Judas Iskariot Superster

Jezus lacht en zijn verrader is een held in het onlangs gepubliceerde Evangelie van Judas. De 2de-eeuwse tekst zorgt voor veel opwinding, maar werpt geen nieuw licht op de historische Jezus. Waarop dan wel?

Een scène uit de film “Jesus Christ Superstar' (1973) met Ted Neeley als Jezus en Carl Anderson als Judas, een laat-20ste-eeuwse verbeelding van de Judasfiguur als held (foto ANP/ KIPPA) Jesus Christ, Superstar¬. The relationship between Jesus and Judas is one of the key dramatic elements in the film version of the rock-opera ¦Jesus Christ, Superstar¬. In the title role, Ted Neeley shares a scene with Carl Anderson, who portrays Judas. Talking about his role, Anderson says that ¦our Judas is a victim of circumstances, not the onedimensional traitor of the Gospels¬. The film is to be shown internationally sometime this summer. It was filmed in Israel. Kippa

Vorige week verscheen dan eindelijk het Evangelie van Judas in druk. En ziet, wie het opslaat, leest gelijk over een hoonlachende Jezus: “Op een dag was hij met zijn discipelen in Judea [] en toen hij hen samen zag zitten en een dankgebed bidden voor hun brood, lachte hij.' In géén Evangelie worden de gewone discipelen zo sukkelig beschreven als in dit Evangelie van Judas. Natuurlijk vragen ze hun leermeester direct waarom hij lacht. Jezus' antwoord is minachtend: ““Ik lach niet om jullie. Jullie doen dit niet uit vrije wil, maar omdat hierdoor jullie god geprezen wordt“.' Jullie god, niet die van Jezus dus. Dat de discipelen hierdoor in verwarring raken is begrijpelijk. “Zij zeiden: “Meester, u bent de zoon van onze God“.' Maar niks hoor. “Jezus zei tegen hen: “Hoe kunnen jullie mij kennen. Waarlijk zeg ik tegen jullie: niemand [eigenlijk: “geen generatie'] van die mensen die bij jullie zijn zal mij kennen“.'

Zo, dat is nog eens begin van een Evangelie. En de scène gaat nog veel verder. De discipelen worden boos om die vreemde woorden van hun meester. Maar Jezus daagt hen uit de ware mens in zich op te roepen en hem recht aan te kijken “als je sterk genoeg bent'. Ze durven niet. Alleen Judas - in alle andere evangeliën de verwerpelijke verrader - staat op, al kan ook hij Jezus niet in de ogen kijken. Judas zegt: “Ik weet wie u bent en waar u vandaan komt. U komt uit het onsterfelijke koninkrijk van Barbelo. En ik ben niet waardig de naam uit te spreken van de degene die u gestuurd heeft.“ Judas bezit de ware kennis. Jezus belooft hem daarom te vertellen over de geheimen van het koninkrijk - maar niet als de andere discipelen erbij zijn.

Het rijk van Barbelo? In de wereld van de 2de-eeuwse gnostiek, een vorm van mystiek vroeg christendom, is Barbelo de goddelijke “Moeder'. Zij is het eerste voortbrengsel (emanatie) van de “Ene Ware God'; haar rijk is dus een van de allerhoogste hemelen.

Het Evangelie van Judas is een tekst uit de 2de eeuw na Christus, van ongeveer drieduizend woorden (in de Engelse vertaling). Tot voor kort was het bestaan van zo'n tekst, waarin Judas wordt gepresenteerd als belangrijkste leerling van Jezus, alleen bekend uit een uiterst afwijzend geschrift uit het jaar 180. Maar vorig jaar werd ineens bekend dat deze tekst daadwerkelijk is teruggevonden in de Egyptische woestijn, eind jaren zeventig. Maar bijna al die tijd was het kwetsbare papyrusboek, de codex, in handen geweest van een vrijwel ongeletterde Egyptische antiquiteitenhandelaar die er veel te veel geld voor vroeg en niet eens wist dat hij het verloren gewaande Judasevangelie bezat. In de wetenschappelijke wereld circuleerden alleen geruchten over “een' gevonden papyruscodex. Vorig jaar bleek - ook al vlak voor Pasen - ineens dat het om het Evangelie van Judas ging, al bleef de tekst zelf goeddeels nog geheim.

