“Mijn wereldbeeld: geen houvast'

“Mijn probleem is niet dat de DDR verdwenen is, maar dat er van de Bondsrepubliek zo weinig over blijft,' zegt de Duitse schrijver Ingo Schulze. Tien jaar geleden werd hij op slag beroemd met de bundel Simple Storys. Nu komt hij met een 800 pagina's tellende “Wenderoman'.

Ingo Schulze: “Literatuur interesseerde niemand. We waren bezig met overleven' Foto AFP /Joel Robine Photo de l'écrivain allemand Ingo Schulze prise le 16 mars 2001 lors du 21e salon du Livre porte de Versailles, à Paris, où l'Allemagne était l'invitée d'honneur cette année. Ingo Schulze, né à Dresde en 1962, après avoir étudié la littérature allemande, devient dramaturge à Altenbourg puis fonde un journal hebdomadaire, s'impliquant dans l'activité critique et citoyenne des évènements de Liepzig de l'automne 1989. Après un séjour à Saint-Petersbourg, il publie en 1993 "Trente-trois moments de bonheur", un ensemble de récits se déroulant dans cette ville. Il reçoit ensuite plusieurs prix dont le prix Döblin en 1995. Après un séjour aux Etats-Unis en 1998, il publie "Histoires sans gravité, un roman de la province allemande" qui met en scène des hommes et des femmes de l'ex-RDA, leurs vies, leurs itinéraires et leurs rêves (FILM) AFP

Enrico Türmer is een maniak. Een brievenmaniak. In een half jaar, de eerste helft van 1990, schrijft hij, meestal 's ochtends tussen vijf en zeven, tientallen brieven. Niet zo maar chaotische gedachtespinsels, maar weldoordachte en zorgvuldig gecomponeerde stukken. Gebundeld en geannoteerd vormen ze een roman van bijna 800 pagina's.

Türmer is een curieus geval. De jonge man haat de DDR, maar als de Muur onverwachts valt is hij diep bedroefd. Türmer droomde van een carrière als schrijver. Maar meer nog droomde hij van een bestaan als dissident. Zonder dictatuur wordt zijn kunstenaarschap in één klap zinloos. Türmer vlucht in het zakenleven. In de nieuwe wereld van het geld is hij in eerste instantie succesvol, maar uiteindelijk lijdt hij ook als zakenman schipbreuk.

De Oost-Duitse schrijver Ingo Schulze, die in de jaren negentig op slag beroemd werd met de bundel Simple Storys, had bijna acht jaar nodig om de wereld van Enrico Türmer te scheppen. In de brievenroman Neue Leben beschrijft hij de DDR en de eerste euforische maanden na de val van de Muur. Hilarisch zijn de passages waarin verbijsterend naïeve Oost-Duitsers kennismaken met West-Duitse pannen, hoeren in Parijs en het Casino in Monte Carlo.

Het is een roman die met een overdaad aan details het dagelijkse leven in de DDR weer tot leven wekt en die tevens leest als een eerbetoon aan de Duitse romantiek. Neue Leben speelt in de beboste heuvels van Thüringen, in het land van Goethe.

Het boek heeft een uiterst complexe structuur, maar de opbouw is de lezer niet tot last. Na aanvankelijke verwarring sleurt Schulze je op virtuoze wijze mee door een samenleving die niet meer bestaat en door de onzekere fase van een maatschappelijke omwenteling. Enrico Türmer moet de overgang maken van een wereld waarin woorden alles zijn, naar een wereld waarin cijfers regeren.

Türmer schrijft brieven aan drie personen. Aan zijn zus Vera, met wie hij een incestueuze verhouding heeft. Aan zijn vriend Johann, met wie hij een homo-erotische relatie heeft. En aan Nicoletta, een fotografe uit Bamberg, zijn grote, onbereikbare liefde. De brieven aan Nicoletta zijn bespiegelingen over het verleden, over zijn jeugd in de DDR. De brieven aan Vera en Johann zijn feitelijke verslagen van het alledaagse leven in de Wendezeit. Op de achterkant van de brieven schrijft Türmer proza.

