Nationalisme in de mijnbouw

Ollanta Humala wil misschien proberen Hugo Chávez naar de kroon te steken. De koploper in de eerste ronde van de Peruaanse presidentsverkiezingen klinkt als de Venezolaanse president, met zijn dreigementen tegen de internationale mijnbouwbedrijven. Maar met of zonder bijtende retoriek is mijnbouwnationalisme een onontkoombaar bijverschijnsel in het internationale zakendoen.

Economen weten dat deze populistische leiders uiteindelijk aan het kortste eind zullen trekken. De winsten uit de mijnbouw zullen de sociale kwalen eerder verergeren dan genezen. Maar die vloek kan dikwijls worden vermeden zolang de prijzen ruim boven de productiekosten liggen, zoals vandaag de dag het geval is. Zelfs technische onbekwaamheid en welig tierende corruptie kunnen dan worden verdoezeld. Kijk maar naar Chávez in Venezuela of naar Vladimir Poetin in Rusland.

Chávez heeft laten zien dat krantenkoppen over onteigening het goed doen op de binnenlandse bühne. Maar de mijnbouwbedrijven zijn niet al te bezorgd, ook al raken ze hun bezittingen kwijt. Ze hebben gelijk als ze kalm blijven.

In de eerste plaats hebben ze niet zo veel te verliezen. Dat komt doordat regeringen toch al het grootste deel van de winsten uit de mijnbouw naar zich toetrekken, wie de eigenaar van de delfstoffen ook is. Door de staat gecontroleerde bedrijven bezitten 75 procent van 's werelds olie- en gasreserves, van Venezuela en Mexico tot Saoedi-Arabië en Rusland. Als buitenlandse bedrijven zaken doen met deze staatsbedrijven, kunnen ze geen hoge winsten verwachten. En wat de regeringen zelf niet bezitten, belasten ze meestal zwaar. Dat geldt net zo goed voor Engeland en Noorwegen als voor Nigeria en Chili.

In de tweede plaats hebben de mijnbouwbedrijven een sterke onderhandelingspositie. Om te beginnen zijn de overheden geïnteresseerd in hun technologische expertise. Bovendien kunnen multinationals grotere onderzoeksrisico's nemen en meer politieke kritiek verdragen wegens de aangerichte milieuschade. En de bedrijfstak is voldoende geconsolideerd om destructieve prijsconcurrentie buiten de deur te houden. De langetermijnontwikkelingen in de mijnbouw gaan juist in de richting van méér bemoeienis van de privé-sector. Het populisme is nu eenmaal niet in staat alle rekeningen te betalen.

De politici zullen waarschijnlijk een harde toon blijven aanslaan zolang de bloei van de mijnbouwsector voortduurt. De bedrijven zullen klagen, maar niet te luid. Zij kunnen nu toch niet veel doen om terug te slaan. Maar zij zullen er later nog steeds zijn, wie op dat moment ook aan de macht is in Peru.

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld