Holistische massage in Wall Street

New York. Bij voorkeur geef ik mensen het gevoel dat ik ze niet nodig heb. Maar dat is slechts een van mijn talloze onhebbelijkheden. Wat is waardigheid anders dan onafhankelijkheid? Verreweg de meeste mensen hebben mij niet nodig. Een bewering die veel waarheid bevat. Zo verdwijnen vrienden, vriendinnen, kennissen en werknemers uit je leven als bladeren uit een boom. Een enkele keer kom je de vermisten op straat tegen.

Een dag of tien geleden liep ik rond het lunchuur over Park Avenue naar huis. Het zonnetje scheen. Op de hoek van de 37ste straat doemde uit de mensenmassa Pablo van Dijk op. Hij had een tas op wieltjes bij zich.

Nu en dan verklaar ik mensen dood. Lang voor ze goed en wel aan hun einde zijn gekomen begraaf ik ze in mijn woonkamer voor de open haard. Hoewel ik niet gelovig ben zet ik dan mijn keppeltje op en zeg kaddisj.

Een schrijver dient niet alleen te heersen over het papier. Af en moet hij zijn zachte handen uitstrekken naar het leven zelf. Waarom alles overlaten aan de dood?

In 1999 zag ik Pablo van Dijk dagelijks en in de zomer 2002 verklaarde ik hem tot lijk. Wellicht dat hij mij toen ook tot lijk heeft verklaard. Het is moeilijk oorzaak en gevolg uit elkaar te houden in dergelijke aangelegenheden.

Zeker is dat hij in 2006 “meneer Grunberg“, mompelde, terwijl hij mij passeerde. Ik knikte hem toe zonder dat ik aandrang voelde te blijven staan voor een kort gesprek. Een lijk blijft een lijk. Nog net had ik kunnen zien dat de tijd Pablo niet genadig is geweest, maar met wie heeft de tijd genade?

Het enige raadsel was wat er in die tas op wieltjes zat.

Niet veel later ontving ik een e-mail van Michela Tebano. Het voorjaar van 2006 was het voorjaar van de wederopstanding. De graven openden zich, zoals de bijbel al voorspeld heeft. Eerlijk is eerlijk, Michela had ik nooit dood verklaard. Zij verdween gewoon en na ampel beraad leek me dat voor beide partijen het beste. Een tijd droeg ik nog het grote horloge met de oranje armband dat zij me had gegeven. Uiteindelijk werd het een museumstuk in de boekenkast aan het voeteneind van het bed.

In de winter van 2005 had ik haar ontmoet en nog voor de winter over was, loste ze op in stilte. Ik was verliefd op haar geweest, maar waarschijnlijk ook omdat ik indertijd graag verliefd wilde zijn.

Aangezien ik van Michela nooit een lijk heb gemaakt, kostte het me geen moeite haar e-mail te beantwoorden. Ze schreef dat ze uit Los Angeles was teruggekeerd en dat ze tegenwoordig masseerde. Of ik eens langs wilde komen om te voelen hoe goed ze daarin was. Ik antwoordde dat het misschien beter was eerst wat te drinken en te eten.

Zo spraken wij op een maandagavond af in een Koreaans theehuis. Ik had Michela leren kennen als iemand die niet op afspraken verscheen, zeker niet als het regende. Maar ondanks de regen kwam ze een kwartier na de afgesproken tijd het theehuis binnenwandelen met een witte paraplu waarop beesten waren getekend.

Het ging beter met haar.

In de winter van 2005 had ze inderdaad op de rand van de afgrond gewankeld. Ik vond dat toen geen bezwaar. Een zekere fascinatie voor het boze en het onbekende is mij niet vreemd.

Maar een mevrouw in Los Angeles had de kwade geesten uit haar leven verdreven. Michela was vervolgens gestopt met drugs. Het enige waaraan ze nog verslaafd was, was het kopen van schoenen en kleren. En toen vroeg ze, “heb je een vriendin?“

Wellicht straalde ik distantie uit, of gebrek aan honger. “Zoiets“, zei ik, “maar laten we wat gaan eten.“ Uit 2005 herinnerde ik me dat eten een probleem was. Nu de kwade geesten waren verdreven, was het eten hopelijk ook minder problematisch.