De publicatie van de brieven is verzorgd door een uitgever genaamd Ingo Schulze. Een mispunt van een man, die de lezer met betweterige voetnoten tot waanzin drijft. Uitgever Schulze is een voormalig voetbalmaatje van Türmer en ontpopt zich als diens concurrent. Hij heeft een affaire met Vera en ook uitgever Schulze wil graag een schrijver zijn. Schrijver Schulze drijft de grap met uitgever Schulze tamelijk ver door. In het dankwoord figureren de romanpersonages tussen de familieleden.

Schrijver Schulze is op nog een andere manier in het boek aanwezig. De levensloop van Türmer is identiek aan de levensloop van Schulze. Geboren in Dresden (1962), studie klassieke talen in Jena, diensttijd bij de Nationale Volksarmee (NVA) in Oranienburg, dramaturg aan het theater van het provinciestadje Altenburg, uitgever en oprichter van een oppositiekrant, het Altenburger Wochenblatt.

Schulze over de gelijkenis met zijn hoofdpersoon: “De ervaringen zijn grotendeels mijn ervaringen, maar Türmer heeft echt een andere visie dan ik. Ik zou niet met hem bevriend willen zijn. Ik weet ook niet of ik met mezelf bevriend zou willen zijn, maar ik vind mezelf wel wat sympathieker dan Türmer.“

Schulze woont in de hippe wijk Friedrichshain in Oost-Berlijn, in een gerenoveerd huis met een zuurstokroze façade. Zijn werkkamer is op de vijfde verdieping: een modern kantoor met glazen bureaus en een iMac. Op een plank ligt het Altenburger Wochenblatt.

Het is een eenpersoonskantoortje. Schulze staat erop dat de gast plaats neemt in de comfortabele stoel van de schrijver. Zelf neemt hij genoegen met een ongemakkelijk plekje aan de muur. Hij formuleert bedachtzaam, soms deinen zijn indrukwekkende krullen op en neer.

Het duurde drie jaar voordat u tevreden was met de eerste zin, bijna acht jaar voordat het boek af was. Wat was het probleem?

“Ik ben in het voorjaar van 1998 begonnen en lang wist ik niet waar het heen moest. Ik wilde een novelle schrijven over het leven op een school in de DDR. Ik hoopte met een ouderwetse stijl, vergelijkbaar met Thomas Mann of Robert Musil, enige afstand te scheppen tot het onderwerp. Dat ging niet. Als je over de DDR schrijft, moet je ook over 1989 schrijven en wat daarna kwam. Je kunt niet over het Oosten schrijven zonder over het Westen te spreken. De vraag drong zich op: waaraan herken je dat deze novelle in 1998 werd geschreven en niet in 1988?“

Distantie moest op een andere manier gesuggereerd worden

“Ik liet me inspireren door het grote voorbeeld van E.T.A. Hoffmanns Lebensansichten des Katers Murr, twee romans in één boek. Zo kwam ik op het idee om brieven uit de nieuwe tijd te gebruiken, de tijd na 1990. Heel langzaam, in de loop van jaren, is deze structuur ontstaan. Ik had tot het laatst twijfels of het niet tóch substantieel anders moest. Maar uiteindelijk geloof ik dat het voor mij de beste oplossing was.“

Wat was het voordeel van de ouderwetse briefroman?

“De hoofdpersoon is een schrijver die niet meer wil schrijven. Wat kun je iemand dan nog laten schrijven: brieven. Maar het allerbelangrijkste was dat je brieven aan verschillende geadresseerden kunt sturen en daardoor verschillende versies van iets kunt schetsen. Je kunt verschillende “levens' schilderen. Per slot van rekening is men tegenover iedereen iemand anders, men is nooit dezelfde tegenover andere mensen.“

De roman springt in de tijd voortdurend heen en weer: vóór de val van de Muur, na de val van de Muur. Waarom was dat belangrijk?

“Ik wilde beide systemen zo dicht mogelijk bij elkaar brengen. De DDR was een systeem waarin de woorden altijd de cijfers overvleugeld hebben. Elk woord was belangrijker dan alles wat zich liet becijferen, zoals productiviteit. Op school was het belangrijker wat men zei, hoe men zich uitte over de staat, dan welk cijfer men haalde. In 1990 verdrongen, bijkans van de ene dag op de andere, de cijfers de woorden. Woorden speelden opeens geen rol meer. Je kon opeens alles zeggen, maar het moest financieel wel kloppen.

