Omgaan met de waarheid

Aan levensveranderende inzichten heb je weinig als je echt in de penarie zit. Vaak verschaft een eenvoudige handeling meer opluchting.

Beneluxhaven in Rotterdam, april 2001 foto Arie Kievit/HH Nederland. Rotterdam, 22 april 2001 In de Beneluxhaven wordt de nieuwe aanwinst van P&O ferry's aangemeerd. Een van de grootste in zijn soort. Uitzwaaien met witte zakdoek. Associatie aankomst, afscheid. Scheepvaart. Veerboot. foto: Arie Kievit/HH Hollandse Hoogte

Het was misschien de tweede of derde avond in mijn nieuwe huis. Ik was alleen en zat in het donker tussen de dozen naar het verlichte raam van een huis aan de overkant te kijken, waarachter een kale man en een roodharige vrouw wild tegen elkaar stonden te gebaren, toen de telefoon ging. Nu al? dacht ik om een of andere reden. Ik overwoog om niet op te nemen, maar mijn hand was sneller.

Het was een vriendin die ik al heel lang niet gesproken had, en die onmogelijk kon weten dat ik verhuisd was. Ze had een erg moeilijke periode achter de rug, zei ze, maar nu was alles weer goed. Ze had de afgelopen nacht wakker gelegen en opeens was het tot haar doorgedrongen, zei ze, opeens was ze er achter. “Waarachter?“ vroeg ik. “Waarom ik me altijd zo rot voelde“, zei ze, “wat de wortel van mijn probleem was. Plotseling wist ik het. En ik moest direct aan jou denken.“

Het liefst had ik nu direct opgehangen of gezegd “laat maar, ik wil het niet weten“, maar ik zei: “O? Wat dan?“ En toen was het te laat. Ze vertelde het me. Ze had een belangrijk inzicht gehad en gaf die openbaring nu aan mij door, als een virus.

Ik rilde, wist zeker dat de verklaring die ze had gevonden niet de juiste was, maar hield die mening voor me. Maakte alleen wat quasi-meelevende geluiden. Gehum, gebrom. Telefoon-tactiek. Wie was ik om haar te vertellen dat het uiteindelijk niet de zink in haar vitamine-pillen was of het stof in de lucht of de zelfzuchtigheid van alle mannen of de afgunst van haar moeder die haar al die ellende in haar leven had bezorgd? Dat die inzichten van haar eerder de verschillende gezichten van haar probleem waren dan de oplossing ervan? Maar ervaring had mij geleerd dat het niet verstandig is om dat soort gesprekken te voeren als je net bent verhuisd.

Toen ik ophing moest ik denken aan een uitspraak van de Amerikaanse schrijver Raymond Carver: “Wat heb je aan inzichten? Die kunnen de zaak alleen maar verergeren.“ Zijn korte verhalen - die nog steeds tot de beste korte verhalen behoren die er ooit geschreven zijn - eindigen dan ook zelden of nooit met een levensveranderend inzicht van een van de hoofdpersonen. Ze lijken eerder plotseling te bevriezen, op een moment dat iemand niet meer verder voor- of achteruit kan, alleen nog maar kan imploderen of exploderen, soms zelfs middenin een handeling, gewoon omdat de maat vol is.

Ploeteren

Zo herinner ik me een verhaal van Carver over een man zonder handen die langs de deuren gaat om huizen te fotograferen, en daarbij kennis maakt met de verteller, een man die alleen thuis zit omdat hij net door zijn vrouw en kinderen in de steek is gelaten. De twee mannen drinken koffie, eten pudding, ploeteren door een gesprek, en aan het eind klimt de verteller op het dak om zich samen met zijn huis te laten fotograferen. Eenmaal boven ziet hij een aantal stenen liggen die kinderen uit de buurt door zijn schoorsteen hebben proberen te gooien. Hij raapt er een op, wacht tot de fotograaf beneden zijn lens heeft scherpgesteld, roept “Nu!“ en gooit tegelijk uit alle macht die steen zo ver weg als hij maar kan.

