In dubio abstine

Tussen binnenlands en buitenlands beleid bestaan twee grote verschillen. Ten eerste is het buitenland veel ingewikkelder. Ik zeg niet dat het binnenland makkelijk is. Drugsverslaving, langdurige werkloosheid, een kwakkelende economie, milieuvervuiling, woningnood, kindermishandeling, vroegtijdig schoolverlaten, kleine criminaliteit, grote criminaliteit, files, verkeersongevallen, dreigende watersnood als gevolg van het broeikaseffect; dat zijn allemaal moeilijk oplosbare problemen. Ze lijken echter hanteerbaar en overzichtelijk als je ze afzet tegen vraagstukken in verre buitenlanden.

Land x zucht onder een dictatoriaalregime. Een religieuze beweging voert ondergronds verzet tegen de heersende dictator. Die beweging probeert bovendien het leven van de burgers in land x te veraangenamen door medische zorg en onderwijs te bieden. De beweging doet dat op religieuze basis, maar religieus geïnspireerde medische zorg is vast beter dan helemaal geen medische zorg als je ziek bent. En eindeloos religieuze teksten moeten voorlezen is wellicht minder erg dan door het leven moeten als totale analfabeet.

In land y bestaat een religieuze politieke partij. Er zijn in land y democratische verkiezingen gehouden: er was algemeen kiesrecht. Voorafgaand aan de verkiezingen kon actief campagne worden gevoerd door verschillende politieke partijen. De religieuze politieke partij heeft de verkiezingen gewonnen en wil nu een rechtssysteem invoeren, geïnspireerd door de godsdienst die men belijdt.

In land z bestaat ook een religieuze politieke partij. In het verleden heeft deze partij nogal eens beweerd dat goede, goddelijk geïnspireerde doelen veel middelen kunnen heiligen, inclusief geweld tegen onschuldige burgers. Inmiddels lijkt de partij enigszins afstand te nemen van dit standpunt, maar van een radicaal nieuw beginselprogramma zonder geweld is geen sprake.

Wat nu te doen? Moeten we de religieuze beweging in land x steunen in haar verzet tegen het autoritaire bewind en in haar streven naar democratisering? Moeten we ontwikkelingshulp geven aan de religieuze regering van land y, ook al hebben wij grote twijfels bij een theocratische staat? Moeten we normale betrekkingen nastreven met de religieuze partij in land z, ondanks haar standpunt over doelen en middelen? Menige emancipatiebeweging heeft in haar ontstaansgeschiedenis immers een periode gekend waarin geweld niet geschuwd werd? “De staat verdrukt, de wet is logen“, heette het vroeger in songteksten van de sociaal-democratie, zo brengt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid ons deze week nog weer eens fijntjes in herinnering. En is de PvdA niet een prettige steunpilaar van de samenleving geworden?

Zou het met de religieuze beweging in land z dan niet precies eender kunnen gaan? Lees het deze week verschenen WRR rapport Dynamiek in islamitisch activisme. Aanknopingspunten voor democratisering en mensenrechten, het product van drie jaar studie en je merkt dat de vraagstukken nog veel complexer zijn als je je ook nog gaat verdiepen in de partij-ideologen en de theologische godfathers van de verschillende religieuze partijen in de landen x, y en z.

Het tweede belangrijke verschil tussen binnen- en buitenland is, lijkt mij, dat je voor buitenlandse vraagstukken in beginsel niet verantwoordelijk bent. Drugsverslaving bij Nederlandse burgers is een Nederlands probleem. Als de overheid actief probeert dit probleem op te lossen (zeg door vrije verstrekking van heroïne) en het daardoor onbedoeld nog groter maakt (menige voormalige afgekickte kan deze nieuwe verleiding niet weerstaan), dan is de overheid verantwoordelijk voor het falen van het beleid. Als de overheid niets doet en het probleem blijft voortbestaan, is zij ook verantwoordelijk. Voor binnenlandse problemen ben je als politicus aanspreekbaar, ongeacht wat je doet, ook als je besluit om er niets aan te doen.

Voor buitenlandse problemen ligt dat heel anders. Die worden pas nadrukkelijk “jouw zaak' en “jouw schuld' als jij je er actief mee gaat bemoeien.

Als buitenlandse steun aan de ondergrondse religieuze beweging in land x leidt tot meer repressie en die repressie weer leidt tot radicalisering, dan is dat jouw schuld. Als jij de regering in land y metterdaad ondersteunt en land y vervolgens overspel gaat straffen met zweepslagen, voel jij je vermoedelijk toch een beetje verantwoordelijk. Als jij de nu vreedzaam ogende partij in land z helpende handen toesteekt en dit vervolgens leidt tot verdeeldheid in land z - sommige inwoners van z menen dat hun beweging nu heult met het vermaledijde westen en er ontstaat een extra gewelddadige contrabeweging - dan is dat geweld mede door jouw toedoen ontstaan.

Ik zeg niet dat je nooit moet ingrijpen in anderlands politieke aangelegenheden. Als mensen doodgaan van de honger, bestaat een reële kans dat voedselhulp het probleem niet zal verergeren. Als een land zucht onder bloedige burgeroorlogen en een dermate krankzinnig regime dat letterlijk alles beter is, dan kan dat een reden zijn om in te grijpen.

Maar in heel veel andere gevallen is gerede twijfel mogelijk. Dan ben je onzeker over de precieze politieke en religieuze beginselen van bewegingen, je kunt moeilijk inschatten wat hun plannen zijn en hoeveel binnenlandse steun ze genieten. Je weet bovendien niet hoe je hulp zal “vallen' en waar die toe leidt.

Bij zoveel twijfel kun je beter niets doen.

    • Margo Trappenburg