Het hapt zo heerlijk weg

Critici kunnen invloedrijk zijn. Het beste voorbeeld daarvan in Nederland is Johannes van Dam, culinair recensent te Amsterdam, die in zijn eentje restaurants tot grote populariteit kan opstuwen of breken. Toen Van Dam onlangs aan de lopende band negens ging uitdelen, gonsde het dan ook van verbazing onder restaurantliefhebbers. Was Van Dam mild geworden? Liep hij te slijmen om de verkoop van zijn Dikkevandam te bevorderen? Of was zijn cijferschaal gaan schuiven en moesten we een negen-min voortaan als een keiharde vorm van depreciatie beschouwen?

De Revisor. Letterkundig tijdschrift voor Nederland en Vlaanderen. Maart 2006 (nummer 1-2). Querido, 128 blz. 19,50 euro.

De minieme kwestie-Van Dam geeft wel aan hoe kwetsbaar de reputatie van een criticus kan zijn - als die reputatie er tenminste toe doet. Alleen om die reden al is het interessant dat De Revisor nu een themanummer wijdt aan de literaire kritiek. Het genre bevindt zich op dit moment op een breekpunt: onder invloed van marketingstrategieën, internet en de bestsellercultuur is ze minder invloedrijk dan decennia geleden, wat pessimisten ertoe verleidt te roepen dat “de kritiek er niet meer toe doet'. Anderzijds kun je volhouden dat de kritiek nog steeds een sturende rol vervult: zonder de jubelende kritische ontvangst van de laatste romans van Tommy Wieringa en Jan Siebelink waren het ongetwijfeld geen bestsellers geworden. Dat roept dus vragen op, veel vragen. Kan de kritiek zijn invloed nog bestendigen? Heeft de Nederlandse kritiek een geloofwaardigheidsprobleem? En klopt het dat Nederlandse critici romans nog louter met psychologische argumenten beoordelen?

Des te spijtiger dus dat de Revisor-redactie er bij het samenstellen van het nummer nogal met de pet naar heeft gegooid. Een thematische inleiding met een duidelijke stelling ontbreekt, waardoor je als lezer niet weet welke opdracht de redactie aan de auteurs heeft voorgelegd (“schrijf eens wat over literaire kritiek'?) en het nummer vooral een reeks persoonlijke bespiegelingen is van willekeurige betrokkenen - critici als Arnold Heumakers, Max Pam, Arjan Peters, Marja Pruis, Pieter Steinz en Jeroen Vullings ontbreken. Kees 't Hart (zowel schrijver als criticus) snijdt het onderwerp psychologiseren wel aan, maar meent eerst Menno ter Braak pagina's lang de mantel uit te moeten vegen, wat zijn stuk er niet actueler op maakt. En Elsbeth Etty schrijft wel uitgebreid over “geloofwaardigheid', maar haar stuk leest weer net te veel als een verdediging van haar regelmatige lidmaatschap van literaire jury's en als een afrekening met Volkskrant-collega Arjan Peters. Liever nog gieten de betrokkenen hun bijdrage in de vorm van een column: Herman Franke doet (vermakelijk) verslag van een ruzie met Robert Anker, Atte Jongstra schrijft een open brief aan “jagersknecht' Gerrit Komrij en Ingrid Hoogervorst deelt een sneer uit aan Jeroen Vullings, die haar debuut vernietigend besprak - allemaal stukken die tonen hoe belangrijk dat geloofwaardigheidsmechanisme blijkbaar is, zonder er inhoudelijk op in te gaan.

Waarschijnlijk is dit Revisor-nummer in die zin wel degelijk een adequate weerslag van de situatie in de Nederlandse kritiek. Redacties, zowel van kranten als tijdschriften, hebben haast en zoeken lezers. Dus hebben ze liever auteurs persoonlijke, columnachtige beschouwingen schrijven dan auteurs die proberen formele literaire zaken te betrekken in een analyserend stuk - lekker weghappen gaat voor inhoud, psychologie voor stijl en invloed. Zou dat Revisor-nummer over “geloofwaardigheid' er toch niet moeten komen?

De Revisor. Letterkundig tijdschrift voor Nederland en Vlaanderen. Maart 2006 (nummer 1-2). Querido, 128 blz. euro 19,50

    • Hans den Hartog Jager