Het belang van het Evangelie van Judas is vooral dat weer eens temeer wordt bewezen dat van het traditionele verhaal van “de grote orthodoxe ware kerk met wat ketters in de marge' niets klopt. De oudste grote stroming was waarschijnlijk het joodse christendom, waarvoor Jezus de belangrijkste profeet was, geen godmens dus. Verder was er het gnostische christendom, waarvoor Jezus een gezondene uit een hogere wereld was, een engelachtige wijsheidsleraar, geen mens dus. En als derde stroming was er dan het proto-orthodoxe christendom, waarvoor Jezus de Zoon van God was die zich aan het kruis geofferd heeft voor de zonden van de mensen, god én mens dus). Geen van deze drie stromingen (waarin ook weer eindeloze onderverdelingen zijn te maken) was in de 2de eeuw dominant. Het proto-orthodoxe was wel het best georganiseerd, met een duidelijke bisschopshiërarchie en de plicht tot gehoorzaamheid aan de kerk. Die gehoorzaamheid bestond niet bij de gnostici: bij hen ging het erom de eigen goddelijke vonk te gehoorzamen.

In 2004 kreeg National Geographic lucht van de zaak en eind vorige week is het Evangelie van Judas dan eindelijk verschenen in een Engelse vertaling, met onberispelijk notenapparaat en maar liefst vier commentaren van vooraanstaande geleerden. En er verscheen een flankerend boek waarin National Geographic-journalist Herbert Krosney uitvoerig verslag doet van de wederwaardigheden van de codex in de afgelopen dertig jaar - een fascinerende geschiedenis vol onkunde, stommiteiten (een oudhedenhandelaar legde de codex zelfs in het vriesvak, nooit doen!), ruzies en avontuur. Afgelopen zondag zond National Geographic ook een grote documentaire uit over het Evangelie (herhaling op donderdag 27 april), goeddeels gebaseerd op het boek van Krosney.

Nu weten we dus dat het verhaal speelt in de laatste paar dagen voor Jezus' arrestatie en vooral bestaat uit gesprekken tussen Jezus en zijn leerlingen. De lof voor Judas is het opvallendst. Aan het einde zegt Jezus tegen Judas: “Jij zal iedereen overtreffen. Want jij zal de mens offeren die mij draagt'. In de laatste zinnen van de tekst wordt Jezus gearresteerd door dienaren van de priester, “en Judas kreeg wat geld en gaf hem [=Jezus] over aan hen'.

Zó ver is dit Evangelie verwijderd van het traditionele verhaal over Jezus dat de kruisdood hier niet eens de moeite van vermelden waard is. Laat staan de opstanding. En waarom ook, het lichamelijke omhulsel behoort hier tot het domein van de kwaadaardige scheppergod, ook al weer zo'n wezenskenmerk van de gnostische tak van het vroege christendom. Volgens de gnostici is de wereld met alles wat er op leeft, geschapen door een soort gevallen engel - van het verhaal bestaan vele varianten. Maar altijd is het de taak van de individuele mens om zich te bevrijden uit dit duister gevang van lijden en angst. Die bevrijding kan worden bewerkstelligd door kennis (Grieks: gnosis) van de ware toestand en door de innerlijke kracht van de goddelijke vonk die de kwade god min of meer per ongeluk geïncorporeerd heeft in de menselijke geest - ook van dat verhaal bestaan vele versies. De meeste gnostici zagen de god van het Oude Testament als die kwade god, en tot hém bidden dan ook de door Jezus uitgelachen discipelen. Jezus is niet de Zoon van God, zoals in het orthodoxe christendom, maar een leermeester, een soort engel die gezonden is door de hoogste en ware God, uit het rijk van Barbelo dus.