“ “Ik weet niet of dat lukt“, hoorde ik hem terugroepen. “Ik doe geen actie-foto's.“

“Nog eens!“ schreeuwde ik en pakte de volgende steen.“ '

De verteller had natuurlijk heel goed tot een inzicht kunnen komen, daar op het dak - een ideale plek immers om alles wat je is overkomen in je leven plotseling in een nieuw, breder perspectief te zien. Maar in plaats van iets in te zien, leeft hij zich uit. De juiste beslissing van Carver. Woede van dit formaat kan zijn eigen poëzie zijn en hoeft niet door inzicht te worden verzacht. Sterker nog, in het beeld van die man op het dak, bevroren op het moment dat hij op het punt staat de volgende steen te gooien, bevat meer waarheid dan enig inzicht op zou kunnen diepen. Geen uitweg misschien, geen bevrijding of troost, laat staan verlossing, maar wel de waarheid, ja, de hele waarheid en niets dan de waarheid. Als een steekvlam, een straal wit licht, een happening of klapsigaar - want wie denkt dat de waarheid het mysterie opheft komt bedrogen uit. “De waarheid? De waarheid?“ zou ik de brave dames en heren dan ook willen toeroepen, die haar nu tot thema van de Maand van de Filosofie hebben gemaakt, “You can't handle the truth.“ Een kreet die als een steen door de ruimte zeilt.

Nog weer later - ik zat nog steeds in het donker uit het raam te staren, de kale man en de roodharige vrouw aan de overkant hadden hun hoofden inmiddels op elkaars schouder gelegd - schoot mij nog een ander kort verhaal te binnen, geschreven door Dino Buzatti. Een jong meisje stapt op haar balkon, leunt over de reling en laat zich gaan. Ze valt en ze valt, niet als een baksteen, maar in slow motion, in droomtijd, in verhaaltijd. Onderweg naar beneden maakt ze een praatje met de mensen op de balkons waar ze langs komt: de gasten van een cocktailparty, een jongen die met haar flirt. De grond bereikt ze niet, althans niet in dit verhaal - dat dan ook niet met het meisje eindigt maar met de man die op de eerste verdieping van het gebouw woont en die zich afvraagt of de huur van zijn woning daarom zo laag is - omdat de vallende meisjes oude vrouwen zijn geworden tegen de tijd dat ze zijn balkon passeren.

Mijn hand was al op weg naar de telefoon om dat laatste beeld bij wijze van waarheidsserum nog even door te geven aan de vriendin die daarstraks belde. Maar hij bleef steken in weer twee andere, met het vallende meisje beeldrijmende, freeze-frames. Een trein, een boot, een dubbel sur place van afscheid.

Zakdoeken

Een vrouw in W.G. Sebalds meesterwerk Austerlitz, die zich het gewapper van witte zakdoeken op een perron herinnert (“net een groep opvliegende duiven'), maar vooral ook: “de vreemde indruk die ze had gehad dat de trein niet echt wegreed nadat hij zich oneindig langzaam in beweging had gezet, maar zich als een soort afleidingsmanoeuvre slechts een stukje uit de met glas overdekte hal verwijderde en daar in de bodem verzonk.'

En dan, net gelezen, uit District and Circle, de nieuwe bundel van de Ierse Nobelprijswinnaar Seamus Heany, een in memoriam voor zijn Britse collega-dichter Ted Hughes. “Stern' heet het gedicht, oftewel “Achtersteven', en het begint met Hughes' antwoord op de vraag hoe het was geweest om T.S. Eliot te ontmoeten. “Als hij je aankeek, was het net alsof je op een kade stond en heel langzaam de boeg van de Queen Mary op je af zag komen.'

Heany vervolgt : “Nu is het net/ alsof ik op het uiteinde van een pier sta toe te kijken/ hoe hij zonder zijn ogen van mij af te nemen wegroeit/ en de stompe houten achtersteven zwoegt en trilt en kopje ondergaat/ zonder enige voortgang te boeken.'

Toen ik opstond om de gordijnen dicht te doen, zag ik nog net hoe de kale man aan de overkant vlak voor het raam een wegwerpgebaar maakte. Alsof wat hem betreft de nacht voor de zoveelste keer met het verkeerde aan was komen zetten.

    • Roel Bentz van den Berg