Leer leven met kernmacht Iran

Als ik in Teheran woonde, was ik er niet gerust op. “Wilde speculaties' noemde president Bush de berichten dat zijn regering plannen maakt voor een aanval op Iran, zo nodig met tactische kernwapens. Waar haalde de pers het deze keer weer vandaan?

Allerlei verstandige commentatoren legden meteen uit dat Amerika er nu helemaal geen nieuwe oorlog bij kan hebben. De publieke opinie voelt er niets voor. Het middel zou erger zijn dan de kwaal, de Amerikaanse troepen in Irak zouden heel kwetsbaar zijn voor vergelding, nieuwe onrust in de regio zou de olieprijs nog verder opdrijven. En in internationaal verband wordt intensief gezocht naar een diplomatieke oplossing.

Allemaal redelijke en overtuigende argumenten. Ze zullen in het Witte Huis toch niet zo gek zijn die domweg in de wind te slaan? Na “Irak' zal Washington er toch wel voor passen om over de nucleaire ambities van Iran wéér een oorlog tegen een islamitisch land te ontketenen? Het moet haast wel. Zoals president Bushdeze week zei, met een onvervalst Bushism: “Nobody likes war, particularly me.“

En toch, ook als ik in Washington woonde was ik er niet helemaal gerust op. Je kent je president al ruim vijf jaar, maar je hebt nog altijd geen idee wat er in hem omgaat. Iran met een kernwapen is onacceptabel, heeft hij gezegd, en ook een Iran dat “de bom' binnen handbereik heeft.

Maar wat betekent dat? Er is zovéél onacceptabel in de wereld - van de slachtpartijen in Darfur tot de aids-epidemie, van de kernwapens van Noord-Korea tot de verwoesting van New Orleans. Maar wat doe je eraan, wat kán je eraan doen?

De neiging tot psychologiseren is groot. “Het zorgelijke is dat deze man een messianistische visie heeft“, zegt een anoniem lid van het Huis van Afgevaardigden over Bush in het veelbesproken artikel dat The New Yorker deze week publiceerde over de oorlogsplannen. En vergeet niet: Iran is nummer 2 op de As van het Kwaad. En president Ahmadinejad zegt met zoveel woorden dat Israël van de kaart geveegd moet worden, dus reden om ongerust te zijn is er wel.

Maar beter dan psychologiseren is het te kijken naar de doctrine die de Amerikaanse regering na “11 september' heeft omarmd. Centraal daarin staat het idee van preventief ingrijpen (“pre-emptive action'): gevaren in de kiem smoren, want als je wacht is het te laat. “Dit soort staten en hun terroristische bondgenoten“, zei Bush al in 2002, “vormen een As van het Kwaad en bewapenen zich om de vrede in de wereld te bedreigen. Met massavernietigingswapens vormen deze regimes een ernstig en groeiend gevaar. De prijs voor onverschilligheid zou catastrofaal zijn. Als er gevaren opdoemen, zal ik de gebeurtenissen niet afwachten.“

En natuurlijk doemen er gevaren op als Iran een kernwapenstaat wordt. Alleen: zijn die gevaren groter dan de gevaren die een militaire actie tegen het land met zich meebrengt? Of zijn ze misschien te beheersen?

In de vorige eeuw vormde de Sovjet-Unie met haar kernwapens ook een gevaar, en veel groter dan Iran nu of straks. Maar die risico's hield het Westen zo goed en kwaad als het ging onder controle, onder meer door nucleaire afschrikking (de dreiging van wederzijdse totale vernietiging) en door politieke en militaire “indamming' (containment). Daar was grote koelbloedigheid voor nodig, en een zekere machtsbalans.

Die afgedankte instrumenten van de Koude Oorlog kunnen in een aangepaste vorm nog goede diensten bewijzen in de crisis met Iran, opperde onlangs het blad The American Conservative. De logica van de afschrikking, is de gedachte, zal het regime in Teheran ook zeker doen beseffen dat bijvoorbeeld een kernaanval op Israël, onmiddellijk gevolgd zal worden door een keiharde tegenaanval die het niet zal overleven.

Veel wijst erop dat de Iraniërs inderdaad heimelijk, en in strijd met de internationale afspraken, streven naar ontwikkeling van een kernwapen. Omdat ze slecht zijn, agressieve bedoelingen hebben of de vrijheid haten, zullen de pleitbezorgers van Amerikaans ingrijpen zeggen in de Jip-en Janneke-taal van hun permanente campagne. Omdat ze zich bedreigd voelen, zal iemand met meer begrip voor Teheran zeggen, en een regionale grootmacht willen worden.

Het verlangen van landen om kernwapens te hebben, hangt vaak samen met een diepgevoelde onveiligheid. Iran heeft verscheidene kernmachten in de buurt (Rusland, Pakistan, Israël). Aartsvijand Amerika is in de buurlanden Irak en Afghanistan, en in het algemeen in de Golf, sterk militair aanwezig. Washington spreekt openlijk over omverwerping van het Iraanse regime. En dat de CIA in 1953 een coup steunde tegen de nationalistische premier Mossadegh, dat herinnert men zich in Iran waarschijnlijk beter dan in de VS. Het olie- en gasrijke land weet zich een gewilde prooi.

Met dat alles is niet gezegd dat Iran maar zijn gang moet kunnen gaan. Maar wel dat het wel eens moeilijk zou kunnen zijn om Iran - via diplomatie of gewapenderhand - van zijn vermoedelijke voornemen af te brengen. Sterker nog: de huidige internationale druk onder Amerikaanse leiding kan dat voornemen wel eens extra sterk maken.

Misschien zal de wereld uiteindelijk wel met een nucleair bewapend Iran moeten leven - ook al kan het volgens de meeste deskundigen nog jaren duren voor het zover is. Een prettig vooruitzicht is dat niet, maar als het er toch van komt is hetbeter dat onder ogen te zien.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.