Leren spelen voor een betere toekomst

In Amsterdam-Noord leren spelleidsters ouders om met hun kinderen te spelen.

Ze kijken meteen of de gezinnen extra hulp nodig hebben bij de opvoeding.

Spelleidster Sanne Kraan speelt wekelijks een ochtend met Omar Hassan (3) en probeert de moeder van Omar erbij te betrekken. Foto Rien Zilvold amsterdam 05-04-2006 probleemgezin krijgt speelles foto rien zilvold Zilvold, Rien

Omar (3) springt op en neer op de bank. Hij is de hele ochtend al opgewonden, zegt zijn moeder Amira Hassan. 'Want Sanne komt.' Om twaalf uur belt Sanne Kraan (19) aan met een tas vol speelgoed. Omar rent naar de deur. Sanne zet haar tas binnen en gaat met Omar voetballen op het pleintje voor het huis. Amira Hassan - roze hoofdoek, roze omslagdoek - gaat thee zetten.

Sanne Kraan komt elke week een ochtend met Omar spelen. Ze werkt voor het project 'Spel aan Huis' van Bureau Jeugdzorg Amsterdam-Noord. Het project is bedoeld voor baby's, peuters en kleuters tot vijf jaar oud. En voor hun ouders. Het gaat om ouders die het niet vanzelfsprekend vinden om met hun kinderen te spelen.

In veel gezinnen die meedoen met Spel aan Huis is geen speelgoed, zegt projectleider Sanne Berens. 'De ouders beseffen niet dat het belangrijk is om met kinderen te spelen. Ze weten niet dat ze daar veel van leren.' Soms willen de ouders wel graag speelgoed voor hun kinderen kopen, maar is er geen geld voor. Of ze kopen wel speelgoed, maar weten niet goed wat aansluit bij de leeftijd van het kind. Ze kopen dan een grote robot met kleine onderdelen voor een kind van een jaar. Of ingewikkelde computerspellen voor een kind van drie.

Sanne Kraan maakte mee dat er bij twee Marokkaanse meisjes van zes en zeven jaar thuis niets was waarmee ze zich konden vermaken. Het pakje stiften dat de meisjes van Sinterklaas op school hadden gekregen, werd thuis weggegooid. 'Ze werden er vies van volgens de moeder', zegt Sanne. 'Schmincken mocht ook absoluut niet.'

Sanne en Omar komen hijgend binnen. De woonkamer is sober ingericht: bank, twee fauteuils, salontafel. Op de eettafel staat een bosje plastic tulpen. De televisie staat op een Arabische zender. 'Dat is vaak zo', zegt projectleider Berens. 'We zeggen vriendelijk dat de tv uit moet als de spelleidster er is.' Omar mag iets uit Sannes tas kiezen en neemt een houten puzzel met boerderijfiguren. 'En wat zegt de... geit', vraagt Sanne bij een stukje. 'En wat zegt het... varken?' Samen met Omar maakt ze de geluiden die bij de dieren horen. Omar heeft moeite met de puzzel. Hij slaat op de stukjes als ze niet passen. 'Misschien op deze plek', helpt Sanne. Het lukt. 'Goed zo, Omar', prijst ze hem. Omar lacht trots en kijkt naar zijn moeder. Die glimlacht.

Het project Spel aan Huis is onderdeel van de opvoedingsondersteuning die gezinnen in Amsterdam-Noord aangeboden krijgen als dat nodig is. De gezinnen worden aangemeld door het consultatiebureau, door een pedagogisch adviseur, door de basisschool van de kinderen of door een bekende van het gezin. Amsterdam is een van de steden die voorop lopen met de ontwikkeling van zogenoemde Ouder-en-kindcentra. Daarbinnen werken alle organisaties die met kinderen en gezinnen te maken hebben samen (onder meer verloskundigepraktijk, consultatiebureaus en opvoedingsondersteuning). Doel is om gezinnen met problemen zo snel mogelijk te signaleren, de ouders meteen hulp te bieden en eventueel snel door te verwijzen om erger te voorkomen. Dat doorverwijzen kan snel omdat alle hulpverleners in het centrum werken, elkaar kennen en regelmatig overleggen.

Staatssecretaris Ross (Welzijn, CDA) is voorstander van de preventieve aanpak van de Ouder-en-kindcentra. Wetenschappers wijzen al jaren op het belang van vroegtijdige hulp. Ross onderschrijft dat deze maand in haar nota Gezinsbeleid. Ross wil in alle wijken een Ouder-en-kindcentrum. Maar het is aan de gemeenten om daarover te beslissen.

Het gezin Hassan komt uit Egypte. De meeste gezinnen zijn allochtoon, zegt projectleider Berens, 'vaak Marokkaans en Turks'. Dat heeft vooral met de samenstelling van de wijken te maken in Amsterdam-Noord waar Spel aan huis kan worden ingezet. Veel ouders spreken niet of slecht Nederlands, en hun kinderen dus ook. De spelleidsters, studenten van hbo-opleidingen pedagogiek, werken zoveel mogelijk met taal. 'Ik zing liedjes en lees voor', zegt Sanne Kraan. 'Ik hoop maar dat de moeder van Omar dat dan ook doet als ik weg ben.'

In sommige gezinnen zijn de problemen zo complex dat één ochtend in de week aandacht voor het kind volstrekt ontoereikend is. De spelleidster heeft wel zicht op wat er aan de hand is in een gezin omdat ze er regelmatig thuis komt. In overleg met de projectleider kan ze andere hulp aanbieden: hulp bij alcohol- of drugsverslaving, schuldsanering, psychische ondersteuning van de ouders, taallessen voor de ouders, intensievere opvoedingsondersteuning of een plek in de peuterspeelzaal. Bij de intake vraagt de projectleider toestemming om met collega's te overleggen. 'Ouders vinden dat meestal prima', zegt Berens.

De problemen binnen het gezin Hassan zijn te overzien. Omar heeft wel speelgoed. In zijn piepkleine kamertje staat een plastic kinderdrumstel, een loopauto, een plastic playground van Little People en twee knuffels die net zo groot zijn als hijzelf. 'Ik heb Omars moeder juist gevraagd een deel van het speelgoed weg te zetten', zegt Sanne. 'Als er te veel ligt, kunnen kinderen zich slecht concentreren.' Het consultatiebureau meldde hem aan omdat hij achter liep in zijn ontwikkeling, nauwelijks Nederlands sprak, niet met andere kinderen kon spelen, moeite had met regels en weinig buiten kwam. Nu, na een half jaar wekelijkse huisbezoeken, ziet spelleidster Sanne al verschil. 'Zijn moeder is gemotiveerd', zegt Sanne. 'Sommige moeders vinden het goed dat ik er ben, maar willen niet meedoen. Die zeggen dat ze druk zijn en gaan koken. De moeder van Omar vindt het soms een beetje gek wat ik doe, met handpoppen spelen bijvoorbeeld. Maar ze doet wel mee.'

De puzzel is klaar. Omar rent naar de tas en trekt aan de rits. 'Nee Omar', zegt Sanne. 'Eerst opruimen, weet je nog?' Omar stopt de puzzel in de tas. 'Goed zo Omar', zegt Sanne. Pas als Sanne tegen tweeën zegt dat ze zo weggaat, wordt Omar lastig. 'Sanne niet weg', zegt hij. Maar Sanne moet naar het volgende gezin. 'Volgende week kom ik weer.'