En op aarde is Judas de held en ware ingewijde. “Kijk', zegt Jezus tegen hem aan het einde, “Aan jou is alles verteld. Richt je ogen omhoog en kijk naar de wolk die het licht bevat en naar de sterren eromheen. De ster die de weg wijst is jouw ster.' Dit is een volkomen nieuw geluid in de geschiedenis van het vroege christendom.

En nu is die codex dus in handen van de Zwitserse Maecenas-stichting die het manuscript eindelijk de zorg gaf die het nodig had. Want door een verblijf van decennia in een bankkluisje in het vochtige klimaat van New York verkeert de Codex Tchacos (zoals de codex is gaan heten) in erbarmelijke staat. “In mijn lange carrière waarin ik vele Koptische en Griekse papyri heb gezien, heb ik er nog nooit een gezien die er zo slecht aan toe was als deze“, zei de bejaarde koptoloog Rodolphe Kasser, die samen met restaurateur Florence Darbre uit de brosse snippers en fragmenten ongeveer 80 procent van de tekst wist te herstellen.

De betekenis van de tekst van Evangelie van Judas is volstrekt duidelijk, zo blijkt uit de uitgave en commentaren. Het Koptische manuscript uit de derde eeuw gaat terug op een Griekse gnostische christelijke tekst uit de tweede eeuw. De inhoud past in een trend onder sommige gnostici om de bad guys uit de bijbel juist tot helden te verheffen. Rond 180 na Chr. schrijft bisschop Irenaeus van Lyon vol afschuw over deze “provo's' die Kaïn verheerlijken en ook bijbelse figuren als Ezau, Korach (een opstandeling tegen Mozes) en de sodomieten prijzen, omdat zij bestreden werden door hun schepper (die de gnostici als een kwaadaardige god beschouwden). “En Judas de verrader was van dit alles op de hoogte, zeggen ze, als enige kende hij de waarheid', schrijft Irenaeus, “en zij schreven hierover een geschrift dat zij het Evangelie van Judas noemen'.

Lange tijd waren de gnostici alleen bekend uit de teksten van tegenstanders als Irenaeus en de vraag onder historici was altijd hoe serieus deze vreemde ketterse vogels genomen moesten worden. Pas nadat in 1945 dertien codexen vol gnostische traktaten en evangelies werden gevonden in de Egyptische woestijn bij Nag Hammadi bleek het gnostische christendom allerlei gevarieerde teksten te hebben voortgebracht, zozeer zelfs dat deze stroming als een volkomen serieus onderdeel van het vroege christendom moet worden beschouwd.

De codex met het Judas-evangelie had evengoed in die Nag Hammadi-bibliotheek kunnen zitten. Twee van de drie andere tractaten die de Codex Tchacos naast het Judas-evangelie bevat, zijn zelfs al bekend uit Nag Hammadi. Het derde, overigens zeer beschadigde tractaat was tot nu onbekend, maar sluit nauw aan bij andere teksten uit Nag Hammadi. De meeste fragmenten van het Judas-evangelie die NRC Handelsblad vorig jaar (02.04.05) publiceerde, blijken nu uit dat derde tractaat afkomstig te zijn, dat handelt over de figuur Allogenes, een soort Jezus.

Natuurlijk wordt in de publiciteitscampagne rond deze boeken en in de National Geographic-documentaire graag gesuggereerd dat het Judas Evangelie iets zegt over de historische Judas en Jezus, uit de eerste eeuw. “The Gospel of Judas: Was He Innocent?' heet het bijvoorbeeld op de National Geographic website.

Maar het blijft bij hyperige suggesties die nooit waargemaakt worden. Want naar stijl en inhoud is het Evangelie volkomen 2de-eeuws. Er zijn niet, zoals in het apocriefe Evangelie van Thomas, elementen die wijzen op stokoude bronnen. De “historische' verwijzingen in het Judas-evangelie komen vrijwel linea recta uit de bijbelse evangeliën. De beginscène bijvoorbeeld is bijna een parodie op Mattheüs 16:16 en verder, waarin Petrus wèl het juiste antwoord geeft op de vraag van Jezus “Wie ben ik volgens jullie?'. Ook lijkt het onwaarschijnlijk dat de historische Jezus zich werkelijk zou hebben omringd met leerlingen die helemaal niks van zijn persoon en missie begrepen.

