Nerveus over wat dijkgraaf met zijn kasteeltje wil

Waar winden stedelingen zich over op? In Breda keren vijftienhonderd mensen zich tegen plannen om de buitenplaats Bouvigne te bebouwen.

Alles leek geregeld. Het architectenbureau en een landschapsarchitect hadden hun plannen ingediend om een hoofdkantoor van het waterschap Brabantse Delta te bouwen op het terrein van de buitenplaats Bouvigne in Breda. Met behoud van het kasteel, de fraaie tuin en een aardige kapel, en zonder buiten de grenzen van het bestemmingsplan te gaan en daarmee de waardevolle natuur in het dal van de rivier de Mark aan te tasten.

Toen kwam er een aangetekende brief van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg binnen. “Die overviel ons“, zegt dijkgraaf Joseph Vos in een van de zalen van het kasteel. In de brief stond dat dit stukje Breda wellicht wordt aangewezen als een van de ruim vijfhonderd historische buitenplaatsen in Nederland. En dat er bij bouwplannen een monumentenvergunning bij de gemeente moet worden aangevraagd. “Van bouwen op buitenplaatsen worden wij altijd erg zenuwachtig“, zegt cultuurhistorica Catharina van Groningen van de Rijksdienst voor Monumentenzorg.

De rijksdienst kan zich wel vinden in de sloop van enkele huidige gebouwen, maar heeft moeite met de bouw van het honderdvijftig meter lange en twaalf meter hoge kantoor. De locatie is “niet goed gekozen“, vindt de dienst, want het gebouw zal een definitieve scheiding aanbrengen tussen kasteelterrein en weiland, de voormalige boomgaard van het zeventiende-eeuwse slot. Kortom: “Ik ben van mening dat realisering van het voorgestelde nieuwbouwkantoor een wezenlijke aantasting van de aanleg van de buitenplaats betekent en een verstoring van de buitenplaats in zijn omgeving bewerkstelligt en adviseer u daarom negatief over uitvoering van dit plan“, aldus de brief van de inspecteur van Monumentenzorg. Die is overigens bereid er “constructief“ over te praten.

Dijkgraaf Vos bevindt zich nu in een lastig parket. Hij had misschien nog wel willen sleutelen aan het kantoorgebouw, als er niet hoe dan ook driehonderdvijftig werknemers in moeten worden gehuisvest. Vos: “We hebben dit gebouw juist zo ontworpen om te voorkomen dat wij de historische tuin moesten volbouwen. Maar ik zit ook met een programma van eisen voor onze werknemers. Om goed te kunnen werken, willen we alle mensen in dit hoofdkantoor onderbrengen.“ Hij vindt het gebouw juist mooi, en een “goede toevoeging aan het complex“.

Intussen is in de stad een kleine storm van protest opgestoken. Ruim vijftienhonderd Bredanaars hebben een manifest ondertekend tegen de plannen, onder wie ook grappenmakers met namen zoals E. Zeltje Strekje.

Woordvoerder van de tegenstanders is Paul van den Berg, die vanuit zijn woonstraat uitkijkt over het bloemrijke Markdal. “Wij zijn er faliekant op tegen“, zegt Van den Berg. “Een kantoorgebouw als dit hoort thuis in een kantooromgeving, maar niet aan de rand van een natuurgebied. Het lijkt een Atlantikwall. Als je met de fiets langs de Mark in de richting van de stad rijdt, is het straks alsof hier een industrieterrein verrijst.“

Een andere actievoerder is Gérard van Waesberghe. Hij vindt het “onverantwoord“ dat het waterschap miljoenen uitgeeft voor een nieuw kantoorpand terwijl elders in de stad kantoren leegstaan. De actievoerders willen met de dijkgraaf praten over alternatieve locaties, zoals bij de nieuwe spoorzone van Breda. Die wil daar niets van weten. “Wij gaan voor deze locatie“, zegt Vos. Van den Berg: “De dijkgraaf is een alleraardigste man, maar zet de hakken in het zand. Wij vinden het nogal regentesk. Hij wil vanuit het kasteel het waterschap besturen met uitzicht op zijn medewerkers in het kantoorgebouw.“

Dijkgraaf Vos zegt nergens mee te willen dreigen, maar kondigt wel aan dat als de bouw wordt afgeblazen onder druk van een “kleine harde kern“, het waterschap uit de stad kan vertrekken en het kasteel verkoopt. “Dan staat er een bord Te koop in de tuin.“ Terwijl het juist aan het waterschap en zijn juridische voorgangers te danken is dat het kasteel niet aan verwaarlozing ten onder is gegaan en dat de historische tuin dagelijks toegankelijk is voor publiek.

Burgemeester en wethouders van Breda leggen nu de aanvraag voor de monumentenvergunning ter inzage. “Het college wil hiermee eerst breed de meningen in de stad peilen, alvorens een besluit te nemen over de vergunningaanvraag“, aldus een verklaring.

Staatsbosbeheer, dat de natuur in het Markdal beheert, zegt alvast geen bezwaar in te dienen. Bjørn Seegers, districtshoofd West-Brabant van Staatsbosbeheer: “De bouw druist niet in tegen de cultuurhistorische waarde van het gebied en tast ook de natuur niet aan.“