Roodbroeken

Tegenwoordig weet ik op zaterdagmorgen bij het opslaan van de sportpagina weer helemaal wie ik ben. Het is dat Alberto Moravia er een boek over heeft geschreven, en dat dat boek zelfs al lang is verfilmd, anders zouden ze het thema aan mij kunnen ophangen. De conformist. Ik kijk naar de uitslag van HFC Haarlem en naar de stand in de eerste divisie en het voelt alsof ik door een magneet naar het noorden word aangetrokken, naar de Jan Gijzenkade.

Mozes, wat staan ze hoog! Of liever: wat staan ze links! Ik kan er op de fiets naartoe, dus waar wacht ik nog op?

Altijd jaloers geweest op echte supporters. Trouwe zielen die na anderhalf uur kijken naar geploeter in de regen oeverloos mopperend naar huis lopen, in de vaste wetenschap dat ze er de volgende keer weer zullen zijn. Voetbal als noodlot, hele gedichtenbundels zijn eraan gewijd. Het mooiste zijn de trouwe zielen uit dorpen, liefst Brabantse, die daar dan vol trots over praten. Wie geboren is in Haarlem, stad zonder identiteit, heeft eigenlijk niets. Beesd, daar kun je wat mee, maar Haarlem?

Lachend ruilde ik die stad in voor A., ook wel bekend als 020. Even lachend verloor ik de club die ik begin jaren tachtig nog Europees had zien voetballen uit het oog. De ooit door Barry Hughes tot Rood-Blauwe Leeuwen omgedoopte anti-helden degradeerden naar de eerste divisie (1990). Alle reden voor romantische bespiegelingen: koketteren met verlies doet het goed bij de koffieautomaat. Mij niet gezien. Ook na terugkeer in deze omgeving meed ik de verliezers van de Jan Gijzenkade als de pest.

Totdat ze gingen winnen. Of liever, totdat wij gingen winnen, want zo gaat dat met conformisten: wat jarenlang zij was, wordt, wanneer zij naar het linkerrijtje verhuizen, vanzelf wij.

Een kennis nam me mee naar het stadion en inderdaad, ons spel mag er wezen. Ajax-voetbal maar dan leuk om naar te kijken, zeg maar. Tegen een decor van opschietend mos en betonrot wonnen we voor het eerst in 25 jaar een periodetitel, daarom doen we nu mee aan de play-offs. Afgelopen dinsdag FC Zwolle in eigen huis op 1-1 gehouden en vanavond, onze vaste vrijdagavond, maken we die gasten af, reken maar. Dan volgt Willem II. Mijn selectieve supportersgeheugen - terug van weggeweest - zegt dat we daar dertig jaar geleden wonnen met 9-1. Willem II's grootste nederlaag aller tijden hebben wij op ons conto, wij zijn hun Angstgegner.

In de geest van de grote roerganger Kick Smit rukken wij op naar de eredivisie, en ik ben erbij.

Tenzij zij vanavond verliezen natuurlijk: dan wil ik voorlopig niets met die losers te maken hebben.