Nee, het belang van dit evangelie is niet een nieuw inzicht in Jezus' biografie, maar een nieuw licht op bepaalde stromingen in de gnostiek van de 2de eeuw. Want alles wijst erop dat het Evangelie afkomstig is uit wat onder specialisten de “sethiaanse gnostiek' heet, genoemd naar de derde zoon van Adam, Seth, die in tegenstelling tot Kaïn en Abel verwekt zou zijn door de Hemelse Adam en aldus de eerste ware ingewijde zou zijn geweest. In het Judas-evangelie komen dezelfde specifieke termen voor (zoals in de naam Barbelo, of Sakla, een satansfiguur en ook Seth zelf). Ook in de algehele kosmologie van de hemelen en het ondermaanse door Jezus vind je soms bijna letterlijke citaten terug uit die “Seth-teksten'. Of het bij deze Seth-groep van teksten gaat om een duidelijk afgescheiden groep of sekte is nog altijd onduidelijk - zoveel is er nu ook weer niet bekend over die vroegchristelijke stromingen.

Het belang van het Judas-evangelie, zo schrijft gnosiskenner Marvin Meyer in zijn commentaar, is bovenal dat het zo'n vroege tekst is, want het moet van vóór 180 zijn, wanneer Irenaeus het al noemt. Daarom kan het een licht werpen op de oorsprong van deze gnostische stroming. Als je kijkt naar de uitvoerige uitleg over de kosmos die Jezus aan Judas geeft, schrijft Meyer, dan is er maar heel weinig dat specifiek christelijk is. De terloopse gelijkstelling van Seth aan Christus is eigenlijk het enige. De kern van dat sethiaanse wereldbeeld lijkt dus niet een christelijke maar een joodse oorsprong te hebben, want joodse elementen zijn er te over.

Die mogelijk joodse oorsprong neemt overigens niet weg dat het Evangelie van Judas zich zeer fel keert tegen de proto-orthodoxe christenen. In de tweede scène van het Evangelie vertellen de discipelen een gruwelijk visioen aan Jezus: zij zagen een tempel met twaalf mannen die wachten bij een altaar waar priesters hun eigen kinderen en vrouwen offerden en allerhande zonden begingen (zoals het slapen met andere mannen). Jezus weet wel wat dat betekent: “Die mannen die al die offers ontvingen bij het altaar, dat zijn jullie zelf [] het vee dat jullie hebben gebracht om te offeren dat zijn de vele mensen die jullie zullen misleiden. [De god van die tempel] zal op die manier gebruik maken van mijn naam en generaties van vromen zullen hem trouw blijven.' Geen wonder dat bisschop Irenaeus niets van dit Evangelie moest hebben.

Rodolphe Kasser, Marvin Meyer en Gregor Wurst (editors): The Gospel of Judas. Met extra commentaar door Bart D. Ehrman. National Geographic, 192 blz. euro 22,-(hardcover)

Herbert Krosney: The Lost Gospel: The Quest for the Gospel of Judas Iscariot. Met een voorwoord van Bart D. Ehrman. National Geographic, 352 blz. euro 27,-(hardcover)

Er zijn veel uitgaves van de andere evangelies van het vroege christendom. Bart Ehrmans “Lost Scriptures. Books That Did Not Make It into the New Testament' (Oxford University Press) biedt een goed overzicht. De Nederlandse vertaling van de Nag Hammadi Geschriften door Jacob Slavenburg en Willem Glaudemans (Ankh Hermes) bevat ook veel van dit soort geschriften. Wilt u reageren? boeken@nrc.nl

Er zijn veel uitgaves van de andere evangelies van het vroege christendom. Bart Ehrmans "Lost Scriptures. Books That Did Not Make It into the New Testament' (Oxford University Press) biedt een goed overzicht. De Nederlandse vertaling van de Nag Hammadi Geschriften door Jacob Slavenburg en Willem Glaudemans (Ankh Hermes) bevat ook veel van dit soort geschriften. Wilt u reageren? boeken@nrc.nl

    • Hendrik Spiering