“Ik wilde eigenlijk nooit over een schrijver schrijven. Maar niemand in de DDR was zo belangrijk als de schrijver. De mensen van het woord waren belangrijk omdat het woord zo belangrijk was. Dat geldt overigens niet alleen voor Oost-Duitsland. Tijdens de Koude Oorlog was het woord hoe dan ook veel belangrijker dan daarna.“

Als de Muur uiteindelijk valt, wil Türmer niet meer schrijven, terwijl er juist dan pas echt wat te schrijven valt.

“Ik dacht toen ook: wat we nu meemaken is belangrijk. Maar voor hem was er een andere waarheid. Begin jaren negentig verschenen de boeken die jarenlang niet gepubliceerd mochten worden. Niemand heeft ze gelezen. Literatuur interesseerde niemand. Ik heb zelf drie jaar nauwelijks gelezen. We waren bezig met overleven. Ik had geen behoefte aan nog meer onzekerheid. Hetzelfde zag je op het toneel. Vanaf november 1989 was er geen reden meer om naar het toneel te gaan. Al het andere was veel opwindender. Ik heb destijds geprobeerd een dagboek bij te houden. Na twee dagen ben ik gestopt. Het leek me zo nutteloos.“

Türmer mislukt. Eerst als schrijver, later als zakenman. Dat is een sombere terugblik op de Duitse eenwording.

“Al met al is het inderdaad zeer somber. Maar toch is dat representatief. Er is die oeroude mop. Tot 1989 mocht ik alles over mijn baas zeggen, maar niets over [partijleider] Erich Honecker, sindsdien kan ik alles over de bondskanselier zeggen, maar niets over mijn chef. De afhankelijkheid is veranderd: van een totalitair regime naar dominantie van markt en werk.

“In kleine steden kun je dat goed zien: de depressie, de angst en de schijnheiligheid, het Duckmäusertum, zijn helaas niet geringer geworden. Ze hebben alleen andere oorzaken. Neem een plaats als Altenburg. De angst om je baan te verliezen corrumpeert er net zo goed als de ideologische dwang van vroeger. Het is een bittere waarheid waar ik me lang tegen heb verzet. Ik was er juist trots op dat we het oude systeem hadden afgeschaft.

“Mijn probleem is niet dat de DDR verdwenen is, mijn probleem is dat van de Bondsrepubliek zo weinig over blijft. De verzorgingsstaat en de politiek trekken zich terug ten gunste van de economie. Alles wordt geprivatiseerd en “ge-economiseerd'. Ik vind dat fataal. Waarom moet een arts ook ondernemer zijn? Waarom het Duitse spoor privatiseren?

“Lang waren de problemen in Duitsland van psychologische aard. De werkloosheid gaf veel mensen het gevoel overbodig te zijn. Maar sinds een paar jaar is werkloosheid voor velen ook een armoedevraagstuk geworden. Ik heb veel vrienden die ik niet eenvoudig kan opbellen om samen wat te gaan eten. Ik moet er dan meteen bij zeggen dat ik betaal.“

De sombere strekking van het boek wordt nog eens onderstreept doordat twee belangrijke personages nogal onsympathiek zijn. Naast de mislukte Türmer, die niet echt afscheid kan nemen van de DDR, is er ook nog de irritante Ingo Schulze.

“Ik vond de uitgever lang een noodzakelijk kwaad. Maar met een extra commentaarstem kon ik het dubieuze in het personage van Türmer nog eens onderstrepen. Voor mij was het van groot belang dat er geen houvast in het boek is. Een uitgever wordt al snel een alwetende, daarom moest hij absurd worden. Dat is mijn wereldbeeld: geen houvast. In mijn beleving is niets absoluut.“

In de loop van het gesprek gaat Schulze de vraag of acht jaar sleutelen aan een roman geen kwelling was een paar keer handig uit de weg. In de hal voor zijn kantoor hangt een ets van Max Beckman: Jakob, vechtend met een engel.

“Zo heb ik me ook wel eens gevoeld“, zegt hij. En: “Ik heb ook wel eens gebeden dat dit tot een goed einde moge komen.“ Inmiddels denkt Schulze na over een tweede deel.

Neue Leben. Die Jugend Enrico Türmers in Briefen und Prosa. Herausgegeben, kommentiert und mit einem Vorwort versehen von Ingo Schulze. Berlin Verlag, 792 blz. 24,-. Een Nederlandse vertaling verschijnt eind volgend jaar bij Meulenhoff.

    • Michel Kerres