Terwijl ze een vissoep in een Japans restaurant verorberde, met voor zover ik kon beoordelen gezonde eetlust, vertelde ze dat haar plannen om music producer te worden op niets waren uitgelopen, maar dat ze over de teleurstelling heen was.

“Ja“, zei ze, terwijl haar vissoep bijna op was, “en nu geef ik holistische massage in de buurt van Wall Street.“

“Wall Street“, zei ik, “daar kom ik zelden.“ En ik wierp een blik op onze buren. Een stel, misschien een echtpaar, van mijn leeftijd.

Ik herinnerde me dat Michela een tijd een relatie had gehad met een achtendertigjarige brandweerman. En voor zover ik daar ooit aan had getwijfeld was het me duidelijk dat Michela uit de onderwereld kwam. Althans bekeken vanuit het standpunt van de petite bourgeoisie.

Ik kon me vrijwel nergens met haar vertonen. Niet dat ik dat wilde. Maar het kon ook niet.

Men praat niet graag over klassen, omdat het vocabulaire ervoor ontbreekt en het een groter taboe is dan geld. Maar ach, het klassenbewustzijn is toch het primaire bewustzijn.

“Het is een beetje duister“, zei ze. “Dat wel. De holistische massage.“

Ik wachtte af. Veel weet ik niet over holistische massage.

“Aan het eind van de massage trek ik de klanten af, maar weet je, ik heb het gevoel dat ik iets goeds doe. Het vreet energie, daarom ga ik meteen daarna naar Chinatown voor acupunctuur.“

Ik dacht er enkele seconden over na. Het viel niet te ontkennen dat het aftrekken van mannen in de buurt van Wall Street onder goede daden viel. Anderen gaan naar de Derde Wereld voor een goede daad, maar Wall Street is net zo behoeftig.

We deelden een toetje. Chocolade-fondue.

De enige grenzen die ik ken, zijn de grenzen van het dier. Wat is goed voor mijn overleven, en wat is daar minder goed voor. Ook de rest is van praktische aard. Dat betekent niet dat ik een amoreel mens ben. Het praktische valt geregeld samen met het morele.

“En nu“, zei ze, “lang voordat de chocolade-fondue op was, “nu wil ik een boek schrijven over alles wat ik heb meegemaakt , maar ik weet niet waar ik moet beginnen.“

“Hoe oud was je ook alweer?“ vroeg ik. “Vierentwintig?“

“Ik ben in december eenentwintig geworden.“

“Juist“, zei ik, “begin bij de holistische massage en werk langzaam naar achteren.“

Omdat ik zo weinig grenzen ken, anders dan van praktische aard, beleef ik er genoegen aan de grenzen van anderen te verschuiven. Dat is ook het doel van de tekst. Wat de lezer acceptabel vindt, en wat niet meer acceptabel is, moet van plaats zijn veranderd. De grens staat ter discussie.

“Michela“, zei ik, “ik wil je wel helpen.“

“Daar verheug ik me op“, zei ze. “Oh weet je, vlak nadat wij elkaar ontmoetten verleden jaar heb ik een abortus gehad. Misschien moet dat ook in het boek.“

“Misschien“, zei ik, “misschien, weet je wie de vader was?“

Ze schudde haar hoofd.

Ooit was ik begonnen met onveilig vrijen. Ik denk zoals mensen roken. De combinatie van gemakzucht, overmoed en gewenning.

Gelukkig had mijn huidige geliefde zich recentelijk laten testen. Zonder SOA door het leven te gaan heeft zelfs voor een schrijver onmiskenbare voordelen.

“Ik heb ook nog wat met de zoon van Charles Manson gehad“, zei Michela terwijl we onze paraplu's bij de garderobe ophaalden.

Ik zette haar af bij een metrostation en ik begreep dat de mens die naar mij toe komt genezing zoekt. Zoals sommige mannen naar Michela komen voor holistische massage maar uiteindelijk het aanbod van een goed gesprek niet kunnen weerstaan.

Aan genezing gaat de erkenning vooraf dat je ziek bent. Soms moet je mensen eerst ziek maken om ze het hoogste en mooiste te laten beleven wat er op deze wereld voor de mens is weggelegd: genezing.

    • Arnon Grunberg