Het leven gaat verder, tot het ophoudt.

Dat schreef Gerard Reve op 10 november 1984 aan Jan van A. En zo het is natuurlijk maar net. We worden wel ouder, maar niet jonger. Als ik denk aan Reve, dan denk ik aan zijn Volksgezondheid, aan Loodgietende Prijsdieren, drollen van stront, Gods Genade en aan Uranus die een sextiel maakt met Mercurius. Het is de Reve van de brieven, en waarin men alles aantreft: humor, ernst, spot, angst, woede, liefde, godsvrucht en een eindeloos gezoek naar de zin van het bestaan en naar zijn eigen drijfveren. “Soms bevatten die brieven gedeelten', merkte Reve zelf op, “die men gerust “passages“ zoude kunnen noemen.' Ook gevleugeld geworden. Een van die passages is te vinden in Op weg naar het einde (1963), in de “Brief uit Amsterdam'. “Pluk de dag, zeg ik altijd maar', schrijft hij. Maar: “Vanmorgen had het weinig gescheeld, of hij was met wortel en tak uitgerukt, zo onnoemelijk vroeg [...] bevond ik mij reeds uit de veren'. De dag niet rustig plukken, maar hem meteen met wortel en tak uitrukken. Dit is, zoals zo vaak bij Reve, levenslust en vernietigingsdrift ineen.

    • Janet Luis