Overstap Schep naar baan resulteert in wereldtitel

Een jaar of zes geleden kon hij niet eens meer een koers van een uurtje uitrijden. Zo moe was het lichaam van Peter Schep. Het zat hem tot nu toe niet erg mee. De ziekte van Pfeiffer sloopte hem een tijdlang, vorig jaar brak hij tijdens de wereldkampioenschappen in Los Angeles een hand tijdens het inrijden voor de finale op de ploegachtervolging. Tóen haalde Schep, na een pijnstillende injectie, zilver met zijn ploeggenoten. Gisteravond laat, in een buitenwijk van Bordeaux, vielen alle stukjes in elkaar: hij mocht zichzelf kronen als de eerste Nederlandse gouden-medaillewinnaar ooit op dit onderdeel.

Peter Schep, de nieuwe wereldkampioen puntenkoers. Foto Cor Vos Bordeaux - Frankrijk - wielrennen -cycling - cyclisme - radsport - Bahn-WM - WK Baan - WC Track - Peter Schep - foto Cor Vos ©2006 Vos, Cor

“Je spreekt met de wereldkampioen“, riep hij uitgelaten door zijn mobiele telefoon toen zijn ploegmaat Robert Slippens hem op het middenterrein belde met de felicitaties.

“Schep is uit een enorm diep dal gekomen“, zei een opgeluchte bondscoach Peter Pieters na de gouden race van zijn pupil. “Maar de laatste paar jaar rijdt hij ongelooflijk sterk, hij geloofde alleen zelf niet dat hij echt kon winnen.“ Pieters had er alle vertrouwen in dat het “een keer“ zou gebeuren, en selecteerde hem daarom voor de puntenkoers, hoewel zijn ploeggenoot Niki Terpstra in december vorig jaar nog Nederlands kampioen werd op dat onderdeel. Gisteravond kreeg Pieters zijn gelijk. Hij vond de ervaring van Schep (29) doorslaggevend. “Als ik voor iemand kies, dan geef ik hem echt het vertrouwen“, zei de bondscoach. “Als je iemand ver van tevoren laat weten dat hij de WK moet rijden, dan creëert dat rust. Je moet niet steeds meteen veranderen als een ander een keertje harder rijdt.“ De tijd van Niki Terpstra - acht jaar jonger - komt nog wel, weet Pieters, die zelf als renner bij de WK van 1991 brons won op de puntenkoers. Drie jaar geleden deed Jos Pronk hetzelfde.

Geloof in eigen kunnen was nooit de sterkste kant van Schep; hij is de eerste die dat toegeeft. Hij ontbeerde de winnaarsmentaliteit die hij wél zag bij zijn vriendin, judoka Edith Bosch, sinds vorig jaar wereldkampioen. “Zij was daar vaak boos over. Maar ik heb een beetje van haar mentaliteit overgenomen“, zegt Schep.

Zijn loopbaan verloopt grillig en onvoorspelbaar. Hij maakte ooit deel uit van de Rabobank-opleidingsploeg, bij de wegwielrenners, en kon vooral goed tijdrijden. Een doorbraak bleef uit. Na de Olympische Spelen van 2004 in Athene stortte Schep zich op het zesdaagse-circuit, want op de weg verdiende hij geen geld. Het afgelopen jaar trainde hij veel met het succesvolle zesdaagse-koppel Stam/Slippens, van wie hij de finesses leerde. “Zonder die ervaring in de zesdaagses had ik deze puntenkoers nooit kunnen winnen“, zegt Schep. “Ik heb van Danny Stam en Robert Slippens alles geleerd. We zijn met ons drieën naar Zuid-Afrika gegaan om te trainen. We hadden het steeds weer over deze wereldkampioenschappen. Eigenlijk verdienen Stam en Slippens deze gouden medaille meer dan ik.“

Dat het Wilhelmus gisteravond laat nog klonk voor Schep was een zegen voor de Nederlandse ploeg, want verder leverde de eerste dag van de WK louter teleurstellingen op. De sprinters Theo Bos, Teun Mulder en Tim Veldt eindigden op het onderdeel teamsprint als vierde. Yvonne Hijgenaar werd na een totaal mislukte race tiende op haar favoriete onderdeel, de tijdrit over 500 meter.

De Nederlandse delegatie had zowel bij de teamsprinters als bij Hijgenaar op een medaille gerekend. De teamsprinters werden vorig jaar bij de WK in Los Angeles nog tweede achter Groot-Brittannië. In Bordeaux begonnen zij met een valse start aan hun kwalificatie. Uiteindelijk reden ze nog de vierde tijd in de kwalificatie, met 44,747 seconden, na Australië, Groot-Brittannië en Frankrijk.

In de strijd om de bronzen medaille verloren Bos, Mulder en Veldt kansloos van Australië, ook al had Teun Mulder de snelste opening neergezet. Maar de eindtijd van het drietal, 45,999 seconden, was ronduit zwak. Dat kwam doordat de derde man, Veldt, kort na de start weggleed op de steile baan. “Ik gleed tien centimeter naar beneden. Dat probeerde ik te corrigeren door naar boven te sturen, maar daardoor verloor ik te veel snelheid.“ Veldt kon niet meer aanklampen bij Bos, die even overwoog om in te houden om zijn kompaan nog de kans te geven het wiel te pakken, te komen, maar ten slotte vol doorreed en een fataal gat van tien meter liet ontstaan. “Heel jammer“, zei Veldt, “maar op een teamsprint mag je geen fouten maken.“ Mulder was teleurgesteld over zijn slechte start in de kwalificatie. “Daardoor verspeelden we de kans op goud of zilver, maar ik weet niet waarom het niet liep.“ Bos had in de kwalificaties nog de snelste ronde van het hele veld gerealiseerd.

Bos en Mulder rijden nog twee sprintonderdelen, Veldt nog één.

In een spectaculaire finale tegen de Britten Hoy, Queally en Staff werden de Franse renners Bage, Bourgain en Tournant voor eigen publiek wereldkampioen in een fenomenale tijd: 43,969 seconden.

Ook voor Hijgenaar begon het toernooi weinig opbeurend. Zij werd op de 500 meter tiende, ruim een seconde achter de voorspelbare winnares, Natalia Tsilinskaja uit Wit-Rusland. Hijgenaar won in Los Angeles nog een bronzen medaille op dit onderdeel. “Ik begrijp er ook niks van“, zei ze naderhand. “Alles wat fout kon gaan, ging fout. Ik heb nog nooit zo slecht gereden.“ Vandaag werd Hijgenaar op de sprint al in de eerste ronde uitgeschakeld. Ze komt nog één keer in actie, zondag, op het onderdeel keirin.