oorlog die Amerika sinds 11 september 2001 in zijn greep houdt. Willem van Zadelhoff blijft dichter bij huis. Zijn tweede roman Holle haven speelt in zijn geboorteplaats Arnhem, begint met het bombardement op die stad in 1944 en handelt over de nawerking van oorlogservaringen, waarop het mogelijk blijkt toch telkens weer een nieuw licht te werpen.

Boomsma, die in De laatste tyfoon schreef over de zoektocht van een jongeman naar het Indische oorlogsverleden van zijn vader, diens medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden en de trauma's die hij er aan over hield, neemt de lezer mee naar Mobile, Alabama. Het tweede gezicht gaat over de zoon van een beroepsmilitair die in Vietnam vocht en aanwezig was bij het uitmoorden van de bevolking van My Lai op 16 maart 1968. Hoofdpersoon Gary Holdmann is op die dag in Mobile geboren. Hij en zijn zusje Rita groeien op in dit godvergeten oord met een gewelddadige oorlogsinvalide als vader. “De Mekong was een rivier die dwars door zijn vaders hoofd stroomde en op de meest onverwachte momenten buiten haar oevers trad.'

Familie is oorlog, is de strekking van het verhaal en ook die oorlog houdt nooit op. Gary wordt opgevoed door zijn grootvader, een Nederlandse immigrant die voor de Tweede Wereldoorlog naar de States vluchtte “maar die in Amerika die verdomde rotoorlog weer tegenkwam'. Hij legt Gary tot vervelens toe de Amerikaanse en Nederlandse geschiedenis uit. Aan het einde van het boek, als zijn vader precies tien jaar dood is, denkt Gary dat hij eindelijk de familie-oorlog voor beëindigd kan verklaren. Hij besluit naar zee te gaan om de as van zijn overleden grootouders en vader aan de golven prijs te geven.

Maar je voelt het al aankomen. De drie urnen zijn voorzien van veelbetekenende data. 14 mei (Nederlandse capitulatie voor Duitsland), 30 april (Amerikanen verlaten Vietnam) en, jawel, 11 september, sterfdag van de vader. Als hij op het punt staat ermee op weg te gaan belt zijn vriendin in paniek op: Amerika wordt in de as gelegd. Gary begrijpt haar niet. Weliswaar ziet hij op de televisie dat een Boeing de WTC-toren in New York doorboort, maar waarom dat betekent dat Amerika in brand staat ontgaat hem. Diezelfde dag, 11 september 2001, springt. Gary's zus in Mobile van het dak. Zij blijkt door haar vader, de Vietnam-veteraan, te zijn misbruikt en sterft in zekere zin aan de gevolgen van een vorige oorlog. Aan de (familie)geschiedenis valt niet te ontsnappen, zoals Gary als kind al vernam in een song van Bob Dylan: “Oh, Mama, can this really be the end/ To be stuck inside of Mobile/ With the Memphis blues again.'

Maar voor een interpretatie van die tekst hoef je niet naar Alabama te gaan. Dylan-vertalers Bindervoet en Henkes hertaalden de strofe van Dylan als: “O, Mama, is het echt waar nu voorbij/ En zit ik weer vast in Meppel/ Met die Twentse blues van mij?' De onontkoombaarheid van het lot discrimineert niet tussen plaatsen en oorlogen. Diezelfde onontkoombaarheid situeert Willem van Zadelhoff in Arnhem.

Ook bij hem draait het om drie generaties en hun oorlog. Van Zadelhoff (1958), die drie jaar geleden debuteerde met de roman Een stoel, wat verwees naar de beroemde Bauhaus-zweefstoel, verbindt het oorlogsthema met de ontwikkeling van de modernistische architectuur. Zijn fascinatie voor het modernisme blijkt uit de titel Holle haven, een gedicht van Paul van Ostaijen uit Bezette Stad, dat eindigt met de hoop dat de “burgerlijke' maatschappij zichzelf op den duur zal vernietigen.

Dat is ook de hoop van Victor Vonk, hoofdpersoon van deze roman, die als jongetje van twaalf uit het gemombardeerde Arnhem met zijn ouders vlucht naar een boerderij in Elspeet. Daar wordt hij onderwezen door een kunstzinnige mede-evacué, de wijnhandelaar Kats (ook al optredend in Zadelhoffs debuut). Kats leert hem dat de oorlog ook positieve kanten heeft, zeker voor de architectuur en zo groeit de kansarme arbeiderszoon uit tot een ware oorlogsprofiteur. Op kosten van Kats studeert hij een jaar bouwkunde in Delft, vervolgens trouwt hij de dochter van een schatrijke Arnhemse aannemer die tijdens de oorlog in NSB-uniform paradeerde. In 1999 is hij een internationaal vermaarde architect aan wie het door hem verbouwde Arnhemse Gemeentemuseum een overzichtstentoonstelling wijdt.

Zijn generatiegenoot, de Duitse kunsthistoricus Bernhard Mörtenböck - alweer een bekende uit Een stoel - zal bij de opening van de tentoonstelling het woord voeren. Hij heeft in 1944 bij Arnhem zijn broer verloren, een verlies dat hij zich pas ten volle realiseert als hij die stad 55 jaar later bezoekt. Een ander slachtoffer van de oorlog is Victors vrouw, Ada. In de oorlog behoorde ze tot de “uitverkorenen' die met een kindertrein naar Bohemen en Moravië afreisde om in “De Stad der Jeugd' door de Hitler-Jugend verwend te worden. Ze is er verraden, verkracht en voorgoed .kapot gemaakt. De oorlog heeft haar “onteigend' en na de oorlog doet haar succesvolle, maar gewetenloze echtgenoot dat nog eens dunnetjes over.

Holle haven, eenvoudig van constructie en van taal, maar vol van subtiele literaire en kunsthistorische verwijzingen, is minstens even cynisch en somber als Boomsma's roman, maar op meer niveaus te lezen dan het nogal belerende Het tweede gezicht. Misschien is het effectiever om voor het doorgronden van ervaringen of gevoelens dicht bij huis of in elk geval dicht bij jezelf te blijven. In je eigen bezette stad, of het eigen door herinneringen en trauma's bezette hoofd, waar alle figuren in deze beide romans volkomen vast zitten. Mobile is overal.

Graa Boomsma: Het tweede gezicht. Nieuw Amsterdam, 191 blz. euro 15,50

Willem van Zadelhoff: Holle haven. Meulenhoff/Manteau, 214 blz. euro 17,95