Ik mijd bioscoop om pratend tuig

Het is merkwaardig dat in het omslagverhaal over het dalende aantal bioscoopbezoekers de oorzaak ervan niet wordt genoemd, terwijl die voor iedere filmliefhebber duidelijk is (nrc.next, 11 april). In een bioscoopzaal zitten, betekenttegenwoordig namelijk: in de herrie van door de film heen pratende en bellende jongeren zitten. Er is geen bioscoop - op een enkel filmhuis na, waar je overigens slecht zit - waar het tijdens de film niet lawaaierig is en er is geen bioscoopexploitant die al dat pratende tuig eruit gooit.

Degenen die, zoals ik, esthetisch of ontspannend kijkgenot zoeken, kopen alles nu maar gewoon op dvd, de grotetekortkoming van het kleine beeld voor lief nemend. Want een avondje uitgaan, is je een avondje doodergeren aan types die niet in een theater thuis horen. Het was verheugend te lezen dat de verantwoordelijken hun onverschilligheid jegens de juiste bezoekers nu financieel gaan voelen.

op nrc.nl/opinie staat het omslagartikel 'Het wordt steeds stiller in de bios', waar deze briefschrijver op reageert.