Haasse lezen, dan sterven

Zeven Nederlandstalige romans staan erin. Dat lijkt weinig, op een totaal van 1001, maar als je het vergelijkt met het aantal Spaanstalige fictieboeken in 1001 Books to Read before You Die (vijftien), dan is het geen slechte score. En al helemaal niet in het licht van notoir chauvinistische Britse leesgidsen als Jane Rogers' Good Fiction, waarin alleen Hugo Claus een plaatsje had, of Nick Rennisons Good Reading Guide, met Marcel Mörings In Babylon als enige titel te midden van zesduizend andere.

In 1001 Books, een overzicht van het wereldproza van Aesopus tot Zadie Smith, maakt de Engelstalige wereld kennis met Nootebooms All Souls' Day (“een sobere zoektocht naar de zin van het leven'), Mulisch' Discovery of Heaven (“een boek om rekening mee te houden'), Claus' Sorrow of Belgium (“excentrieke personages en levendige dialogen'), Nootebooms Rituals (“een typisch Europese roman'), Haasses Forever a Stranger/Oeroeg (“een veelzeggende historische parabel'), Vestdijks Garden Where the Brass Band Played (bij ons beter bekend als De koperen tuin) en Multatuli's Max Havelaar (“te genieten om zijn satirische humor'). Dat de Nederlandse literatuur voor de Engelsen net zo vreemd is als de Japanse, blijkt uit de index, waarin “Multatuli' bij de titels staat en “Havelaar, Max' bij de auteurs.

Alleen Mulisch heeft in 1001 Books een foto gekregen, en dat is teleurstellend in een boek dat zó spectaculair geïllustreerd is. Honderden auteursfoto's, omslagen, gravures, filmposters, tekeningen, manuscriptpagina's en nieuwsfoto's maken het lezen van de driehonderd woorden lange samenvattingen tot een feest; ze doen je bovendien vergeten wie er allemaal ten onrechte buiten beschouwing blijven: niet alleen Couperus, Hermans en de deze week overleden Reve, maar ook de Italiaan Giovanni Boccaccio, de Braziliaan J.M. Machado de Assis, de Turk Orhan Pamuk en de Japanner Junichiro Tanizaki. De samenstellers, meer dan honderd Anglo-Amerikaanse academici en journalisten, hebben een duidelijke voorkeur voor het Engelse taalgebied (waaruit meer dan tweederde van de gekozen literatuur afkomstig is), en daarbinnen voor bepaalde schrijvers. Dickens is met tien romans het best vertegenwoordigd, dat is geen wonder; maar tien boeken van J.M. Coetzee, acht romans van Ian McEwan en zelfs zes titels van Pauls Auster (waaronder de beschamende hondenroman Timbuktu) zijn in het licht van de eeuwigheid misschien wat veel van het goede.

Voor de liefhebbers van rijtjes, lijstjes en even scherpe als verrassende illustraties is 1001 Books een boek om constant onder handbereik te hebben. Niet om af te vinken wat je al gelezen hebt (want vóór je dood krijg je ze toch niet allemaal uit), maar om je te laten verrassen door zelden gehoorde namen en titels. Wie de excentrieke B.S. Johnson was die met drie titels in de gids staat, wist ik nog net dankzij de recente biografie van Jonathan Coe (zelf vertegenwoordigd met één roman). Maar van de Anglo-Ierse 19de-eeuwer Maria Edgworth of de Oekraïens-Braziliaanse Clarice Lispector had ik nog nooit gehoord. En zij nemen samen maar liefst vijf van de 202 titels van vrouwelijke auteurs in 1001 Books in.

Peter Boxall (ed.): 1001 Books to Read before You Die. A Comprehensive Reference Source, Chronicling the History of the Novel. Cassell Illustrated, 960 blz. euro 34,50

    • Pieter Steinz