President Tsjaad mist geld, wapens en steun

Regeringstroepen in Tsjaad hebben gisteren een aanval van rebellen op de hoofdstad afgeslagen, waarbij honderden doden vielen. De positie van president Déby wankelt.

De olie die zijn straatarme land sinds drie jaar produceert, had zijn positie moeten versterken. Maar ze dreigt president Idriss Déby van het Afrikaanse Tsjaad juist de das om te doen.

Begin dit jaar schortte de Wereldbank voor 124 miljoen dollar aan leningen op aan Tsjaad. Dat was de sanctie omdat Déby de afspraken over besteding van de olie-inkomsten eenzijdig had gewijzigd. Intussen is het land vrijwel bankroet. De regering heeft niet eens genoeg geld meer om het leger te betalen, laat staan om nieuwe wapens te kopen.

Dat geldgebrek treft Déby op het voor hem slechtst denkbare moment. De Tsjadische rebellengroepen zitten goed bij kas, dankzij steun van het naburige Soedan. Vanuit de chaotische west-Soedanese regio Darfur kunnen ze vrijelijk opereren. De afgelopen maanden kregen de rebellen een toevloed aan nieuwe strijders te verwerken: overlopende regerings-soldaten die zich weg haasten van wat zij zagen als een zinkend schip.

Déby die in 1990 zelf aan de macht is gekomen na een opstand vanuit Darfur, heeft nooit brede steun gehad in het etnisch, religieus en cultureel zo verscheiden Tsjaad. In het zwarte zuiden moesten ze niks van hem hebben. Zijn machtspositie dankte hij vooral aan zijn stam, de Zaghawa, die twee procent van de tien miljoen inwoners uitmaakt, maar altijd relatief welvarend en invloedrijk is geweest. De laatste maanden hebben prominente Zaghawa-leiders in het oosten zich massaal van hem afgewend. Vier van zijn naaste familieleden hebben zich onlangs aangesloten bij de rebellen: twee generaals en twee regeringsvertegenwoordigers die verantwoordelijk waren voor het nationale olieprogramma.

Hoe zwak de positie van de president is geworden, blijkt uit de snelheid waarmee de rebellen de afgelopen dagen op de hoofdstad zijn afgestormd. Binnen drie dagen overbrugden ze vanuit het oosten in pick-ups meer dan duizend kilometer. In een vloek en een zucht bezetten ze dinsdag de stad Mongo. Bij hun opmars stuitten ze nergens op verzet.

De aanval van gisteren, waarbij volgens de autoriteiten honderden doden zijn gevallen, kwam voor niemand in de hoofdstad als verrassing. Verrassend was wel dat Déby toch weer als winnaar uit de strijd kwam. Zoals hij tot nu toe alle couppogingen heeft overleefd, de laatste op 14 maart. Maar de rebellen zijn bezig zich te hergroeperen. Ze beheersen inmiddels 80 procent van Tsjaad, dat vijf keer zo groot is als Frankrijk. De slag om de hoofdstad is nog niet voorbij.

Als het aan de rebellen ligt, wordt Déby bij de presidentsverkiezingen van 3 mei niet voor de derde keer tot president gekozen. Sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1960 heeft het land al ruim 30 jaar burgeroorlog gekend. Nooit is de macht in Tsjaad via de stembus overgegaan in andere handen, steeds door het geweer.